'Snotbongels' van toen over het kampioenschap van Sneek in 1970: 'De mond viel me open van verbazing. Wát een volk!'

In 1970 had Friesland zijn eigen Feijenoord. Terwijl de Rotterdamse club de Europa Cup 1 en de wereldbeker veroverde, werden de voetballers van Sneek zondagkampioen en grepen ze de algehele landstitel. De ‘snotbongels’ van toen, Loet Boot en Harry Koenen, blikken een halve eeuw later terug. ,,Het was overweldigend.’’

Harry Koenen (links) en Loet Boot 50 jaar na dato bij de grote kampioensfoto in het Sneek-clubhuis. Koenen staat vijfde van links, Boot zit gehurkt, uiterst rechts.

Harry Koenen (links) en Loet Boot 50 jaar na dato bij de grote kampioensfoto in het Sneek-clubhuis. Koenen staat vijfde van links, Boot zit gehurkt, uiterst rechts. FOTO NIELS DE VRIES

Harry Koenen kan zich de geringschattende opmerkingen nog wel herinneren toen hij besloot vierdeklasser Black Boys te verruilen voor Sneek, dat in de eerste klasse (het hoogste amateurniveau) werd gezien als kandidaat voor het noordelijk kampioenschap. ,,Mijn pa zat in het bestuur van Black Boys, dat maakte de overstap nog wat lastiger’’, vertelt de nu 70-jarige Koenen. ,,Maar ik had een klein akkefietje gehad en vond ook wel dat ik toe was aan een nieuwe uitdaging. Je had de mensen moeten horen… ‘Wat suus-tou nou juh? Sneek? Dat wurdt ’t derde elftal’.’’

De nieuwkomer – ,,De jongste van de hele selectie’’ – werd echter niet gehinderd door plankenkoorts. Vooropgesteld: Koenen was gewoon een goede voetballer, die later niet voor niets één keer het shirt van het Nederlands amateurelftal mocht dragen. ,,Natuurlijk begon ik op de bank. Ik was twintig, kwam zo groen als gras uit de vierde klas en bij Sneek speelden ‘grootheden’ als Piet Jasper, Dicky Veenstra en Gerrit en Anno Abma. Daar keek je tegen op. Maar al meteen tijdens de eerste wedstrijd raakte er iemand geblesseerd. ‘Koenen!’, riep trainer Klaas Stoffels, ‘d’r in’. Ik kwam achterin en kennelijk ging het goed, want ik ben er het hele seizoen niet meer uit geweest.’’

Jonkjes

Loet Boot was 21 en had al een jaar aan het hoogste amateurniveau geroken. De zoon van verzetsman/caféhouder/scheidsrechtersbaas Auke Boot was omgeturnd tot linksback. ,,En hoe! In mijn laatste jaar als A-junior kreeg ik training van Jan Hoekema, de vader van Oeki, de eenmalig international. Hij vond dat ik mijn linkerbeen moest ontwikkelen. Daarom mocht ik tijdens de trainingen geen rechter voetbalschoen aan! Liep ik daar wat te ‘hinkepinken’... Man, wat heb ik Hoekema vervloekt. Maar uiteindelijk werd ik met links net zo sterk als met rechts, al zeg ik het zelf.’’

De twee jonkjes kwamen terecht in een geoliede machine. ,,Vergeet niet dat Sneek ook in 1967 noordelijk kampioen was geworden’’, vertelt Boot. ,,Acht, negen van die mannen waren er in 1970 nog bij. In ’67 hebben ze het zondagkampioenschap eveneens binnen bereik gehad. Het is dat AFC in Amsterdam twee omstreden penalty’s kreeg, anders was het toen al gelukt.’’ Koenen: ,,Ik weet nog dat de routiniers bij de seizoensstart tegen elkaar zeiden: en nú moet het gebeuren! Sneek vierde in 1970 het 60-jarig bestaan en al die echte Snekers wilden niks liever dan hun club als jubileumcadeau het kampioenschap schenken.’’

Unieke mix

Sneek deelde in de hoogste noordelijke klasse (met ook Leeuwarden, Drachten en Zwaagwesteinde) de lakens uit. Van de 22 wedstrijden werden 14 gewonnen, 6 keer werd gelijkgespeeld. ,,We gaven nauwelijks wat weg’’, aldus Koenen, ,,en voorin hadden we een ‘kanon’ als Anno.’’

Boot: ,,Je had de bekende namen, maar die hadden onmisbare steunpilaren om zich heen. Het was een hecht collectief dat goed kon voetballen en als het moest ook kon bikkelen. Mannen met overzicht, maar ook jongens die een beuk konden uitdelen. Een unieke mix die in elke wedstrijd iets extra’s kon geven.’’ Koenen: ,,We waren conditioneel ijzersterk. Dat was de verdienste van gymleraar Egbert van der Ploeg.’’ Boot: ,,We trainden vaak vier keer in de week. Van der Ploeg hield het leuk, want hij wist hoeveel jongens een hekel hadden aan ‘dat domme rondjes lopen’.’’

De noordelijke titel werd een week later dan gepland veroverd. ,,Thuis tegen Assen moest het gebeuren’’, vertelt Boot. ,,De burgemeester zat vooraan op de tribune en het hele muziekkorps was ook present. Maar het werd 1-1. Een dag later overleed onze secretaris Ruurd Rienstra. De zondag erna werden we kampioen, maar vanwege het onverwachte sterfgeval hebben we dat nauwelijks gevierd.’’

‘Sfeer kan ik nog oproepen’

De Snekers maakten zich op voor de kampioenscompetitie. Boot: ,,Daar werd nuchter naar gekeken. ‘Als we na twee wedstrijden kansloos zijn, ga ik in de weekeindes zeilen’, zeiden een paar.’’ Koenen: ,,Maar ik had het gevoel dat we onoverwinnelijk waren. Zeker op eigen veld waren we niet te verslaan. Niks mooiers dan voor 1500 man richting de Lemmerweg-goal spelen, waar nu de rondweg achterlangs loopt. De sfeer die dan over het veld kwam te hangen, kan ik nu nog oproepen.’’

Boot: ,,Sfeer was er ook in de kleedkamer. Voetbalhumor. Piet Kok had nooit shampoo mee en vroeg dat altijd van een ander. Kreeg-ie een keer een fles met smeerolie, was ’t snel over met lenen!’’

Koenen was destijds scheepstimmerman op de werf van ploeggenoot Joop Abma. Boot werkte als barkeeper in de vermaarde discotheek De Lichtboei, die werd gerund door Gerard ‘Knopje’ van Dalen, alias ‘Sneek-supporter numero 1’. ,,Knopje had een knots van een beker laten maken. Vlak voor sluitingstijd kwam hij daar de trap mee af. ‘Die gaan we winnen, die gaan we winnen!’, riep hij en vervolgens stuurde hij me naar huis. ‘Goed slapen jongen!’’’

Apotheose

Boot fietste in de vroege zondagochtend van de disco (,,Niet één bierke en ook geen twee’’) naar huis en sliep dan als een roos. ,,Behalve voor de beslissende wedstrijd tegen Sanderbout. Thuis op tafel lag een landelijke krant met een dikke chocoladekop: Friesland wacht gespannen op Sneek . Dat maakte me nerveus. Ik deed geen oog dicht en besloot een rondje door de stad te gaan fietsen. Tref ik bij de Waterpoort een nachtvisser, een Sneker. Die kijkt me aan en zegt: ‘Mustou g.v.d. niet rap dyn bed in?’ Toen ben ik snel naar huis gereden en viel ik als een blok in slaap.’’

Sanderbout-thuis was de apotheose van de geslaagde jacht op de zondagtitel. Boot: ,,We begonnen tegen Papendrecht. Die jongens hadden we een week eerder op de radio geringschattend over ons horen praten. ‘Sneek, waar ligt dat?’ Nou, we speelden ze van de mat.’’ Koenen: ,,Daarna pakte we het gerenommeerde De Treffers. Ongelooflijk, we kwamen met 0-4 voor.’’

Hij toont een uit de kluiten gewassen flesopener. ,,Die kregen we in Groesbeek. Voor elke wedstrijd gaven alle spelers elkaar een kleinigheidje. Bij De Treffers waren ze dat vergeten. Toen heeft hun leider snel de plaatselijke souvenirwinkel leeggekocht, haha. Deze opener ligt nu al een halve eeuw bij me thuis te pronken op tafel.’’

Eén zege af van de titel

Boot: ,,Om geld speelden we niet, we betaalden ook gewoon contributie. De spelers van Uithoorn wilden dat niet geloven, zij kregen duizend gulden per overwinning.’’ Koenen: ,,Ik weet nog dat wij voor het noordelijk kampioenschap een sporttas kregen, een kleine rooie. Daar paste nét, met veel pijn en moeite, één voetbalschoen in.’’

Tegen Uithoorn werd het 2-2, waarna Sneek in de voorlaatste wedstrijd tegen het Oosterhoutse TSC met de schrik vrijkwam. ,,Die werd op zaterdagavond gespeeld’’, vertelt Boot. ,,Leuk voor de penningmeester, maar Anno Abma had de hele dag in zijn slagerij gestaan en Dicky Veenstra was bakker. Hij was om drie uur ’s nachts al begonnen. Die mannen waren bekaf. Het liep voor geen meter, maar een van TSC was zo vriendelijk om in eigen goal te schieten.’’

Koenen: ,,Toen waren we ineens nog maar één zege af van de zondagtitel.’’

Onoverwinnelijk

De wedstrijd tegen het Sittardse Sanderbout werd gespeeld voor 6000 toeschouwers. Boot: ,,Ze zaten werkelijk tot in de bomen.’’ De Sneker voetballers kwamen die zondag al vroeg bijeen. Koenen: ,,’s Ochtends met de bus naar Gaasterland, biefstukje met brood, even wandelen in het bos en daarna naar ons veld. Toen we daar de parkeerplaats op reden, viel de mond me open van verbazing. Wát een volk! Dat maakte ons onoverwinnelijk.’’

Johnny Veluwenkamp, Ate Westerhof en Anno Abma scoorden voor Sneek. Het werd 3-1. Koenen: ,,Duizenden supporters kwamen het veld op, ik werd helemaal overweldigd. Albert Burkink, hij is nog altijd vrijwilliger bij Sneek, nam me op de schouders. Dat kostte hem z’n zondagse pak, want ik had een vleeswond en bloedde behoorlijk. Ondanks de vreugde heeft-ie wel even gevloekt.’’

Boot: ,,Ik ben voor het feest nog even naar huis gegaan. Pa deed open, het was voor het eerst dat ik hem zag huilen. Dat deed me heel veel.’’ Koenen: ,,Ik was door alle drukte zo verbouwereerd dat ik vrij snel na het eindsignaal naar de kleedkamer ben gelopen. Daar heb ik het tien minuten in m’n eentje zitten te verwerken.’’

De koek was nog niet op. In augustus 1970 speelde Sneek om de algehele landstitel tegen SHO. Eerst uit. Boot: ,,We hadden er nauwelijks voor getraind. Ik was met reservekeeper Dirk-Peter Bergsma op vakantie in Koblenz, we reden met mijn auto naar Oud-Beijerland. Ergens in Limburg reden we de grens over. Die douanier ziet onze trainingspakken en tassen op de achterbank liggen en vraagt: ‘Zijn jullie van Sneek?’ Bleek het een Sanderbout-supporter te zijn die de wedstrijd tegen ons had bezocht! We konden meteen doorrijden, met als voorwaarde dat we een dag later, toen we teruggingen naar Koblenz, verslag zouden uitbrengen. Dat hebben we natuurlijk gedaan.’’

Carrièrehoogtepunt

Sneek won met 1-2 (heldenrol doelman Hendrik Feenstra) en thuis met 3-1 en mag zich sindsdien algeheel landskampioen bij de amateurs noemen. ,,Mooier kon het niet worden’’, zeggen Koenen en Boot. Tot een halve eeuw later worden ze nog herinnerd aan het hoogtepunt uit hun carrières. ,,Ongelooflijk hoe zoiets blijft hangen.’’

Bij het bekijken van de namen bij de kampioensfoto stopt de stortvloed aan anekdotes. Er wordt geteld. Van de 20 mannen op de foto zijn er al veel overleden. Afgelopen week nog, de twaalfde van de ‘onoverwinnelijken’: Johan ‘Joetje’ de Jong. Loet Boot en Harry Koenen zijn er even stil van. ,,Dat was ook zo’n prachtkerel.’’ Dan wijzen de ‘snotneuzen’ van weleer op de enorme foto uit 1970 die dankzij de Club van 100 in de Sneek-kantine hangt. ,,Vergeten worden ze nooit.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Instagram
Voetbal