Olympische serie: bokser Sijtse Jansma uit Leeuwarden won als touwtrekker zilveren medaille

In de sport is niet alles goud wat blinkt. In 125 jaar Zomerspelen wonnen elf Friezen zilver en brons. In aanloop naar Tokio een serie. Deel 3: 1920, Sijtse Jansma.

Touwtrekken stond in 1920 voor de vijfde keer op het olympische programma. Namens Nederland werden acht leden van de Arnhemse krachtsportvereniging Achilles afgevaardigd. Daar werd niet alleen aan touwtrekken gedaan, maar ook aan worstelen en boksen. Naar de Spelen in Antwerpen gingen zeven Arnhemmers én een Leeuwarder: Sijtse Jansma. Na het veroveren van de zilveren medaille werden ze bij terugkomst onthaald als helden.

Sijtse Jansma werd op 22 mei 1898 geboren als zoon van een grondwerker en een werkster. Hij werkte als zeilmaker en werkman in Stiens, Koog aan de Zaan, Groningen en Haarlem. Rond 1920 belandde Jansma in Arnhem. Het is waarschijnlijk dat hij zich als bokser aanmeldde bij Achilles. Omdat hij royaal spierkracht en conditie bezat, werd hij gevraagd om ook te gaan touwtrekken. Het achttal van Achilles behoorde tot de landelijke top en werd daarom uitverkoren voor de Spelen. Nederland vaardigde een equipe van 130 sporters af naar Antwerpen. Zij wonnen vier gouden, twee zilveren en vijf bronzen medailles.

De tweede plaats van de touwtrekkers was een meevaller. De Achilles-acht was namelijk niet de zwaarste ploeg en aan gewichtsklassen werd nog niet gedaan. Tijdens de kennismaking met de Amerikaanse en Engelse touwtrekkers zakte bij ploegleider Teus van Deutekom de moed even in z’n kistjes. ‘Vier hunner zijn zo zwaar als acht van ons’, noteerde hij in zijn na de Spelen gemaakte verslag. Maar helemaal kansloos voelde Van Deutekom zich toch ook weer niet. ‘Of ze ook, zoals wij, getraind hebben, valt nog te bezien’.

Jansma c.s. begonnen tegen de Italianen. ‘Het touw trilde onder het geweld der 16 atleten’, aldus Van Deutekom. Dat het totaalgewicht niet alles bepaalde, moge blijken uit het feit dat ‘de Arnhemse leeuwen’ 200 kilo minder aan het touw konden hangen, maar wel beide trekbeurten wonnen. Dat viel de Italianen rauw op het dak. ‘Ze wierpen zich op de grond en snikten het uit. Het duurde geruime tijd alvorens zij enigszins gekalmeerd het terrein verlieten’, aldus Van Deutekom.

In de tweede ronde wachtte de Engelse ploeg, die eerder de Amerikanen hadden verslagen. Oranje stond voor een schier onmogelijke opgave. Het uit acht Londense bobbies (agenten) bestaande team bracht liefst 300 kilo meer op de weegschaal. De trekbeurten waren reeds na 28 en 13 seconden voorbij.

Nederland leek de zilveren medaille vervolgens cadeau te krijgen, want de Belgische ploeg meldde zich af. Maar dat was de Achilles-eer te na. Via de stadionspeaker werd het gastland uitgedaagd om toch naar het touw te komen. Pas na in totaal drie minuten pakte Nederland de tweede prijs. ‘Wanneer de ploegen van gelijk gewicht waren geweest, dan zou ons de eerste prijs niet zijn ontgaan’, schreef Van Deutekom vol bravoure.

Terug in Arnhem wachtte de touwtrekkers een groots onthaal. De belangstelling was zo groot, dat de speciale perronkaartjes ruim voor aankomst van de trein waren uitverkocht. Vele hoogwaardigheidsbekleders stonden klaar en nadat de fanfare het Wilhelmus had gespeeld, volgden toespraken. Het uitdagen van de Belgen had veel indruk gemaakt. Voor iedere touwtrekker was er een krans, waarna de rijtoer door de stad bijna strandde in de menigte. ‘De politie moest een pad breken door de dichte haag van belangstellenden die geduldig hadden staan wachten ondanks de regen’.

Sijtse Jansma verhuisde na het olympische succes naar Amsterdam. Hij trouwde daar in 1927; een caféhouder was een van de getuigen. Jansma ontwikkelde zich tot een goede bokser die in de ring een aardige bijverdienste had. Hij werd tevens bokstrainer en was in die hoedanigheid betrokken bij de Nederlandse ploeg voor de Spelen van 1928 in Amsterdam. Touwtrekken stond toen niet meer op het olympische programma. Sijtse Jansma is op 4 december 1977 overleden.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Olympische Spelen