Wat betekent de verontschuldiging voor het slavernijverleden als we nu naar Qatar gaan? | opinie

De officiële aftelklok in Doha, Qatar, die aftelt naar de start van het WK. Foto: ANP

We applaudisseren in Qatar voor ons elftal, niet voor de moderne slavernij, zei premier Rutte onlangs. Maar dat doen we nu juist wél.

We gaan naar Qatar voor het wereldkampioenschap voetbal. De regering heeft aangekondigd dat er een regeringsdelegatie naartoe zal gaan en ze sluit niet uit dat de koning het WK bezoekt. Dat zal dan ongetwijfeld gebeuren als we de halve of de hele finale halen.

De koning zelf zei dat hij nog niet wist of hij zou gaan, maar het is wel duidelijk: hij laat het van de feiten afhangen, hoe ver komt ons elftal en hoe staat het dan met de publieke opinie. De koning sprak uit dat hij zijn ,,persoonlijke gevoelens’’ laat meewegen en daarmee begeeft hij zich op een politiek hellend vlak.

Minister-president Rutte was daarover duidelijk en eerlijk; de economische belangen zijn groter dan de misstanden rondom de bouw van stadions. ,,We juichen straks voor het Nederlands elftal en niet voor de tribunes’’, aldus Rutte.

Qatar is een te belangrijke handelspartner. Het heeft ons geholpen met evacuatie van mensen uit Afghanistan en het is de grote leverancier van olie en LNG-gas. Andere landen gaan ook en als wij niet gaan, slaan wij een vreselijk figuur, vinden Rutte en minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra.

Argumenten genoeg om wél te gaan. Er is oorlog en er heerst een energiecrisis en dan gelden andere normen. Er wordt natuurlijk wel steun betuigd aan de oproep om een fonds op te richten dat nabestaanden en slachtoffers van de arbeidsimmigranten moet compenseren. Een doekje voor het bloeden.

6500 arbeiders omgekomen

Sinds 2010, toen Qatar werd aangewezen om het WK te organiseren, werden arbeiders uitgebuit. Ze werkten en woonden onder onmenselijke omstandigheden. Zij moesten werken aan de bouw van stadions, aan wegenaanleg en bouw van hotels en metro’s. Er was sprake van pure slavernij. 6500 arbeiders zouden om het leven zijn gekomen. Al voordat het besluit was genomen werd de FIFA beschuldigd van vriendjespolitiek en zelfs van omkoping, want waarom zou het WK uitgerekend in Qatar moeten plaatsvinden?

Qatar is een absolute monarchie, met eeuwenlang dezelfde emir-dynastie, de familie Al-Thani. Dat gaat ook niet veranderen. Het land kent 2,7 miljoen inwoners, slechts 20 procent zijn Qatari, de rest bestaat uit arbeidsimmigranten. Het is qua grootte een derde van ons land en het is het rijkste land ter wereld.

Qatar speelt nog wel eens een dubieuze rol in de wereldpolitiek, zoals de steun aan de Arabieren bij de oorlog in Jemen, steun aan Iran en af en toe als beschermer van extremisten. De wet verbiedt er politieke partijen en vakbonden. Homoseksualiteit is strafbaar en kan, met de nadruk op ‘kan’, met de doodstraf eindigen. Dat geldt ook als je het moslimgeloof afzweert. In 2017 werd Qatar diplomatiek en gedeeltelijk economisch geboycot door Arabische broederstaten, zoals Egypte en Saoedi-Arabië, omdat het medewerking verleend zou hebben aan terroristen.

Slavernijverleden

De Nederlandse regering bereidt zich voor op de komende herdenking van de afschaffing van de slavernij. In 1863 werd bij wet de slavernij in de Nederlandse koloniën afgeschaft. Vooral in Suriname en op de Antillen was er lang sprake van pure slavernij, voornamelijk op suikerplantages.

De contracten mochten tot 1873 doorlopen om de economische belangen niet te schaden en dat zou dan gepaard gaan met controles op de leefomstandigheden van de slaven. Dus in 1873 eindigde feitelijk de slavernij. Dat is volgend jaar 150 jaar geleden. Door nabestaanden wordt er op aangedrongen dat de regering excuses aanbiedt. Men ziet het liefst dat de koning die excuses namens heel Nederland uitspreekt.

Maar wat heeft die verontschuldiging voor betekenis als we nu naar Qatar gaan? Rutte verklaart het toch luid en duidelijk; we juichen voor ons eigen elftal en niet voor wat er gebeurd is, we klappen niet voor de moderne slavernij. Dat doen we nu juist wel.

Koning Frederik de Grote van Pruisen zei al in 1740 dat Pruisen niets te duchten had van Holland bij de dreigende oorlog tegen Oostenrijk, want ,,de handel gaat bij Holland altijd vóór alles!” De spijker op zijn kop: we juichen ook zeker niet voor ons elftal, maar áltijd voor onze handel. Over honderd jaar kunnen we daarvoor wel weer onze excuses aanbieden.

Bearn Bilker woont in Oudwoude

Nieuws

menu