Succescoach Jacco Koops hoopt kroon op werk te zetten met olympisch goud

Je mag hem een garantie voor succes noemen. Sinds Jacco Koops als zeilcoach de wereldzeeën bevaart, koersen zijn pupillen steevast naar de dikste prijzen. Zestien jaar op rij, dat is allang geen geluk meer. Olympisch goud moet ook op zijn carrière het kroontje worden.

Zeilcoach Jacco Koops.

Zeilcoach Jacco Koops. FOTO NIELS DE VRIES

Daar zat-ie op de kade… Barcelona, 1992. De Olympische Spelen waren begonnen en surfer Jacco Koops was erbij. Maar niet als deelnemer, die droom was ruw verstoord. ,,Stephan van den Berg, de ‘gouden man’ van acht jaar eerder, had de kwalificatie gewonnen. Ik was derde van Europa geworden, maar dat telde niet. Het ging om het WK in Singapore. Ik rekende op licht weer. Daar had ik mijn voorbereiding op afgestemd en ik was extra afgevallen. Wat denk je? De hele week een halve storm…’’

Koops was in Barcelona als trainingspartner van Dorien de Vries. Turend naar de zeiltjes, kreeg de toen 24-jarige Drachtster het te kwaad. ,,Ik zag jongens varen die er geen pepernoot van konden.’’ Hij kreeg permissie om naar zijn feestende vrienden op de camping te gaan, 50 kilometer verderop. Terwijl De Vries naar het brons voer, besefte Koops tussen het biertje en de paella door dat hij toch ook ‘winst’ had geboekt. ,,Ik had al enkele trainersdiploma’s en tijdens het trainen met Dorien bemerkte ik hoe leuk het was om kennis over te dragen.’’

Erelijst

Bijna dertig jaar later heeft Koops een erelijst om u tegen te zeggen. ,,Ho ho’’, zegt de bondscoach, sinds enkele jaren woonachtig op een prachtig plekje tussen Heerenveen en De Knipe. ,,Het zijn de zeilers zelf die naar de boeien varen. Ik neem ze bij de hand, maar uiteindelijk moeten zij op de wedstrijdbaan de beslissingen nemen.’’ Desondanks de imponerende cijfers: sinds 2008 acht wereldtitels, olympisch zilver, olympisch brons en nog een handvol aansprekende medailles. Die ene gouden plak ontbreekt nog. Onder aanvoering van Koops doet drievoudig wereldkampioene Lilian de Geus daar volgende maand in Japan een gooi naar.

Het zou een afscheid in stijl zijn. Niet dat Koops verloren gaat voor de Nederlandse zeil- en surfsport, maar hij verandert na de Spelen van baan. ,,Ik word verantwoordelijk voor de talentontwikkeling binnen het zeilen en surfen, alsmede voor de begeleiding van coaches. Niet een kantoorbaan, maar wel een stuk minder op het water. Meer thuis. Dat gaan mijn vrouw, onze kinderen (dochter Kyla van 14, zoon Sevar van 11, red.) en ik waarderen. Je hoort mij absoluut niet klagen, maar ik zit onderhand niet meer te wachten op de volgende buitenlandse trip. Er zijn jaren geweest dat ik 300 dagen buiten Nederland was. Schitterend werk en de resultaten hebben het altijd de moeite waard gemaakt. Maar het doet me wat als Sevar er moeite mee heeft dat ik straks weer voor anderhalve maand weg ben.’’

Vele stormen

Koops heeft binnen het Watersportverbond vele stormen doorstaan. ,,Samen met hoofdcoach Jaap Zielhuis behoor ik inmiddels tot het meubilair’’, zegt hij met een twinkeling in zijn ogen, die vaak aan het zicht worden onttrokken door zonnebril en pet. ,,Maar zo voelt het niet. Ik ben niet vastgeroest. Het Verbond heeft financiële nood gehad en op bestuurlijk vlak vele wisselingen gekend, maar aan de posities van Jaap en mij is nooit getornd. Het moet niet arrogant klinken, maar als je kwaliteit levert, krijg je de ruimte om verder te bouwen. Het gaat in de topsport om medailles; nou, daar hebben we denk ik nooit iemand in teleurgesteld. De vierde plaats van ‘Lil’ (surfster De Geus, red.) in Rio heeft er bij me ingehakt, maar alles overziend is er behoorlijk werk verricht.’’ Hij wacht even tot zijn buurman met de mestverspreider voorbij is en zegt dan: ,,Nederland is al twee jaar de succesvolste zeilnatie van de wereld. Dat is geen kattenpis.’’

Het had echter ook zomaar anders kunnen lopen. Koops was in 2005 een jaar als bondscoach aan de slag, toen hij niet de vrijheid van werken kreeg die hij wenste. ,,Ik wilde ontslag nemen en een aanbieding uit Spanje accepteren. Als laatste klus stond het WK 470 in San Francisco, als coach van Lobke en Marcelien.’’ Berkhout en De Koning pakten de wereldtitel. ,,Ineens kreeg ik wél de ruimte’’, aldus Koops. ,,Noem het eigenwijs, maar het was míjn aanpak of niet. In die tijd was het Verbond star, zo van: ‘We dóen dit en het móet zo’. Wij coaches zeiden: de topsporters moeten centraal staan, onze rol is om ze te ondersteunen. Voel je het verschil? Ik ben blij dat ik toen die drive had.’’

Surfgekke familie

De passie (,,Het zit dicht tegen bezetenheid aan’’) heeft hij voor een groot deel meegekregen van vader Jan. ,,Hij was de grote surf-animator in de regio Drachten. We hadden begin jaren tachtig een club met wel duizend leden. Pa maakte niet alleen mij surfgek, maar ook m’n broer Matthieu. Ik had er enige aanleg voor en dan is het leuk, maar ik vond het ook geweldig om het samen met hem te doen.’’ Matthieu (49) is eveneens zijn verdere leven in de ban gebleven van plank en zeil. ,,Hij is nu binnen het Verbond verantwoordelijk voor de surfacademie. Van daaruit moeten talenten doorstromen naar de kernploeg. Matthieu zit middenin de verandering naar het foilen, het surfen waarbij de plank uit het water komt.’’

Jan Koops is inmiddels 75, woonachtig in Harkstede en voor de tweede keer getrouwd. Jacco: ,,Mijn moeder is in 2004 onverwacht overleden. Ze was pas 56.’’ Jan en Irene Koops steunden hun oudste zoon in diens ambitie om de Spelen te bereiken. ,,Er kwam financieel nogal wat bij kijken, want sponsoren lagen niet voor het oprapen. Veel kwam neer op eigen initiatief. Niet alleen voor sponsoring, maar ook voor het regelen van reizen, accommodaties en materialen. Als Matthieu mee ging naar een buitenlandse wedstrijd, had ik ook de verantwoordelijkheid voor hem. Die periode is ongelooflijk vormend geweest, het heeft me veel gebracht. Je kunt ‘tig’ opleidingen doen, maar niets weegt op tegen de praktijk.’’

Zelf uitvinden

Koops bracht het zoals beschreven tot de kade van Barcelona. Vervolgens richtte hij zich op het trainen en coachen. ,,Je moest veel zelf uitvinden. Het is met hobbels en bobbels gegaan voor ik in 2004 bij het Verbond aan de slag kon. In die jaren daarvoor is mijn visie gevormd. De belangrijkste vraag die ik me stelde, was: hoe haal ik het beste uit de mensen? Het klinkt eenvoudig, maar wat heel belangrijk is: aandacht. Een topsporter is geen computer waarvoor je alleen maar een programma hoeft te schrijven. Een coach – tenminste, dat vind ik – moet sociaal zijn, oog hebben voor de mens achter de sporter. Daarnaast is het van essentieel belang om te doen waar je goed in bent, maar ook om je kwetsbaar op te stellen. Ik heb niet alle wijsheid in pacht en daarom vraag ik hulp aan mensen die van dingen meer verstand hebben dan ik. Toen ik met Lobke en Marcelien ging werken, wist ik niet precies hoe je een 470 technisch vaart. Daarom heb ik een specialist aan het team toegevoegd. Durf te vragen. Zo hebben we een netwerk van experts rond de sporters opgebouwd.’’

Hij noemt zichzelf een ‘sociale coach met een scherp randje’. ,,Ik ben betrokken. Ze kunnen me op elk moment van de dag bereiken. Met betrokken bedoel ik écht betrokken. Met iedereen waarmee ik gewerkt heb, heb ik nog steeds contact. De band die je hebt opgebouwd, is voor altijd. Maar ik kan scherp zijn als ik vind dat het programma in gevaar komt. Lilian is een topmeid, maar ze vindt veel dingen leuk en wil alles doen. Dan ben ik ervoor om op de rem te trappen. Het is een proces en dat vind ik ongelooflijk boeiend. Je neemt een topsporter in wording als het ware bij de hand, waarbij alles er op gericht is om ze zelfstandig te maken. Je moet de teugels beetje bij beetje laten vieren. Ik wil geen ‘blinde volgers’, want dat leidt niet tot succes. Ze moeten flexibel zijn en kunnen schakelen. Dat is in aanloop naar deze Spelen heel belangrijk geworden. We hebben minder dan gewenst in Japan kunnen trainen en weten nu nog niet waar we qua behuizing belanden.’’

Mensenmens

Koops noemt het toeval dat hij altijd met vrouwen naar de top voer. ,,Ik ben een mensenmens, ik kan ook met mannen werken. Ik was coach van Pieter-Jan (Postma, red.) toen hij tweede van de wereld werd. In de omgang zit geen verschil. Ik zou ook best met iemand kunnen werken die ik niet mag, maar waarbij ik wel het talent en de werklust zie. Ook dan stel ik de sporter centraal.’’

Die sporter zit ‘bijna twentyfour-seven ’ in zijn hoofd. ,,Ik ben voortdurend puzzelstukjes aan het leggen. Waar kan het beter, is dat of dat al geregeld? Maar het lukt steeds beter om het thuis van me af te zetten. In de auto vanuit Scheveningen en Medemblik handel ik telefonisch veel dingen af en dan is het klaar. Thuis neem ik alleen voor Lil op. Wat dat betreft zijn die afstanden geen bezwaar. We hebben trouwens nooit overwogen uit Friesland te vertrekken. Friezen zijn mooie mensen, normaal en oprecht en met interesse in elkaar. Dat vind ik heerlijk.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Coach
Zeilen
Instagram