Schaatstop in Calgary: en dan gaat het weer over records

Foto ANP/Koen van Weel

Twee weken geleden had niemand het nog over wereldrecords. Want: dit is voor schaatsers niet het moment in topvorm te zijn. Maar eenmaal in Calgary...

Sven Kramer kent het mechanisme. Zodra hij in de Olympic Oval van Calgary een voet op het ijs zet, gaat het over wereldrecords. Dan valt het w-woord vanzelf.

Maar dit jaar zit het net iets anders. Hij begon er namelijk zelf over. Als zich vanavond op de 5 kilometer een gelegenheid voordoet, sluit hij een aanval op zijn ruim tien jaar oude toptijd van 6.03,32 zeker niet uit. ,,Ik schaats voor titels, dat weet iedereen, maar natuurlijk is een wereldrecord heel mooi”, zegt hij in de eetzaal van de Universiteit van Calgary, waar de schaatsbaan naast ligt.

'Het zou kunnen dat ik er spijt van krijg'

Best opvallend, aangezien Kramer al tijden zegt dat er maar één ding telt: de Olympische Spelen. Alles wat hij doet of laat is in dienst van. De echte topvorm zou er op de eerste dag van december juist nog niet moeten zijn. Daarnaast weet hij: iedere keer dat je in het voorseizoen de limiet opzoekt, laat staan er overheen gaat, loop je het risico dat je er later in het jaar de prijs voor betaalt.

,,Het zou kunnen dat ik er spijt van krijg”, erkent Kramer. ,,Maar als Ted-Jan Bloemen hier 6.02 rijdt en ik schaats een beetje op reserve, heb ik net zo goed spijt.” Kramer reed bij de WK afstanden in februari van dit jaar 6.06,82. Dat was op de olympische baan in het Koreaanse Gangneung.

Omgerekend naar Calgary, op 1100 meter hoogte, is het mathematisch mogelijk om onder de 6 minuten te duiken. ,,Een magische grens”, vindt Kramer. ,,Maar ik ben hier de afgelopen tien jaar vaker geweest en het lukte nooit om in de buurt te komen van het wereldrecord. Soms lag het aan mij, soms aan de omstandigheden. Het ijs is nu ook niet denderend, maar door de hoogte kan Calgary er misschien mee weg komen. Uiteindelijk is de luchtweerstand onze grootste weerstand. Ik houd de luchtdruk in de gaten.”

Kramers grootste concurrent is Ted-Jan Bloemen, de Nederlandse Canadees. Zijn coach Bart Schouten zegt dat het wereldrecord vanavond geen doel is. ,,Maar Ted reed hier 6.08 op een zaterdagochtend in oktober. Hij is nu beter, de omstandigheden zijn beter. Dus het kan wel. Ik zit er iets anders in dan Sven: van harde wedstrijden word je beter. Ik zal nooit tegen een rijder zeggen: rijd maar op 90 of 95 procent.”

Die ene fractie

Ook rijders op andere afstanden dromen van hun naam op het blauwe bord in de oval. Kjeld Nuis fantaseert al jaren van een wereldrecord. Hij kroop regelmatig achter zijn laptop om de 1500 meter van Shani Davis (1.41,04 in Salt Lake City, 2009) te kijken. Op zoek naar die ene fractie die hij ergens laat liggen.

,,Maar die tijd is ziek hard. De 1000 meter zal eerder sneuvelen.” Ook die tijd stamt al van 2009. Bij de WK sprint kwam hij vorig seizoen tot op 9 honderdsten van de 1.06,42 van Davis. ,,Dat vond ik echt kut. Die tijd is gewoon te pakken. Alleen zijn er wel meer die het zouden kunnen: Kai Verbij, Pavel Koelizjnikov, Havard Lorentzen.”

Wat Nuis morgen zelf kan, is afwachten. Hij was tot twee keer ziek bij de eerste wereldbekerwedstrijden. ,,Maar zoals ik nu rijd, lijkt het echt op vorig jaar. Ik zou eigenlijk maar wat graag in Salt Lake City rijden volgende week. Toen de kalender bekend werd, zei ik al: daar ga ik het wereldrecord pakken. Maar we moeten eerlijk zijn: twee weken voor het Olympisch Kwalificatietoernooi nog terugvliegen, is riskant, qua jetlag. Dus ik heb me er maar bij neergelegd.”

Rocky Mountains

Ronald Mulder rijdt volgende week wel. ,,Ik denk dat de kans op een wereldrecord daar groter is. Iedereen is dan wat beter gewend aan de hoogte en het tijdsverschil. Maar misschien kan het hier ook al. Laten we zondag hopen op een chinook ”, doelt de sprinter op de droge, warme westenwind die op gezette tijden vanaf de Rocky Mountains komt aanwaaien en de luchtdruk doet dalen.

Op de 500 meter is Mulder nationaal recordhouder, met 34,08. Maar een tiende verwijderd van het wereldrecord van Koelizjnikov, die twee jaar geleden in Salt Lake City als eerste en vooralsnog enige onder de 34 seconden dook. ,,Natuurlijk kan ik dat ook. Maar of dit het moment is, weet ik niet. Ik hoop in de buurt te komen. Om hier te winnen moet je denk ik wel 34,1 rijden, als er in Stavanger al 34,6 gereden wordt. Tja, en dan ben je zo dichtbij…”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport