Beledigingen, vliegen afvangen en doorzichtige debattrucs in Tweede Kamer. Waar moet het heen met onze democratie? | opinie

‘Is zo’n teleurstellend debat nu een uitzondering, of een symptoom van een dieper liggende oorzaak?’ FOTO ANP/BART MAAT

Wie de afgelopen Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer heeft gevolgd, zal daar niet vrolijk van zijn geworden. Terwijl de crises in ons land elkaar snel opvolgen en elkaar lijken te versterken, schrikken Tweede Kamerleden er niet voor terug om elkaar te beledigen, vliegen af te vangen en om doorzichtige debattrucs in de strijd te gooien.

Een burger die had uitgezien naar een gezamenlijke poging van de politieke leiders van dit land om de crises te bezweren zal halverwege, of al veel eerder, teleurgesteld zijn afgehaakt.

Is zo’n teleurstellend debat nu een uitzondering, of een symptoom van een dieper liggende oorzaak? Heeft de parlementaire democratie nog een toekomst, of is de houdbaarheidsdatum daarvan in zicht? Moeten we werken aan verbeteringen van ons huidige stelsel of moeten we op zoek naar alternatieve democratievormen? En zijn die er überhaupt?

Over deze vragen begint steeds nadrukkelijker een discussie te ontstaan. Daarin tekenen zich twee hoofdrichtingen af. Als men het al eens is over gebreken van en kritiek op het parlementaire stelsel, kiest men nogal uiteenliggende oplossingsrichtingen. Enerzijds zijn er voorstellen die het huidige parlement beter doen functioneren. Anderzijds wordt het parlementaire stelsel afgeschreven door te wijzen op vormen van directe democratie.

Gelukkig besteedt de Leeuwarder Courant ook aandacht aan deze belangwekkende discussie, getuige de bijdragen van Noorman en Jager ( LC 8 september) en de reactie daarop van Bakker ( LC 23 september).

Noorman en Jager, politici die hun vertrouwen in het parlementaire systeem verloren lijken te hebben, bepleiten de instelling van zogenoemde burgerberaden, waarin gelote burgers zich uitspreken over maatschappelijke vraagstukken. Zij baseren zich op het boek van Eva Rovers ( Nu is het aan ons , 2022), dat onder andere stelt dat politiek te belangrijk is om alleen aan politici over te laten.

De reactie van Bakker komt uit het eerste kamp. Hij ziet juist die vormen van directe democratie/burgerberaden als een verdere verzwakking van het parlement. Hij stelt voor om de Kamer eerder te betrekken bij wetsontwerpen, gedeeltelijk interruptievrije debatten in te voeren, om het aantal moties in de Kamer te beperken, en om een kiesdrempel in te voeren.

Het zijn allemaal interessante gedachten. Waar het mij om gaat, is dat voorstellen voor democratie-innovatie, zo men wil bestuurlijke vernieuwing, goed doordacht worden. De inrichting van onze democratie is te belangrijk om daar lichtzinnig mee om te gaan. Nagegaan zal moeten worden in welke gevallen het parlementaire stelsel werkt en faalt, wat daarin wel of niet reparabel is en welke vraagstukken er nog opgelost moeten worden om zinvolle vormen van burgerparticipatie, bijvoorbeeld in de vorm van burgerberaden, in te voeren.

Belangrijk daarbij is dat de twee geschetste denkrichtingen elkaar niet uitsluiten en elkaar afdoen met verkeerde argumenten. De grootste uitdaging is juist om beide vormen van democratie besluitvorming te integreren. Dat is nog niet zo gemakkelijk, zoals uit voorbeelden uit het buitenland blijkt. Maar er zijn ook voorbeelden waar dat wél gelukt is.

Nu politieke partijen in de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen in maart 2023 op dit moment bezig zijn hun verkiezingsprogramma te schrijven, zou het getuigen van waarlijke bestuurlijke vernieuwing als zij experimenten van directe democratie ter verrijking van de parlementaire democratie in Friesland in de komende jaren mogelijk zullen maken. Friesland zou daarmee een voorbeeld voor Nederland kunnen stellen.

Peter Polhuis uit Leeuwarden is politicoloog/bestuurskundige.

Nieuws

menu