We verkwanselen onze scheepsbouw | opinie

‘De maritieme maakindustrie is van strategisch belang.’ FOTO ANP

Hoewel de scheepsbouw in ons land hoog staat aangeschreven en het tegelijkertijd het economisch zwaar heeft, ziet NMT-voorman Roel de Graaf tot zijn ongenoegen Nederlandse orders naar buitenlandse werven gaan.

Het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) laat een nieuw vlaggenschip bouwen. De ‘Anna Weber-van Bosse’ wordt het neusje van de zalm onder de wetenschappelijke onderzoeksschepen. Duurzaam, toekomstbestendig en voorbereid op innovaties. Dit schip had een visitekaartje kunnen zijn voor de Nederlandse scheepsbouw. Maar het wordt nu in Spanje gebouwd.

Dit is een klap voor de Nederlandse maritieme maakindustrie, die in een lastig parket zit. Bedrijven zijn de coronapandemie nog nauwelijks te boven gekomen. De prijzen voor grondstoffen en energie stijgen. Bedrijven raken orders kwijt aan Chinese werven, die zwaar gesubsidieerd worden, en ook de oorlog in Oekraïne heeft negatieve gevolgen. De instabiele wereldorde maakt opnieuw duidelijk hoe belangrijk het is om een eigen, sterke industrie te hebben en niet voor alles afhankelijk te zijn van het buitenland.

Braafste jongetje

Het kabinet vindt de rol van de industrie in onze samenleving erg belangrijk en spreekt zich uit voor het behoud van een significante industriële basis in Nederland: tussen de 10 en 15 procent van het bruto binnenlands product. De aangekondigde fondsen voor onderzoek en innovatie zijn essentieel om onze toppositie in diverse wereldmarkten niet te verliezen. Daar zet de maritieme sector dus ook vol op in. Maar dat is niet genoeg.

Vrijwel alle landen om ons heen hebben steunpakketten voor bedrijven die onevenredig getroffen zijn door de oorlog. Nederland niet. Veel EU-landen hebben constructies om hun industrie sterk te positioneren bij de aanbesteding van grote of strategisch belangrijke opdrachten. In Nederland lijkt het soms omgekeerd. We zijn dan het braafste jongetje van de klas.

Dit schip (een order die slechts eens in de dertig jaar voorbijkomt) had een overheidsimpuls van tientallen miljoenen euro’s kunnen zijn voor de Nederlandse scheepsbouw en vele mkb-leveranciers. Het staat ook niet op zichzelf: het is het eerste van een omvangrijke vlootvernieuwing van de Rijksrederij.

Van strategisch belang

Helaas is het nu geen investering in de verduurzaming en werkgelegenheid van de Nederlandse maakindustrie – een sector die al jaren 3 tot 5 procent van het bbp uitmaakt; een echte kurk van de economie dus en een derde van de kabinetsdoelstelling.

De maritieme maakindustrie is van strategisch belang voor Nederland. Ze ontwikkelt en levert continu nieuwe technologie en schepen voor essentiële toepassingen, zoals voedsel- en energiewinning, aanleg en onderhoud van havens en vaarwegen, transport, veiligheid en waterkeringen. Onze strategische autonomie is gebaat bij een sterke maakindustrie. Een doordacht industriebeleid kan dat concreet maken en besteding van overheidsmiddelen voor de eigen vloot hoort daar bij – net als in andere EU-landen.

Laten we gezamenlijk werk maken van de inzet van onze eigen maakindustrie bij toekomstige overheidsaanbestedingen. Het zelf ontwikkelen en bouwen van schepen die met publiek geld worden aanbesteed levert winst op: de overheid krijgt schepen van (aantoonbare) topkwaliteit, het maritieme cluster wordt versterkt en beide krijgen er prachtige visitekaartjes bij die onze internationale positie versterken.

Marnix Krikke is innovatiedirecteur NMT, branchevereniging van scheepsbouwers en -leveranciers

Nieuws

menu