Winterkamperen: opwarmen in de tipi

Winterkamperen hoeft niet koud te zijn

Winterkamperen klinkt extremer dan het is. Met een kant-en-klare tent inclusiefkachel is het zelfs verrassend comfortabel.

Waterkoker

’Is er heel misschien ook een waterkoker? Dan kan ik mijn kruik vullen’, vraagt Josephine in onze appgroep Bevriezen in de tipi . ‘Geen waterkoker denk ik. Wel een houtkachel en pan. Komt goed’, reageer ik.

Wat we precies kunnen verwachten van dat winterkamperen, kan ik mijn vriendinnen Corien (30) en Josephine (29) niet vertellen. Ik ken niemand die het al eens gedaan heeft, behalve een militair die beroepshalve moest, en zijn verhalen waren niet al te positief: afzien! Gelukkig zijn de vrouwen avontuurlijk ingesteld. De auto volproppen met dekens, vesten, drank en eten; de rest zien we ter plekke. Dat lijkt me de beste aanpak. Zo tuffen we gedrieën naar natuurkampeerterrein Borger, waar hopelijk de tipi voor ons klaarstaat.

Harde wintergrond

We draaien een bospad op, aan het einde zien we de kampeerplek liggen. We moeten even zoeken op het uitgestrekte terrein met één caravan en één oranje tentje, waarin ik zo op het eerste oog geen winterse nacht zou willen doorbrengen.

Verderop, op een veldje tussen de bomen, verrijst een hoge tent. Verhuurder Lukas van der Velde van Tipiskamperen slaat net de laatste haringen in de grond. ,,Het kost wat extra kracht met die harde wintergrond’’, zegt hij terwijl hij puffend opkijkt van zijn klus. Kijk: die moeite is ons dus al bespaard door een kant-en-klare tent te regelen.

Corien ploft neer op een leunstoeltje. ,,Even lekker weg van de werkstress.’’ Josephine richt zich tot de verhuurder: ,,Hoe steken we zo'n houtkachel eigenlijk aan?’’

Winterkamperen klinkt best gek, maar volgens Van der Velde loopt het met de tipiverhuur ook in de koudste maanden van het jaar lekker. ,,Je moet ervoor zorgen dat je warm blijft. Want warm wórden is een stuk lastiger dan warm blijven. Maar met een kacheltje in de tent is er eigenlijk geen kunst aan’’, stelt hij ons gerust.

Tot een jaar of vier geleden werkte hij voor het ministerie van VROM. Door een reorganisatie werd hij gedwongen iets anders te verzinnen. Als kampeerliefhebber begon hij met tipiverhuur en dat bleek een goede greep. Al kiest hij zelf eerder voor het echte werk: hiken met een rugzak, het liefst in de bergen, lichtbepakt en dus een tentje mee: back to basics .

Wij vinden dit basic genoeg. Later horen we van boswachter Martijn Harms dat de echt stoere winterkampeerders in een hangmat tussen de bomen hangen.

Rust en ruimte

Terwijl Van der Velde de tent inricht, neemt Harms ons onder zijn hoede. Eerst een rondje over het terrein, dan het bos in en de heide op. Als boswachter is hij tevens beheerder van het kampeerterrein. Toen de toiletgebouwen een aantal jaren geleden moesten worden vervangen, greep hij het moment aan om ze geschikt te maken voor winterkamperen. Overdekt, verwarmd sanitair is daarbij een must.

,,Voor veel eigenaren is het niet rendabel om hun camping in de winter open te houden’’, verklaart hij. ,,Maar als boswachter ben ik toch meestal in de buurt, daarbij kunnen bezoekers zich bij het digitale aanmeldpunt op het veld zelf melden. Zo kost het niet zoveel geld of moeite om open te blijven.’’ Waar een reguliere camping in de winter vooral leeg en ongezellig oogt, geeft dat op deze plek in het bos vooral het gevoel van rust en ruimte. En laat dat nou net het motto zijn van het natuurkampeerterrein.

Oorverdovende stilte

Harms neemt kampeerders mee de Hondsrug op en laat zien hoe toekomstbomen de ruimte krijgen om flink te groeien om uiteindelijk te worden gekapt. We lopen een stukje over de keien die honderd jaar geleden de ‘snelweg’ vormden tussen Groningen en Zwolle. Voor het echte winterse gevoel laat Harms ons natte voeten halen in de heide. ,,Het allermooiste van winter op de Hondsrug is sneeuw. Als het hier helemaal bedekt is, wordt het geluid nog meer gedempt dan nu.” De stilte doet nu al bijna pijn aan onze stadse oortjes.

De boswachter vertelt dat het winterkamperen steeds populairder wordt. ,,Mensen hebben behoefte om te onthaasten en waar kan dat beter dan in de natuur, zonder enige afleiding?’’ Met oudejaarsdag stond het terrein bijvoorbeeld helemaal vol, vooral met mensen die het vuurwerk wilden ontvluchten. ,,Ik heb voor iedereen oliebollen gehaald, die we warm maakten boven het vuur. Dat soort momenten is echt heel leuk.’’

Vriendinnen Corien en Josephine zijn het erover eens: winterkamperen is de perfecte manier om te ontstressen en eens goed met elkaar te praten. ,,Ik ben me er ineens zo van bewust dat er een hele wereld bestaat naast ons stadse leventje met drukke agenda’s en deadlines. Ik moet echt vaker even de natuur in’’, zegt Corien. ,,In een huisje hadden we nu een film opgezet of had ik een boek gepakt. Hier zijn we meer met elkaar bezig’’, constateert Josephine. ,,Aan andere dingen kom je niet eens toe. Je bent echt bezig met kamperen. Warm blijven als activiteit.’’

Gek genoeg is dat ontzettend leuk en ontspannend. Het vuurtje aanhouden kost de meeste focus, elk half uur legt iemand er met grote zorgvuldigheid een nieuw blok hout op, om er daarna geduldig voor te zorgen dat het blok vlam vat. Koken op je eigen gestookte kacheltje voelt bijzonder goed. Gewikkeld in dekens peuzelen we de soep tevreden op.

Om een uur of tien zijn we uitgeteld. We stoken het vuur nog een laatste keer op, vullen drie kruiken en bouwen ieder een warm nestje om in te slapen. ,,Inrollen in een wollen deken’’, had de moeder van Corien getipt. ,,En dan de slaapzak in.’’

Winterslaap

De volgende ochtend denkt Josephine heel anders over winterkamperen. ,,Ik ben toch meer een winterbungalowbezoeker.’’ Ze heeft geen oog dicht gedaan van de kou. Terwijl Corien en ik als een roos in een tien uur durende winterslaap waren gezakt en pas wakker werden toen de vogeltjes zich al luid lieten horen, sloop Josephine ’s nachts de tent uit om door de boomtoppen heen de sterrenhemel te bewonderen. Zo helder zie je die niet in de stad.

Na een ontbijt met yoghurt, koude jus d’orange (een koelkast is niet nodig) en warme thee, ruimen we de eet- en logeerspullen op en doven we het vuur. ,,Of moeten we die arme mensen van dat kleine oranje tentje vragen of ze zich in de tipi willen warmen?’’ vraagt Josephine zich nog even af.

In het heerlijk verwarmde toiletgebouw treffen we de bewoner van het tentje. ,,Ideaal juist, kamperen in de winter’’, zegt ze. ,,In de zomer vind ik het al snel te warm in de tent. Ik heb een plek met elektriciteit, zodat ik een kacheltje kan aansluiten. Dan maakt het niet uit hoe koud het is, in de tent warm ik weer lekker op’’, vervolgt de van oorsprong Australische. Meer wintervoordeel: de stilte op het kampeerterrein, de plaatsen zijn goedkoper en het vennetje is op z’n mooist.

,,Na de heide naar rechts’’, wijst de Australische ons de weg. Met Google Maps in de hand vinden we het vennetje makkelijk en inderdaad: wat een prachtige kleuren. Het meer is afgedekt met een flinterdun laagje ijs dat een grote grijze spiegel vormt. Daarboven wat voorzichtig groen, dat overloopt in het bruin van kale boomtoppen. De mekkerende warm aangeklede schaapjes op de achtergrond maken het plaatje helemaal af.

Ontspannen rijden we terug. Vrienden zijn heftig onder de indruk van ons avontuur en van de ontberingen die daarbij horen in hun rampscenario. Dat we in een luxe tipi met kachel sliepen, vertellen we nog even niet.

Klik hier om terug te keren naar Reis!

Of like Reis! op Facebook , Twitter en Instagram

Nieuws

Meest gelezen