Hoe Friesland als 'mentale ruimte' steeds moet worden herschapen (van de Middeleeuwen tot bij Arcadia) | opinie

Hoe hebben de ruimtelijke identiteit en oriëntatie van Friesland zich ontwikkeld en met welke waarden werd deze ‘ruimte’ in de loop der eeuwen gevuld? En hoeveel ruimte geven we onszelf?

Ergens in de jaren zeventig, toen ik nog wel eens per racefiets een ‘rondje IJsselmeer’ deed, werd ik halverwege de Afsluitdijk eens staande gehouden door een echtpaar dat mij vroeg: ,,Waar ligt Friesland?’’

Een verbijsterende vraag in de toch sterk gedefinieerde en dwingende ruimte van Afsluitdijk, IJsselmeer en Waddenzee. Het was geen grap en ik kon ze de weg wijzen met als tip: houd de hoge dijk aan je linkerzijde, dan komt het goed.

Dat voorval heeft me altijd beziggehouden. Hoe ervaren mensen de ‘ruimte’? Herkennen ze ruimtelijke identiteiten en kunnen ze zich in die ruimte oriënteren? Misschien ook dat door dat voorval mijn interesse zich altijd heeft gericht op de vraag welke ruimtelijke identiteit Friesland heeft gehad, of, beter gezegd, zich heeft toegeëigend in een fascinerend proces van identiteitsvorming.

Wij kennen Friesland als een scherp afgebakende territoriale eenheid waar je ‘heen’ kunt. Maar die sterk begrensde ruimte is niet altijd zo bepaald geweest. In de Middeleeuwen strekten de ‘Friese landen’ zich uit langs de kust tussen Vlie en Wezer. Een groot gebied dat een eigen Friese identiteit ontwikkelde met als kenmerken Friese vrijheid, taal en recht.

Maar cruciaal is dat dit Friesland niet een staatkundige eenheid werd. De Middeleeuwse Friese ‘ruimte’ was niet in de eerste plaats territoriaal, maar vooral mentaal bepaald. De ruimte werd gevuld met idealen en waarden: Fries en vrij!

Over de schrijver

Bert Looper studeerde geschiedenis in Groningen en was achtereenvolgens gemeentearchivaris van Zutphen en ’s Hertogenbosch, directeur Centrale Archief Selectiedienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken, directeur van het Historisch Centrum Overijssel en van 2007 tot 2021 directeur van Tresoar, het Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum in Leeuwarden

Hoe anders was dat in de periode die volgde na de verovering van Friesland door Albrecht van Saksen rond 1500. Het identiteitspakket van vrijheid, taal en recht verdween en daarvoor in de plaats kwam, een ‘ruimte’ die na 1600 een sterke territoriale begrenzing kreeg: het gewest Friesland als onderdeel van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Idealen

Friesland werd een sterke politieke entiteit, een politieke ‘ruimte’ met een even sterke externe oriëntatie in een periode waarin van buitenaf de Republiek continu werd bedreigd. Die nieuwe Friese ‘ruimte’ werd geladen met de idealen van de Republiek en met de cultuur van een internationaal georiënteerde elite in de hoedanigheid van de Nassau’s en hun stadhouderlijk hof en met de Akademie van Franeker. De Friese ruimte was dus niet ‘Fries-geladen’ zoals wij die nu kennen.

De kaart van het departement van de Eems, de territoriale en politieke indeling van de Friese ruimte tijdens de Bataafse Republiek rond 1800, laat prachtig zien hoe een gebied dat zijn Middeleeuwse Fries-mentale lading had verloren, rücksichtlos kon worden opgesplitst in twee nieuwe bestuurlijke eenheden. De Friese ruimte was niet een mentale ruimte, maar in de ogen van de revolutionaire bestuurders slechts een administratieve eenheid.

Herlading

De ‘herlading’ van de ruimte met Friese identiteitskenmerken vond plaats in de 19de eeuw, toen de Middeleeuwen werden herontdekt en Friese vrijheid, taal en recht weer volop in de belangstelling kwamen te staan. De ruimtelijke identiteit van Friesland werd steeds meer Fries, maar de ruimtelijke oriëntatie bleef Europees.

Zowel de Halbertsma’s uit de vroege 19de eeuw, Douwe Kalma – ‘Fryslân en de wrâld’ – in de vroege 20ste eeuw, als ook de voormannen van de Friese cultuur na de Tweede Wereldoorlog, zagen de Friese ruimte als een Europese ruimte.

In januari 1946 verscheen het eerste nummer van de eerste jaargang van het literaire tijdschrift De Tsjerne dat jarenlang de opinionmaker in de Friese wereld zou zijn. Niemand minder dan schrijver, journalist en politicus Fedde Schurer opende het nummer met zijn inmiddels beroemde artikel De bining forbritsen . Hierin stelde Schurer dat de Friese literatuur zich alleen tot een volwaardige literatuur zou kunnen ontwikkelen als de relatie tussen literatuur en Friese beweging zou worden verbroken. De literatuur mocht niet in dienst staan van een politiek ideaal, maar moest zich vrij en artistiek kunnen ontplooien op een Europees niveau.

Verrijking

In zijn bespreking van de dichtbundel Nije gedichten van D.A. Tamminga gaat Schurer nog een stap verder en stelt: ‘Maar oneindig veel belangrijker, en dat moet duidelijk uitgesproken worden, dan de verhouding van het tegenwoordige Fryslân tot het Fryslân van het verleden, is de verhouding van het hedendaagse Fryslân tot het hedendaagse Europa. Daar zinken en stijgen we mee.’

In het licht van die sterke Europese ruimtelijke identiteit en oriëntatie van Friesland van 1800 tot 1950, zouden de grote festivals van de 21ste eeuw, Culturele Hoofdstad 2018 en Arcadia als voortzetting en verrijking van die traditie kunnen worden gezien. Friesland meet zich met Europa en Europese kunstenaars en schrijvers meten zich met Friesland.

Des te opmerkelijker is de twijfel binnen een belangrijk deel van de Friese culturele wereld over de effecten van de Europese oriëntatie op taal en cultuur. Wat raken we kwijt? Het lijkt alsof er twee Friese ruimten zijn ontstaan, de ene gericht op interne versterking en beheersing, de andere op externe oriëntatie en verandering.

Wat is er gebeurd?

Ik zou, ter wille van de discussie, de stelling willen poneren dat de Friese ruimtelijke identiteit in de tweede helft van de vorige eeuw een sterke begrenzing kende die comfort bood, maar de ruimte ook beperkte. Vooral Kneppelfreed, het fameuze taaloproer in 1951, leidde een proces in van ‘begrenzing’ door wet- en regelgeving en – het meest cruciaal – een omarming van de Friese idealen en waarden door de Friese politiek, geratificeerd in het door het provinciaal bestuur onderschreven Fries Manifest van 1956.

 

In de daarop volgende decennia was alles gericht op versterking van de kern van het Fries, de taal: interne oriëntatie, gericht op beheersing via wetgeving, spellingsvoorschriften, handvesten en instituten; externe oriëntatie, gericht op De Haag, waar de erkenning van dit alles gehaald moest worden.

Dat lijkt misschien wat negatief geformuleerd, maar het betekende ook een enorme bloeiperiode van de Friese cultuur. Enkele generaties groeiden op en werkten mee aan deze brede emancipatie van het Fries in een eigen vertrouwde ruimte. Er ontstond een gemeenschap van Friezen die deze ervaringen met elkaar doorleefd hadden, maar de Friese ruimte ook normatief maakten en voor buitenstaanders en nieuwkomelingen weinig uitnodigend.

Rond 2000 vertoonde dit bouwwerk scheuren. Globalisering, digitalisering, multimediale ontwikkelingen en meertaligheid zetten een proces in gang dat gekarakteriseerd zou kunnen worden als ‘van kern naar context’.

Verlies of winst? Wie op YouTube de beelden bekijkt van het fameuze festival Simmer 2000 ziet niet de nieuwe eeuw, maar ziet een generatie die in weemoed terugkijkt op die unieke maar eenmalige periode waarin de Friese ruimte helemaal van ons was.

LF2018, de Culturele Hoofdstad, was het festival van de nieuwe generatie. Het jaar 2018 werd niet gedacht vanuit de kern maar vanuit de context. De boodschap van LF2018 was dat we niet vanuit een harde, sterke, autonome kern hoeven te denken en te werken om toch de wereld te kunnen veroveren. LF2018 pleit voor een inclusieve omgang met de Friese identiteit in een veranderende Europese context van meertaligheid, multimedialiteit en multiculturaliteit.

 

Versterking

De evaluatie van 2018 laat zien dat de creatieve sector en de beleidsmakers van mening zijn dat de positionering van de Friese identiteit in een dynamische Europese context bijdraagt aan de versterking van de Friese cultuur. Maar de evaluatie laat ook zien dat een groot deel van de Friese bevolking niet echt geïnteresseerd is in de culturele ontwikkelingen of juist de beweging ‘van kern naar context’ ziet als een verlies van eigenheid.

De traditionele set van identiteitskenmerken en de nieuwe set van LF2018 staan duidelijk naast of zelfs tegenover elkaar. We bewegen ons blijkbaar in twee gescheiden ruimten. Maar waarom?

De ruimte van de jaren vijftig was eenmalig, uniek, inspirerend en noodzakelijk, maar nu weer verder. Als je over de Afsluitdijk komt, zie je al van verre de kerktoren van Cornwerd, waar de grote Friese dichter Obe Postma begraven ligt. Op zijn grafsteen staat ‘dichter fan it lân’. Natuurlijk schreef Postma gedichten over en van Friesland, maar vooral, zoals Fokke Sierksma zei, schreef Postma, ‘herscheppingen van Friesland, een pogen om Friesland in de geest over te dragen’.

Friesland als mentale ruimte die steeds weer herschapen moet worden, door elke generatie opnieuw. Geweldig dat we dat weer zien gebeuren.

Afgelopen week hield Bert Looper voor Studium Generale in Leeuwarden de lezing De geschiedenis van de regionale gedachte: Friesland en de wereld. Dit stuk sluit daar op aan.

Nieuws

menu