Olympische serie: Roeier uit Grou had met ‘eigen’ stuurman niet brons, maar zilver gewonnen

In de sport is niet alles goud wat blinkt. In 125 jaar Zomerspelen wonnen elf Friezen zilver en brons. In aanloop naar Tokio een serie. Deel 5: Herman Rouwé, 1964.

Herman Rouwé (rechts) in 1964 met de bronzen medaille. Achter hem Erik Hartsuiker en stuurman Jan Justus Bos.

Herman Rouwé (rechts) in 1964 met de bronzen medaille. Achter hem Erik Hartsuiker en stuurman Jan Justus Bos.

Herman Rouwé dacht 22 maanden voor de Olympische Spelen van Tokio niet aan meedoen, laat staan aan het winnen van een medaille. De op 20 januari 1943 in Grou geboren Rouwé was in de ban van de Elfstedentocht. Rouwé deed, twee dagen voor zijn twintigste verjaardag, mee aan de twaalfde editie. Hij werd op het noordelijk traject tegen zijn zin van het ijs gehaald. De drie tichten die volgden, vanaf 1985, volbracht Rouwé.

Hij was als student diergeneeskunde in Utrecht in aanraking gekomen met roeien. Nauwelijks twee jaar serieus bezig met de sport, wist hij zich te kwalificeren voor de olympische wedstrijden in Japan, waar geroeid werd op de baan die aangelegd was voor de Spelen van 1940. Die werden geannuleerd wegens het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. ,,De baan lag in een smerig industriegebied, waar zoveel smog hing dat je een droge mond kreeg en je tong aan je gehemelte vastplakte’’, aldus Rouwé. ,,We hadden geen water mee, maar een in plakjes gesneden citroen, die je op je tong moest uitknijpen.’’

Rouwé maakte deel uit van de twee met stuurman. Erik Hartsuiker uit Balkbrug (ook lid van het Utrechtse Tirion) en stuurman Jan Justus Bos waren zijn teamgenoten. Ze moesten zich via de herkansingen een weg naar de finale zien te banen. Dat lukte. ,,Op goud hadden we niet gerekend’’, aldus Rouwé. ,,Met brons waren we vlak na de finale niet ontevreden. Maar toen kregen we door dat we zilver hadden kunnen winnen. De stuurman had de stand van zaken tijdens de race beter moeten doorgeven. Hij was onder de indruk van de wedstrijd en heeft tijdens de race over twee kilometer nauwelijks iets gezegd. Als hij eerder had geroepen dat we de eindsprint hadden moeten inzetten, waren we tweede geworden. Nu kwamen we twee halen te laat.’’

Rouwé en Hartsuiker hadden al voor het toernooi hun bedenkingen over de aan hen toegewezen stuurman. ,,Het NOC bepaalde wie bij ons aan boord kwam. Dat is een verkeerde beslissing gebleken. Wij hadden graag met de stuurman van onze club geroeid’’, aldus de in Ferwert woonachtige Rouwé.

De finale werd gewonnen door de Amerikanen in 8,21,33 minuten. Voor Conn Findlay was het zijn tweede olympische zege na die van 1956. Die Spelen in Melbourne werden door Nederland geboycot vanwege de Russische inval in Hongarije. In Tokio won Frankrijk zilver in 8.23,15. Rouwé c.s. zaten daar slechts 0,27 seconde achter. ,,De finale was lang uitgesteld omdat de wind verkeerd stond. We lagen maar aan het startblok te wachten en kregen geen informatie. De Amerikanen kenden de starter en wisten wat de procedure zou zijn. Zij zijn het wedstrijdwater nog opgegaan omdat ze wisten dat het toch nog niet zou beginnen. Die voorkennis heeft ze voordeel gegeven.’’

Rouwé trainde destijds één keer per dag. ,,In de zomer gingen we naar twee trainingen op een dag, maar als je het met de roeisport van nu vergelijkt, waren we echte amateurs. De studie was ook heel belangrijk, want van het roeien kon je niet leven.’’

Hij studeerde af in 1968, het jaar waarin hij als lid van de vier met stuurman meedeed aan de Spelen van Mexico. ,,Die heb ik bewuster beleefd’’, zegt Rouwé. ,,In ’64 had je niks te willen, de bond bepaalde alles. Ik moest roeien, punt uit.’’ In Mexico strandde hij in de halve finale. Weer vier jaar later roeide er opnieuw een Rouwé op de Spelen. Henk, jongere broer van Herman, werd met de Acht negende.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport