Olympische serie: Domineeszoon uit Wommels was belangrijke pijler van eerste hockeysucces

In de sport is niet alles goud wat blinkt. In 125 jaar Zomerspelen wonnen elf Friezen zilver en brons. In aanloop naar Tokio een serie. Deel 4: Jan Geert Ankerman, 1928.

Tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam was Nederland present met 214 sporters, op een totaal van 2875. Kaatsen en korfbal waren demonstratiesporten. Hockey stond voor de derde keer op het olympische programma.

Oranje debuteerde en deed dat uitstekend. De poulewedstrijden tegen Frankrijk (5-0) en Duitsland (2-1) werden gewonnen, waarna de 1-1 tegen Spanje toereikend was voor een plaats in de finale. Daarin was India (dat in de poule 26 keer had gescoord en geen tegentreffer toestond) met 3-0 te sterk. Het zilver was een van de 23 medailles (8-10-5) voor Nederland, dat meedeed in 15 sporten.

Een belangrijke pijler van de hockeyploeg was Jan Geert Ankerman. Hij werd op 2 maart 1906 geboren in Wommels als zoon van dominee Jan Ankerman, die met zijn vrouw vier jaar eerder was overgekomen uit Utrecht. Het gezin verkaste in 1909 naar Den Haag, waar Ankerman senior lid van de Tweede Kamer werd namens de CHU, de Christelijk Historische Unie. Jan Geert kwam als gymnasiumstudent in aanraking met hockey en werd lid van HDM, de Haagsche Delftsche Mixed.

Op 21-jarige leeftijd debuteerde de elektrotechnisch ingenieur in het Nederlands elftal, waarvoor hij 15 keer zou uitkomen. In de olympische finale sloeg de middenvelder bepaald geen modderfiguur, zo blijkt uit het verslag in het destijds gezaghebbende tijdschrift De Corinthian . ‘Ankerman, niet al te snel, was weer de pushingman achter zijn rechtervleugel. Zijn kalme tactische wijze van aangeven met listige pushes verdient vermelding’.

De geboren Wommelser trouwde eind 1929 met de uit Hongarije afkomstige Viola Boronkay. Het paar emigreerde naar Nederlands-Indië. Dit tot verdriet van de Nederlandse hockeybond, ‘want zonder eenig voorbehoud kan men Ankerman de beste Hollandsche hockey-speler noemen. Zijn spel is het summum van technische vaardigheid en daarbij is zijn tactiek eveneens superieur en beschikt hij over veel snelheid en uithoudingsvermogen’, aldus een krant uit die tijd.

Ankerman, een allround sportman, wiens jongere broer Gerard eveneens hockey-international werd, was ook in de voormalige kolonie actief in de hockeysport. Hij werkte voor de HVA (Handelsvereeniging Amsterdam), die zich bezighield met de productie en export van onder andere suiker, palmolie, thee en rubber.

Jan Geert Ankerman werd vader van vier kinderen. Als officier van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) werd hij in april 1942 door de Japanners gevangen genomen. In een van de gevangenkampen ontmoette hij de latere cabaretier Wim Kan, die de voormalig hockey-international vier keer noemt in zijn Burmadagboeken 1942-1945. ‘Met Ankerman gewandeld en prettig gepraat’, noteerde Kan op 6 juli 1942. Vijf maanden later schreef Kan over Ankerman ‘zwaar ziek’ en ‘erg slecht’.

Op 26 januari 1943 meldde Kan de dood van Ankerman. Uit officiële stukken blijkt dat de domineeszoon reeds op 27 december 1942 aan dysenterie is gestorven in Rangoon, Birma (tegenwoordig Myanmar). Pas na de oorlog werd dit bekend bij de familie. Op 3 oktober 1945 verscheen een rouwadvertentie in Het Parool. ‘Heden ontvingen wij de droeve tijding, dat 27 Dec. 1942 te Rangoon is overleden, onze geliefde Zoon, Broeder, Behuwdbroeder en Oom Ir. Jan Geert Ankerman in den ouderdom van 37 j’.

Van het succesvolle hockeyteam van 1928 hebben ook August Kop en Emile Duson de verschrikkingen onder Japans bewind niet overleefd. Jan Geert Ankerman ligt begraven op een ereveld in Jakarta.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Olympische Spelen