Johannes Bakker ging 75 jaar geleden kijken bij een voetbalwedstrijd, met dramatische gevolgen

Johannes Bakker in Sneek, omstreeks 1943.

Zaterdag herdenkt Nederland zijn oorlogsslachtoffers. Eén van hen is Johannes Bakker. Hij ging 75 jaar geleden in Sneek kijken bij een voetbalwedstrijd, met dramatische gevolgen.

Johannes Bakker was gewaarschuwd om op 21 mei 1944 niet naar de wedstrijd tussen de elftallen van de districten Noord en West - met als blikvangers Abe Lenstra en Kick Smit - te gaan.

,,Veel mensen vertrouwden de Duitsers niet’’, vertelt zijn zus Aafje Faber-Bakker (84). ,,Zij zeiden dat ‘de moffen’ wat gingen ‘uitvreten’ als er duizenden mensen op die wedstrijd af zouden komen. Maar Johannes was gek op voetbal. Hij ging toch…’’

De destijds 21-jarige Sneker werd met nog twintig mannen slachtoffer van een razzia. Zijn vriendin Botje Kloostra uit Nijesyl was op dat moment drie maanden zwanger. Toen zij in november 1944 beviel van zoon Gerben, werkte Johannes Bakker onder erbarmelijke omstandigheden voor de Duitsers op het Waddeneiland Norderney.

'Tante! tante!'

Aafje Faber-Bakker herinnert zich veel details. ,,Op de middag van de razzia is mama naar de kerk geweest. Na de dienst liep ze op met oom Bote en tante Jacobje. Zij gingen linksaf en moesten bij de spoorwegovergang wachten op de trein die van station Sneek naar Leeuwarden reed. Toen de trein passeerde, hoorden ze uit een open wagon ineens iemand schreeuwen. ‘Tante! Tante!’ Dat was Johannes. Later begrepen we dat het de trein was die de bij de voetbalwedstrijd opgepakte mannen naar de gevangenis bracht.’’

,,Oom en tante hebben mijn moeder meteen gewaarschuwd. Mama zat enorm over Johannes in. Toen hij vanuit Leeuwarden naar Kamp Amersfoort werd gebracht, heeft ze ook daar kleren en eten voor hem afgegeven. Volgens mij heeft hij dat nooit gekregen. Mama heeft Johannes niet gezien of gesproken. Ach, wat had ze er een verdriet van…’’

De moeder van Johannes, Aagje Bakker, had anderhalf jaar voor haar oudste zoon was opgepakt afscheid moeten nemen van haar man. Hij overleed op 59-jarige leeftijd.

Het echtpaar kreeg zes kinderen. Johannes was de oudste. ,,Ruim twee jaar later werd Wessel geboren’’, vertelt zus Aafje. ,,Met hem is het ook heel naar afgelopen. Wessel was twaalf toen hij raar ten val kwam. Hij liep een flinke hoofdwond op. Daar kwam een infectie bij en daar is hij aan gestorven. Ik ben de jongste, een kerstkindje uit 1934. Johannes en ik scheelden twaalf jaar. Hij was altijd lief en speelde vaak met me als ik in de kinderstoel zat.’’

Het gezin Bakker had het in de Tweede Wereldoorlog niet breed. ,,Johannes verdiende geld als grondwerker in de Wieringermeer. Later werd hij machinebankwerker bij Nooitgedagt in IJlst. Daar ontmoette hij Botje. Ik herinner me dat ik eens met Johannes naar de gaarkeuken liep om eten te halen. Het woei heel hard en op de terugweg werd de deksel van het emmertje geblazen. Toen we thuis waren, was het eten koud.’’

Lees ook: 'Razziawedstrijd' in Sneek op 21 mei 1944 wordt 75 jaar na dato herdacht

Geen fijne jaren

Het waren geen fijne jaren, vertelt Aafje Faber-Bakker. ,,Mama was erg bang. Ze wist ’s avonds niet hoe snel ze de ramen moest verduisteren. Als je de Duitsers door de straat hoorde marcheren, klopte het hart je in de keel. En ze kwamen altijd twee keer voorbij, want we woonden aan een doodlopende straat, dus ze liepen altijd weer terug. Ik weet nog dat ik een paar weken niet naar school mocht omdat ik luizen had.’’

Johannes werd op 21 mei 1944 op het voetbalveld gearresteerd door de Duitsers, die op arbeidskrachten joegen. Drie dagen later werd hij vanuit Leeuwarden naar Kamp Amersfoort vervoerd. Dat lot trof nog drie in 1922 geboren mannen die bij de ‘razziawedstrijd’ in Sneek waren opgepakt. Bakker en stadgenoot Holke Kuiper werd op 9 juni 1944 op transport gezet naar Duitse werkkampen. Kuiper overleefde de verschrikkingen. Willem Rienstra uit Hommerts vertrok drie maanden later naar Neuengamme. Hij is daar op 9 maart 1945 gestorven; zijn lichaam is nooit gevonden. Sneker Sipke Nauta ontsprong de dans omdat hij geelzucht had. Hij is, net voor de trein vertrok, vrijgelaten.

Johannes Bakker moest aan het werk op het Duitse Waddeneiland Norderney. Bunkers bouwen onder mensonterende omstandigheden. De Duitsers hadden toegezegd dat iedere dwangarbeider hoogstens zes maanden zou hoeven werken. Die toezegging werd vaak geschonden, maar kan wat betreft Johannes Bakker zijn nagekomen. Hij stond begin januari 1945 ineens op de stoep van zijn ouderlijk huis, zwaar ziek.

,,Hij is per trein en paardenwagen teruggekeerd’’, aldus Aafje Faber-Bakker. ,,Johannes had tbc. Omdat dit erg besmettelijk was, moesten mijn zus Froukje en ik overdag het huis uit. Johannes lag in een ledikant bij het raam.’’

Bij zijn terugkeer was Johannes zes weken vader. Aafje: ,,Botje is eind november 1944 bevallen van een zoon. Of Johannes de kleine Gerben in zijn armen heeft gehad, weet ik niet, want met die ziekte was dat gevaarlijk. Over de middag van de razzia wilde Johannes niks vertellen. Hij was geen prater en zal mama niet met de ellende hebben willen opzadelen.’’

Trouwde op z'n sterfbed

Johannes trouwde op 15 januari 1945 met Botje Kloostra. ,,Op zijn sterfbed’’, aldus Aafje Faber-Bakker. ,,Er kwam iemand van de gemeente bij ons thuis om het te regelen. Mijn moeder zei dat Botje dan in aanmerking kwam voor een uitkering. Maar het gebeurde ook om praatjes te voorkomen en om Gerben officieel de naam te kunnen geven van zijn vader.’’

Zes dagen nadat hij was getrouwd, is Johannes Bakker overleden. ,,Het was allerverschrikkelijkst’’, zegt zus Aafje. ,,Mama kreeg het nóg moeilijker. Ze heeft een bedstee in stukken gezaagd om hout voor de kachel te hebben. Ze was na de bevrijding bang dat de huisbaas zou eisen dat ze een nieuwe bedstee moest betalen. Gelukkig hoefde dat niet.’’

Aafje Faber-Bakker en haar zoon Wessel denken dat de trieste geschiedenis bekender was geweest als de naam van Johannes bijvoorbeeld op een herdenkingsmonument zou zijn geplaatst. Wessel Faber: ,,Mij is verteld dat zijn naam nooit op een monument is gezet, omdat hij niet in Duitsland is overleden en niet in Nederland door de Duitsers is vermoord. Daarom wordt hij niet als oorlogsslachtoffer gezien, maar dat is oom Johannes natuurlijk wel.’’

Dit is een ingekorte versie van het verhaal over Johannes Bakker, zoals dat staat in het boek 21 man . Daarin staat de razziawedstrijd centraal. Het boek verschijnt op 21 mei.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
1944