Meeslepend op afstand, vol drama en heroïek: tien redenen waarom dit EK onvergetelijk is

Met de finale tussen Engeland en Italië, morgenavond 21.00 uur, moet de climax van het EK nog komen. Maar het toernooi is om deze tien redenen nu al onvergetelijk.

Harry Kane viert zijn winnende treffer namens Engeland tegen Denemarken.

Harry Kane viert zijn winnende treffer namens Engeland tegen Denemarken. FOTO AFP

RENAISSANCE ITALIË

Geen volkslied wordt gepassioneerder gezongen dan het Fratelli d’Italia. De mooiste shirts hadden ze ook al. Maar dit toernooi speelt Italië bovendien het beste voetbal.

Resoluut rekent bondscoach Roberto Mancini af met de aloude Italiaanse voetbalfilosofie, gestoeld op defensieve zekerheid. Opkomende backs, geweldige vleugelaanvallers en technische middenvelders belichamen de renaissance van La Squadra Azzurra. En ja, ondertussen vertrouwt Mancini nog altijd op Leonardo Bonucci en Giorgio Chiellini, zijn oudgedienden in het centrum van de verdediging.

Over die laatste gesproken: gezien hoe sluwe vos Chiellini zijn psychologische trucs uit de kast haalde, vlak voor de strafschoppenreeks in de halve finale? Spanje-captain Jordi Albi wist zich er overduidelijk geen raad mee. De penalty’s moesten nog worden genomen, maar eigenlijk stond de winnaar van de serie al vast.

GØNFACTOR

Opeens werd het muisstil in Kopenhagen, toen Christian Eriksen vlak voor rust een hartstilstand kreeg. Huilend vormden de Deense voetballers een menselijk schild tegen de camera’s en fototoestellen, terwijl hun ploeggenoot vocht voor zijn leven.

Met succes, zo bleek al snel. En dus werd het duel met Finland zowaar uitgespeeld. De uitslag – Denemarken verloor met 1-0 – werd ter kennisgeving aangenomen.

Nadat ook de tweede wedstrijd werd verloren, leek de rol van Denemarken uitgespeeld. Niemand die de ploeg iets verweet. Denemarken verzoende zich al met de uitschakeling. Meer dan ooit was voetbal immers bijzaak.

Tot de ploeg van bondscoach Kasper Hjulmand op zeldzaam vertoonde wijze de rug rechtte. Sportief zat het geluk mee – de geestdrift van het team en de gunfactor van de wereld deden de rest. De opmars van de Denen eindigde uiteindelijk in de halve finale.

FALEND ORANJE

De diepe frons op het gelaat van Frank de Boer. De omstreden wissel van Quincy Promes voor Donyell Malen, pijnlijke gelijkenissen vertonend met het EK van 2004, toen Arjen Robben naar de kant werd gehaald. De handsbal van Matthijs de Ligt, resulterend in een rode kaart, als opmaat voor de nederlaag tegen Tsjechië.

Het duel met de Tsjechen is amper twee weken geleden, maar gevoelsmatig is het echec in het snikhete Boedapest lichtjaren ver weg. Dat komt onder meer door het zeldzaam lage verwachtingspatroon van Oranje, dat zich al ver voor het toernooi aftekende. Oké, heel even was er in het land een moment van euforie, vooral gebaseerd op het ogenschijnlijk makkelijke speelschema na de groepsfase.

Maar dat was, zo bleek tegen Tsjechië, volledig misplaatst. Meer nog dan teleurstelling, zorgde de uitschakeling in Nederland voor berusting – en dat zegt alles over de falende bondscoach en zijn elftal. Het EK 2021 is niet meer dan een voetnoot in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal.

SPEKTAKEL OP 28 JUNI

Een dag na het fantasieloze geschuif van Oranje stonden er twee nieuwe achtste finales op het programma. Kon het contrast groter? Maar liefst veertien doelpunten, verdeeld over de wedstrijden Kroatië tegen Spanje en Frankrijk versus Zwitserland. Meeslepende wedstrijden en dito verlengingen, prachtige doelpunten, continu wisselende scenario’s én de gedoodverfde favoriet voor de toernooizege die na strafschoppen verloor.

Zie hier een ruwe schets van maandag 28 juni, vermoedelijk de mooiste voetbalavond uit de recente geschiedenis.

GOUDEN GENERATIE?

Het was niet de vraag óf maar wanneer de Belgen gingen gouddelven. Dat kon toch niet anders met deze generatie topvoetballers?

Zoals verwacht verliep de groepsfase rimpelloos. Vervolgens werd Portugal in de achtste finales verslagen. Maar toen werd de Belgische droom ruw verstoord door Italië.

Zeker is dat bondscoach Roberto Martínez nu moet doorselecteren. Vooral zijn verdediging is immers op leeftijd. Langzaamaan wordt het einde van een gouden generatie ingeluid. De opbrengst van hun eindtoernooien? Drie kwartfinales en op het WK van 2018 een halve finale. Zeker niet slecht, maar ongetwijfeld hadden de Belgen pakweg acht jaar geleden op veel meer gehoopt.

FOOTBALL IS COMING HOME

Geen land snakt meer naar de EK-titel dan Engeland, dat zichzelf ziet als de voetbalnatie bij uitstek. Talent was er de voorbije decennia in overvloed, maar tijdens toernooien ging het steeds mis voor de Engelsen. Niet in de laatste plaats door randzaken buiten het veld.

Daarvan is nu geen sprake – en dat valt grotendeels op het conto te schrijven van bondscoach Gareth Southgate. Een nogal saaie, correcte en bovenal realistische man uit Watford.

Zo bekeken kun je het karakter van Southgate moeiteloos projecteren op de spelopvatting van Engeland. Flitsend en avontuurlijk is het voetbal allerminst, maar Southgate heeft wél een hecht collectief vol taakbewuste spelers gesmeed.

Nu lonkt voor Engeland, 55 jaar na de wereldtitel, dé kans op nieuw eremetaal. En dus klinkt deze dagen vaker dan ooit in pubs, op straat en in woonkamers de gecultiveerde Engelse meezinger ‘Football is coming home’.
Gaat het morgen dan eindelijk gebeuren?

NIEUWE EN OUDE HELDEN

Nieuwe sterren drukten hun neus aan het venster. Pedri bewees zich als de onomstreden opvolger van Iniesta bij Spanje, terwijl Denzel Dumfries een lichtpunt was bij Oranje. Mikkel Damsgaard was de revelatie bij Denemarken en de relatief onbekende Patrik Shick scoorde erop los bij Tsjechië.

Shick moet zijn voorlopige topscorerstitel – vijf goals – delen met Cristiano Ronaldo. En o ja, de 36-jarige Portugese vedette kroonde zich en passant tot topscorer aller tijden in het interlandvoetbal.

De eveneens ervaren Harry Kane kan Ronaldo en Shick overigens nog achterhalen. De spits van Engeland staat op vier treffers, maar heeft de finale nog tegoed.

Bij Italië zijn nestors Chiellini en Bonnuci van onschatbare waarde. Luka Modric, maker van het mooiste doelpunt dit toernooi, neemt Kroatië nog altijd bij de hand. Bij Duitsland is het met Toni Kroos niet anders.

De oude garde bewees dit EK nog lang niet versleten te zijn.

LEGE EN VOLLE STADIONS

Het begon stilaan te wennen: de lege stadions, of slechts plukjes mensen op de tribunes. Bij de meeste EK-wedstrijden was dat niet anders. De bezetting in de stadions, gecombineerd met het feit dat het toernooi in twaalf verschillende landen werd gehouden, zorgde meer dan normaal voor een eindronde op afstand.

Toch zorgde dit EK zonder twijfel ook voor hoop op betere tijden. Surrealistisch was aanvankelijk het uitpuilende stadion in Boedapest. Maar wat beklijft: de extase op de tribunes, zoals ook het geval was in het kolkende stadion van Kopenhagen. En wat te denken van Wembley? Zelden zo’n uitbarsting van vreugde gezien als afgelopen woensdag, na de winnende treffer van Harry Kane tegen Denemarken.

ED’TJE TOPSCORER

Enthousiast gleed Simon Kjaer de gelijkmaker binnen tegen Engeland. In het verkeerde doel welteverstaan. De Deense mandekker bevindt zich in goed gezelschap: liefst elf keer werd dit EK in eigen doel gescoord.

Een uitzonderlijk hoog aantal, onderzocht VI . Ter vergelijking: tijdens de vijftien vorige EK’s werden in totaal slechts negen eigen doelpunten genoteerd.

Met een knipoog kun je vaststellen dat niet Ronaldo, Schick of mogelijk Kane topscorer wordt. Die eer is toebedeeld aan Ed-tje stelde VI , verwijzend naar de afkorting Eigen Doelpunt.

KLEINE LANDEN BESTAAN NIET

Twijfels waren er volop, in aanloop naar het EK 2016, toen voor het eerst 24 landen deelnamen aan het toernooi. Deze editie was dat niet anders. Maar inmiddels kan worden vastgesteld dat kleine voetballanden niet meer bestaan – of zich in ieder geval uitstekend wapenen tegen de grootmachten.

Noord-Macedonië en de ronduit tegenvallende Turken bleven als enige landen puntloos. Van de Schotten hoef je geen oogstrelend combinatievoetbal te verwachten, maar de passie vergoedde veel. Hongarije werd vooraf als volstrekt kansloos gezien in groep F, alom beschouwd als de poule des doods met Frankrijk, Portugal en Duitsland. Maar wat bleek? De Hongaren stonden in drie wedstrijden uiteindelijk slechts zes minuten op achterstand en liepen ternauwernood de achtste finales mis.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
EK voetbal