Wat betekenen excuses nog in de hedendaagse sorry-democratie? | opinie

Ypie Boersma tijdens het merdeka-feest in Indonesië, in 1995. FOTO COLLECTIE YPIE BOERSMA

Het kabinet wil excuses aanbieden voor het Nederlandse slavernijverleden. Maar wat betekent dit nog, in de hedendaagse sorry-democratie?

A ls voormalig uitwisselingsstudente naar Indonesië vraag ik mij echt af wat wij met al die opstapelende excuses van de Nederlandse regering nu eigenlijk nog precies willen bereiken. Ronald Lepez, voormalig proefvoetballer bij SC Heerenveen, stelde deze week in de deze krant dat het excuus dat Nederland wil maken voor het slavernijverleden ook moet gelden voor het vroegere Nederlands-Indië ( LC 8 november).

Ik weet het eigenlijk niet meer zo zeker. Want waar houdt dit op? En wie gaan wij uiteindelijk dan allemaal vergeten, bij welk excuus dan ook? Want hoe zit het bijvoorbeeld met hoe wij de Molukkers met onverschilligheid hebben behandeld, nadat zij aan onze zijde gevochten hadden en niet al te hartelijk welkom werden geheten in ons letterlijk en figuurlijk koude land?

Koloniaal verleden

Of de Papoea’s, die we met Nederlandse zendelingen blij tot geloof in Jezus brachten, maar die nog steeds niet vrij een eigen morgenstervlag mogen laten zien zonder gevangengezet te worden in het hedendaagse Indonesië?

En hoe zit het met nog een andere kolonie, waar ik later in het voormalige slavenverblijf (historisch museum) in Kaapstad een paar jaar na afschaffing van de door Nederland bedachte apartheid ook nog stage heb mogen lopen? Hoe zit het met ons koloniale verleden in Zuid-Afrika en een welgemeend excuus? Hebben wij de Khoikhoi (de Nederlandse scheldnaam is ‘Hottentotten’) eigenlijk al eens excuses aangeboden voor het feit dat onze Jan van Riebeeck in 1654 zomaar hun land binnenviel?

En als we dan uiteindelijk wel excuses aanbieden aan de nakomelingen van de slaven in Suriname, hoe zit het dan weer met alle mensen die wij uit Java en Indië nog als contractarbeiders naar dit land vervoerd hebben, ook zeer zeker voor ons eigen Nederlandse gewin?

‘Minta maaf!’

Toen ik later in Paramaribo stage liep, werd mij ook duidelijk dat de hele Surinaamse bevolking zonder slavernij niet zou zijn zoals zij nu is. Immers, enkel minder dan 4 procent van de bevolking is in deze voormalige kolonie inheems. De meerderheid van de meer dan een half miljoen inwoners zijn Afro-Surinamers, Hindoestanen of Javanen. En deze mensen zijn niet zomaar in Suriname terechtgekomen.

Terug naar Indonesië. Toen onze toenmalige koningin Beatrix in 1995, bij het vieren van vijftig jaar onafhankelijkheid, van onze regering niet naar Indonesië mocht komen, vierde ik samen met mijn Japanse uitwisselingsvriend dit merdeka -feest met Indonesische vrienden in het Oost-Javaanse dorpje Gondang Legi. Wij liepen op hun verzoek toen in Indonesische kledij mee in de carnavalsviering en riepen samen zo hard wij konden met een zwaaiende Indonesische vlag overal: ,, Minta maaf! ’’, ofwel: ,,Wij vragen excuses.’’

Prachtig vonden de Indonesiërs, die massaal aan de kant van de weg stonden, dit. We kregen met onze groep zelfs de prijs voor de beste carnavalsdeelnemers. Dat een jonge Japanner en een wel heel blonde witte Nederlander gewoon samen met Indonesiërs luid en duidelijk ‘sorry’ durfden te zeggen voor alles wat er vroeger niet goed was geweest, werd toen zeker gewaardeerd. Al was dat excuus volgens mijn nieuwe vrienden niet echt nodig, immers, de Nederlanders hadden toch ook héél veel goeds gebracht?

‘Westerse propaganda’

Ook werd ondertussen wél gewoon gezwegen over de actuele onderdrukkingen waar president Soeharto op dat moment verantwoordelijk voor was. Dat in 1991 nog een begrafenis in Dili (Oost-Timor) uitliep op een bloedbad, toen Indonesische soldaten naar schatting 200 Oost-Timorezen in koelen bloede neerschoten, werd als ‘westerse propaganda’ gewoon ontkend.

Om nog maar te zwijgen over de naar schatting 500.000 tot 1 miljoen Indonesiërs die bij de zogenaamde anticommunistische zuivering in 1965-1966 om het leven kwamen, toen president Soeharto aan de macht kwam.

Natuurlijk hebben wij Nederlanders met een voormalig koloniaal verleden veel op onze kerfstok. Een land bezetten, een bevolking overheersen, zelf rijk willen worden, gaat hoe dan ook gepaard met veel rechteloosheid en geweld. Ons hele Nederland, ons hele collectieve identiteit is hier – of we dat nu leuk vinden of niet – dan ook op gebouwd. Dat zal ik als laatste ontkennen. Ook premier Rutte, zoon van een voormalige directeur van een handelsonderneming in Indonesië, weet hier vast het één en ander van. De vraag is echter wat een al dan niet gemeend ‘sorry’ van de Nederlandse regering, waar dan ook voor, nog betekent in de hedendaagse sorry-democratie.

Scholen langs

Ik denk dat niet zozeer excuses van een instituut als een overheid, maar gedegen kennis over het verleden voor de jongere generaties hieromtrent van wezenlijk belang is. Persoonlijk denk ik dat de wens van Lepez om langs Friese scholen te gaan en te vertellen over kolonisatie veel krachtiger kan zijn, los van welke excuses van wie, voor wat en aan wie dan ook. Door alle vakken heen; niet alleen bij geschiedenis, aardrijkskunde, maar ook bijvoorbeeld bij een vak als filosofie.

Immers: wie zijn wij om met de normen van nu het gedrag van anderen in het verleden te beoordelen?

Auteur

Ypie Boersma (1975) uit Reduzum verbleef als AFS-uitwisselingsstudente een jaar bij een gastfamilie in Indonesië (1993-1994). American Field Service (AFS) is een internationale non-profitorganisatie waarmee jongeren tijdens of na hun middelbare schooltijd over heel de wereld op uitwisseling kunnen gaan. Hierna keerde ze nog geregeld terug, bijvoorbeeld bij de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid in 1995 en bij het referendum voor onafhankelijkheid van Oost-Timor in 1999. Ook verbleef ze voor studie nog in andere voormalige koloniën (Suriname; 1997-1998 en Zuid-Afrika, 1998-1999). Boersma werkt als beleidsadviseur bij de provincie Fryslân.

Nieuws

menu