Olympische serie: Brons voelde voor wielrenster Monique Knol door vete met rivale als tweede goud

In de sport is niet alles goud wat blinkt. In 125 jaar Zomerspelen wonnen elf Friezen zilver en brons. In aanloop naar Tokio een serie. Deel 7: Monique Knol, 1992.

Met Monique Knol, de kampioene van vier jaar eerder, en regerend wereldkampioene Leontien van Moorsel, had Nederland tijdens de wegwedstrijd in Barcelona twee geweldige ijzers in het olympische vuur. Maar de wielrensters konden elkaar niet luchten of zien en weigerden het vuile werk op te knappen toen Kathy Watt in de slotfase van de race over 81 kilometer ontsnapte. De Amerikaanse won met 20 seconden voorsprong op de Franse favoriete Jeannie Longo, Knol sprintte naar het brons. Van Moorsel kwam in dezelfde tijd als 23ste over de meet.

De op 31 maart 1964 in Wolvega geboren Knol doet er 29 jaar na het winnen van haar tweede olympische medaille niet moeilijk over. ,,Dat brons voelde voor mij als goud. Dat had te maken met de slechte relatie die ik had met Van Moorsel en haar trainer Piet Hoekstra. Ik had in Barcelona echt iets van: ‘Ík heb tenminste nog iets, jij niets’. Maar natuurlijk had ik mijn olympische titel kunnen prolongeren. Als we de zaak bij elkaar hadden gehouden, had ik gewonnen, want ik was de rapste van allemaal.’’

Knol heeft zelfs nu nog weleens last van de negatieve zaken die zich tijdens haar succesvolle carrière hebben voorgedaan. ,,Mensen zeggen vaak: geniet nou van alle mooie dingen die je hebt beleefd, maar dat valt me zwaar. De aard van het beestje. Er zit heel veel zeer. Nee, Van Moorsel en ik hebben het nooit uitgepraat.’’

,,Het lukt me de laatste jaren steeds beter om het een plekje te geven. Dan zeg ik tegen mezelf: Hé meid, je hebt zonder doping gebruikt te hebben toch maar mooi een wereldtitel en olympisch goud veroverd. Ik ben ook wereldkampioene tijdrijden geweest én ik heb een heleboel mooie koersen gewonnen. Dat zien mensen soms over het hoofd, maar van die overwinningen heb ik ook enorm genoten.’’

Als dochter van een onderwijzer woonde Knol niet lang in Wolvega. ,,We hebben daarna een tijdje in Lemmer gewoond en op meerdere plaatsen buiten Friesland. Ik kom niet vaak meer in Friesland, maar er zijn wel speciale banden. Mijn oma kwam uit Drachten en mijn opa uit Langweer en toen ik bondscoach was van de junioren had ik vier talentvolle Friese meiden onder mijn hoede. Bertine Spijkerman was een beste. We trainden vaak in Friesland. Wat ook mooi is: ik ben nu dressuuramazone en rij altijd op Friese paarden. Helaas is mijn eerste net overleden, hij is 27 jaar geworden. Toen ik hem zag op de hengstenkeuring in Leeuwarden, wilde ik ‘m meteen hebben. Ik heb er nu nog eentje. Schitterende beesten met een ‘eigen’ kop.’’

Samen met eega Wim Kruis (haar voormalig trainer) zal Knol binnenkort naar het Kaatsmuseum in Franeker rijden. Daar liggen haar olympische medailles tentoongesteld. ,,Dat die er nog zijn, is een klein wonder’’, vertelt ze.

,,Twee jaar geleden is ons huis in Wezep volledig afgebrand. Al mijn wielertruien lagen op zolder en zijn verbrand. Normaal gesproken zouden mijn medailles daar ook hebben gelegen, maar vlak voor de brand had Wim ze naar beneden gehaald en in een vitrinekastje gelegd. Een brandweerman is erin geslaagd ze te redden.’’

Knol rilt bij de gedachte aan die fatale avond. ,,Gelukkig zijn alle dieren gered. Maar voor ons nooit meer een rieten dak en een houtkachel.’’

Fietsen doet ze niet meer. ,,Hooguit naar de supermarkt voor boodschappen. Naast de dressuur ben ik veel aan het wandelen. Bijna elke dag, want dat fanatieke raak ik nooit kwijt. Ik moet altijd veel van mezelf, dat is best lastig.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport