Olympische serie: Friese Duitser Franke Sloothaak begon goudjacht met brons

In de sport is niet alles goud wat blinkt. In 125 jaar Zomerspelen wonnen elf Friezen zilver en brons. In aanloop naar Tokio een serie. Deel 6: Franke Sloothaak, 1984.

In de olympische geschiedenis der Friezen neemt Franke Sloothaak een bijzondere positie in. Hij werd op 2 februari 1958 geboren in Heerenveen, groeide op in Rotsterhaule en bereikte als springruiter vier keer de Spelen. Wel als Fries (,,Dat bliuwst dyn hiele libben’’), maar niet namens Nederland. Sloothaak had zich namelijk op 21-jarige leeftijd tot Duitser laten naturaliseren. Hij woont daar inmiddels 46 jaar, trouwde een Duitse vrouw en kreeg met haar twee kinderen.

Sloothaak raakte op tienjarige leeftijd in de ban van de ruitersport nadat zijn vader hem een pony had gegeven. Zijn eerste schreden op het wedstrijdpad zette hij als lid van de Tjongerruiters in Oranjewoud. Na met het Nederlandse juniorenteam zilver op het EK te hebben gewonnen, werd Sloothaak op vijftienjarige leeftijd de jongste nationaal kampioen in de Z-klasse.

Hij werd ontdekt door de Duitser Alwin Schockemöhle, die in 1960 te Rome olympisch goud had behaald en daar in Mexico en Montreal brons, zilver én nogmaals goud (individueel) aan toevoegde. Een jaar na zijn derde olympische deelname (1976) moest Schockemöhle vanwege rugklachten stoppen als springruiter, waarna hij trainer werd. In die hoedanigheid nodigde hij Sloothaak uit om stage te komen lopen.

Het Friese talent voelde zich thuis in Duitsland. Hij kreeg er alle kans zich verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd voelde Sloothaak zich in eigen land enigszins miskend en waren er minder mogelijkheden om met toppaarden te werken. Na het verkrijgen van het Duits staatsburgerschap was het de bedoeling dat Sloothaak al in 1980 olympisch deelnemer zou worden voor zijn nieuwe vaderland. Dat ging niet door vanwege de boycot van de Spelen van Moskou, nadat Rusland Afghanistan was binnengevallen.

In 1984 debuteerde Sloothaak op de Spelen. In Los Angeles maakte hij deel uit van de Duitse équipe die brons veroverde. Sloothaak kwam uit op de ruin Farmer, uit de stal van Paul Schockemöhle, de broer van zijn eerdere trainer. Nog datzelfde jaar werd Farmer voor omgerekend zo’n 600.000 euro verkocht. Sloothaak werd daar ogenschijnlijk niet warm of koud van, want de bronzen medaille bleek slechts het begin van de olympische goudjacht. Wederom in teamverband reed hij in 1988 naar het hoogst haalbare op de rug van de beroemde hengst Walzerkönig.

Daarmee was de honger van de voormalige pupil van Lammert Brouwer (Oudeschoot) en Lammert Haanstra (de latere directeur van het Fries Paardencentrum in Drachten) niet gestild. Op de Spelen van Barcelona werd niets gewonnen, maar vier jaar later, in Atlanta, bemachtigde Sloothaak zijn tweede gouden plak. Het Friese feest werd in 1996 compleet gemaakt door de triomf van de volleybalploeg met Olof van der Meulen (Sneek), Richard Schuil (Leeuwarden) en Jan Posthuma (Dokkum), aangevoerd door de in Oosterwolde geboren bondscoach Joop Alberda. Sloothaak reed in de Amerikaanse stad op de vosruin Joli Coeur, gefokt in de stal van de rijke Italiaanse sponsor Vincenzo Muccioli. Hij werd tevens bekend als stichter van een afkickkliniek voor drugsverslaafden. Joli Coeur verdiende bijna 1,5 miljoen euro voor zijn baas.

Sloothaak is nog altijd actief in de paardensport. Zijn Friese roots koestert hij. Toen hij in 2007 meedeed aan Indoor Friesland en op vrijdagavond de wedstrijd won, werd het Duitse volkslied gespeeld. Sloothaak liet doorschemeren dat hij minstens zo graag, zo niet liever, het Fries volkslied had gehoord. Hij kon zijn emoties nauwelijks de baas toen hij in Leeuwarden ook de zaterdagwedstrijd won en tijdens de prijsuitreiking Frysk bloed tsjoch op! uit de luidsprekers schalde. ,,Fantastysk moai foar eigen publyk.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport