Olympische medailles kwamen per aangetekende post naar Franeker

De een bracht ze zelf langs, de ander verstuurde ze aangetekend per post. Weer anderen trokken hun neus op voor het bijzondere initiatief. Hoe dan ook: in Franeker kunnen ruim dertig olympische medailles, gewonnen door Friezen, worden bewonderd.

De verhalen achter het in bruikleen krijgen van het olympisch goud, zilver en brons zijn minstens zo mooi als de bescheiden expositie die momenteel in het Kaatsmuseum te bekijken valt.

Bram Bonnema, voorzitter van het museumbestuur, vertelt ze met smaak. En met gepaste trots, want ondanks de weigering van enkele (oud-)topsporters om mee te werken, overheerst de blijdschap over hoe een ‘gedurfd’ plan zijn beslag heeft gekregen. Daarbij moest ook nog eens afgerekend worden met de coronacrisis.

Het idee om de door Friezen gewonnen olympische medailles tentoon te stellen, ontstond in maart 2019. Van een vleermuizenmarkt in Wuhan had nog niemand gehoord, maar de Olympische Spelen van Tokio wierpen al wel hun schaduw vooruit. Het Kaatsmuseum (in 1972 geopend, sinds vijf jaar te vinden op een steenworp van It Sjûkelân) wilde ‘iets olympisch’ doen op de expositieruimte van 200 vierkante meter.

Bonnema, die kan rekenen op zestig vrijwilligers: ,,Wy hawwe, lykas sporters, ambysjes. Yn 2018 hienen wy 2500 besikers en dat wolle we op syn minst ferdûbelje. Wy hawwe al in moaie útstalling en jouwe ek keatsclinics, mar neat dwaan is de dea yn de pot.’’

Kaatsen olympisch

Om als Kaatsmuseum aan de Spelen te denken, is niet raar. Kaatsen behoorde twee keer (1900 en 1908) tot het olympische programma en was vervolgens nog eens vijf keer demonstratiesport, de laatste keer in 1992 (Barcelona).

,,Der bestiet in direkte bân’’, aldus Pieter Breuker uit Feanwâlden, sporthistoricus, lid van de internationale sociëteit van olympische geschiedsschrijvers en tot in het kleinste detail bekend met de rijke historie van het kaatsen. ,,Dy bân kin yn eare opholpen wurde as de moderne keatsfariant wallball de olympyske status krijt.’’ Dat is zeker niet onmogelijk, zegt Breuker. ,,It wurdt al yn mear as fyftich lannen beoefene en it is attraktyf genôch.’’

Breuker was vanaf het begin betrokken bij het plan om de door Friezen gewonnen medailles bijeen te brengen in Franeker. Hij koppelde daar het schrijven van een boek aan vast. In het fraaie Van Parijs tot Pyeongchang komt zijn liefde voor en kennis van het kaatsen samen met de hoogtepunten van de Friese sport.

Terwijl Breuker aan het schrijven was, gingen Bonnema c.s. aan de slag met de lijst van medaillewinnaars. Het gaat om 29 Friezen en Friezinnen, waarvan vijf zijn overleden. Daarbij gold als belangrijkste criterium dat de persoon in deze provincie geboren moet zijn.

Uitzonderingen op deze regel zijn gouden shorttrackster Suzanne Schulting (geboren in Groningen) en zwemster Karin Brienesse (Breda). Breuker: ,,Mar Schulting wenne al nei in pear moannen yn Fryslân en Brienesse nei in jier of trije. Se binne hjir as sporter grut wurden en hawwe hjir suksessen behelle.’’

Jan Posthuma

Bonnema achterhaalde alle adressen en legde per brief de plannen uit. De postbodes hadden nog maar net hun werk gedaan of de eerste olympiër hing aan de lijn. Jan Posthuma, in 1992 winnaar van volleybalzilver, vier jaar later gevolgd door goud. ‘Sèg ’t mar, wèr mut ik se brenge?’

Bonnema: ,,Wát in begjin wie dat! Neat gjin gedoch of soks fan: kom se mar heljen.’’ Ondertussen werden bruikleencontracten opgesteld en werd gekeken naar extra beveiliging van het museum. ,,Der is in alarm bykommen en wy hawwe mear kamera’s pleatst. Gjin inkeld risiko.’’

En toen kwam het coronavirus aanwaaien. De voor april vorig jaar geplande opening viel in duigen. Reeds ontvangen medailles gingen terug naar de eigenaren. Bonnema: ,,It wie om te gûlen, mar wy wienen fansels net de iennichsten. We hawwe wer eefkes iepen west en moasten yn oktober opnij ticht. Mar no mei it wer, fiif middagen yn de wike en yn de fakânsje ek op de snein.’’

De contacten met de sporters werden warm gehouden. Bonnema en een medewerker maakten per auto een rondrit door Nederland. De eerste stop was in Someren, de woonplaats van de in 1942 in Akkrum geboren Sjoukje Dijkstra. De kunstrijdster won zilver in 1960 (Squaw Valley) en vier jaar later goud in Innsbruck. ,,De gouden plak hawwe wy meikrigen. De sulveren hie se al beskikber steld foar in útstalling yn Dútslân.’’

Daarna werd in Breda de Koninklijke Militaire Academie bezocht. Daar worden de vier bronzen medailles van de in Balk geboren schermer Jetze Doorman (1881-1931) bewaard in een onlangs gerestaureerde vitrine.

Op de terugweg werd langs Wezep gereden. Daar woont Monique Knol, die als wielrenster goud won in 1988 en vier jaar later brons. ,,Dat dy medailles der noch binne, is in lyts wûnder’’, vertelt Bonnema. ,,Harren hûs is troch in brân folslein fernield. Monique hat in brânwachtman safier krigen om nei binnen ta te gean om de medailles te rêden. Alle shirtsjes en ek de reinbôgetrui binne ferbrând.’’

Bergsma op de motor

Terug in Franeker kreeg Bonnema telefoon van Jorrit Bergsma. ,,Hy woe mei syn motor op paad. ‘Ha ’k in leuk ritsje, ik kom wol eefkes del’. De schaatser uit Aldeboarn bracht zijn gouden, zilveren en bronzen plakken langs.

Franke Sloothaak, de tot Duitser genaturaliseerde ruiter uit Rotstergaast, wilde Bonnema een door coronaregels bemoeilijkte autorit naar Duitsland besparen en verstuurde zijn drie medailles (twee van goud) aangetekend per post. ,,Dêr hie hy alle betrouwen yn en Franke hat de goed tweintich euro ferstjoerskosten sels betelle. Hy fûn it in geweldich inisjatyf.’’

Uiteindelijk belandden 32 van de 64 door Friezen gewonnen medailles in de Franeker vitrines. Daar komen nog drie bij, als de ouders van Marrit Leenstra terugkeren van vakantie bij hun in Italië wonende dochter. De prijzen van roeier Roelof Klein (1900), touwtrekker Sijtse Jansma (1920) en hockeyer Jan Geert Ankerman (1928) zijn niet te achterhalen.

Van de 64 medailles zijn 38 behaald tijdens Winterspelen. Zij zijn lang niet allemaal te bezichtigen, want Sven Kramer (9 medailles) en Rintje Ritsma (6) werkten niet mee. Datzelfde geldt voor zeilster Marit Bouwmeester (2). ,,Teloarstellend’’, zeggen Bonnema en Breuker begrijpelijkerwijs. ,,Mar we litte ús dêr de wille net troch bedjerre.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport