Voorop in de strijd: samen de Friese journalistiek verdiepen | opinie

'Friesland is een van de weinige provincies waar nog twee regionale kranten zijn. Dat is iets om trots op te zijn.' FOTO CATRINUS VAN DER VEEN

De Friese journalistiek moet de lat hoger leggen, stelde LC-hoofdredacteur Sander Warmerdam onlangs tijdens het Sieperda Symposium in Leeuwarden, over de nieuwscultuur in Friesland. Dit is zijn toespraak.

Ik ben een zoon van immigrantenouders. Rond 1980 van de vorige eeuw trok het gezin Warmerdam over de Afsluitdijk voor een toekomst in het - toen nog - verre Friesland. Hollanders. Dat kreeg mijn moeder ook te horen, bij de bakker en bij de slager. Er werd stug Fries doorgesproken als ze normaal iets vroeg. Jarenlang heeft ze zich een buitenstaander in een stijfkoppige samenleving gevoeld. Nog steeds zeggen mensen tegen mij: ,,Do bist gjin echte Fries, he?” Je wordt getolereerd maar je hoort er nooit echt bij.

Ik heb de ervaring van mijn moeder altijd onthouden. Ook bij de krant. Onze stukken moeten voor iedereen toegankelijk zijn, voor oerbewoners en nieuwkomers. We schrijven onze stukken in het Nederlands. We letten er goed op dat de balans niet doorslaat. Mensen die Fries spreken citeren we in het Fries. Recensies van boeken en toneelstukken schrijven de verslaggevers in het Fries. Maar de basis is Nederlands. De krant moet inclusief zijn, voor iedereen die informatie zoekt. De samenleving individualiseert. De journalistiek heeft de opdracht om mensen te verbinden. We geven mensen de feiten waarmee ze in hun leven beslissingen kunnen nemen.

In deze toespraak schets ik mijn persoonlijke visie op het huidige Friese medialandschap. Het is een pleidooi om de journalistieke lat hoger te leggen en ambitieus te zijn. Ook de Friese taal en de bestuurscultuur komen aan bod. En zelfs de grootst levende Friese filosoof komt langs. De man die met treffende lyriek benoemt waar het in het leven om draait: Gurbe Douwstra.

Friese paradox

Maar eerst naar de Friese paradox. U kent het begrip: Friezen zijn minder welvarend maar wel gelukkiger. Het klinkt inderdaad verleidelijk. Friezen laten zich niet gek maken. Doch mar normaal jong . Je kunt het ook omdraaien en beargumenteren dat Friezen de lat niet hoog genoeg leggen. Te snel tevreden zijn. Afdekken en wegkijken lossen geen problemen op. Het debat mag soms best schuren. Alleen in een dynamische democratie kunnen mensen gelukkig zijn. Ondersteund door een gezond journalistiek klimaat.

Het gebabbel van gedeputeerden, de praatjes van de commissaris, de discussies in raadszalen of provinciale staten: Friesland leeft feitelijk nog altijd in het tempo van de zeventiende eeuw, zo weinig vooruitgang wordt er soms geboekt. Het overleg is eindeloos, of het nu gaat over weidevogels, het veenweidegebied of de stikstofaanpak. Consensus is heilig, maar leidt tot stilstaand water waar geen zuurstof meer overblijft.

Er mist iets in het Friese medialandschap

Friesland is een van de weinige provincies waar nog twee regionale kranten zijn. Dat is iets om trots op te zijn. De Leeuwarder Courant mag de grootste zijn, het Friesch Dagblad is altijd goed geïnformeerd en scherp. Het is knap hoe de krant met een kleine redactie overleeft. Ook Wâldnet, Liwwadders en De Bildtse Post spelen hun rol.

Omrop Fryslân heeft vorig jaar een nieuwe koers ingeslagen. Verslaggevers moeten nieuwsverhalen langer kunnen volgen. Minder de waan van de dag. Daarnaast heeft de Omrop ook nog de opdracht om andere dingen te doen: documentaires, kinderprogramma’s, muziek, radio, televisie. En dan ook nog de Friese taal levend houden. De breedte gaat ten koste van de diepte.

Dit is, kort gezegd, het Friese medialandschap. Divers, zeker. Maar toch mist er iets. Er is amper journalistieke ontwikkeling door de dag en de week heen. Er is geen werkelijke inhoudelijke maatschappelijke discussie. Niets leidt tot beweging binnen de Friese kaasstolp. Iedereen is bang om te zeggen wat hij of zij echt denkt. De hoeveelheid brieven die lezers naar de opiniepagina sturen is grillig. Feitenloos schelden op sociale media is geen probleem, overigens.

Lat moet hoger

Hoe gaan we dat samen veranderen? Hoe gaan we van Friesland een volwassen provincie maken waar de pers tanden heeft? Waar bestuurders en politici niet meer wegkomen met wollige cirkelredeneringen? Waar burgers zich mengen in het debat? Waar kunstenaars zich durven uit te spreken over machtige subsidiegevers? Hoe gaan we jongeren betrekken bij hun eigen toekomst?

De Friese journalistiek moet de lat hoger leggen. Het is belangrijk om terug te keren naar de basis. Die hebben we met z’n allen door de jaren heen veel te complex en oppervlakkig gemaakt: nieuws-apps, pushberichten, de snelste willen zijn, talkshows, columns en meningen. Het vliegt ons om de oren, de hele dag door. Maar uiteindelijk is journalistiek heel simpel: er gebeurt iets, de journalist zoekt uit of het klopt, vraagt om wederhoor en schrijft op wat het betekent. In een reportage, interview of analyse. Ingewikkelder wordt het niet. En bij zaken die interessant zijn moeten we dieper graven. Doorvragen.

De toekomst van de Friese media hangt af van de nieuwsgierigheid en creativiteit van de journalisten. Alleen kwaliteitsjournalistiek zal overleven. Met de opkomst van sociale media is het belang van journalistiek alleen maar groter geworden. Juist nu is er behoefte aan betrouwbare partijen die uitzoeken wat waar is.

Samenleving op drift

Iedereen was hoopvol toen sociale media net opkwamen. Iedereen kon publiceren. Maar tijdens de coronacrisis hebben we kunnen zien dat de democratisering van het woord ook negatieve kanten heeft. Charlatans en kwakzalvers zagen de apps als laagdrempelige podia voor misleidende of subversieve boodschappen over de ernst van de pandemie. Ze ondergroeven de betrouwbaarheid van het vaccin of de intenties van het gezag. Het leidde regelmatig tot verwarring: wat is nu waar? Wat moet ik geloven? Het leidde tot ondermijning van de vrije pers en uiteindelijk het vertrouwen in de maatschappij. Een samenleving die geen overeenstemming kan bereiken over basale feiten raakt uiteindelijk onvermijdelijk op drift.

Hier hebben de traditionele Friese media hun waarde bewezen tijdens de coronacrisis: we checkten de feiten, gaven ruimte aan hoor- en wederhoor en brachten een rangorde aan in wat belangrijk was. Ongetwijfeld hebben we hierin, met de beperkte informatie die soms beschikbaar was, foute inschattingen gemaakt. Maar de beschuldigingen dat de pers onder één hoedje speelde met de autoriteiten - zoals sommigen dachten of beweerden - zijn echt volkomen ongefundeerd.

Geen notulist van het openbaar bestuur

Het algemene beeld is altijd dat het slecht gaat met de regionale pers. Deze aanname - of: deze framing - is onterecht. De papieren krant verliest terrein. Maar het aantal digitale abonnees van de LC groeit. Door jarenlange bezuinigingen zou de pers niet eens meer naar alle raadsvergaderingen kunnen komen, wordt schertsend gezegd. Ook die aanname is te simpel. Deze criticasters staan er niet bij stil dat verslaggevers geen notulisten zijn van het openbaar bestuur. De LC wil de gemeentepolitiek op een ándere manier volgen. Verslaggevers maken eigenzinnige keuzes en volgen niet slaafs de besluitenlijsten.

Gemeentes en lokale politici kunnen zelf ook wat doen. Versterk de lokale pers, verklein het leger voorlichters. Zij schermen informatie af die van belang is voor de burger. Laat journalisten vragen stellen. Geef toegang. Bel op tijd terug met een helder antwoord. En: als de overheid echt de lokale journalistiek wil steunen dan kunnen ze meer gaan adverteren.

Hoofdredacteuren van landelijke kranten klagen vaak over een ongelijk speelveld. Begrijpelijk vanuit hun positie. De NOS en regionale omroepen, inclusief Omrop Fryslân, krijgen elk jaar een forse som geld overgemaakt. Daarbovenop kregen regionale omroepen nog meer publiek geld voor samenwerking met lokale omroepen (LEO Middelsé en RTV NOF). Meer oneerlijke concurrentie voor de dagbladen en de weekbladen, klagen de krantenbazen. Ik ben daar niet zo bang voor. Het spoort ons juist aan tot betere journalistiek. Onze verhalen moeten van zichzelf waarde hebben.

Dicht op de lezer

Echte goede lokale journalistiek is daarbij de sleutel. En de weg van de toekomst. Nog maar kort geleden dacht ook mijn krant dat het belangrijk was om al het nieuws zo regionaal mogelijk te maken. Een lezer in Koudum moest ook kunnen snappen waarom de aanleg van een fietspad in Dokkum voor haar van belang was. En de vorige hoofdredactie dacht dat iemand in Leeuwarden met net zoveel interesse keek naar nieuws uit Drachten. Maar zo werkt het natuurlijk niet. De lezer wil vooral weten wat er in de buurt gebeurt.

Door internet hebben kranten de mogelijkheid om heel dicht tegen de lezers aan te kruipen en te luisteren naar wat ze bezig houdt. Vroeger maakte de LC elke dag verschillende edities: Drachten, Heerenveen, Sneek en Stad. Nu maken we lokale edities online. Onder de vlag van de Leeuwarder Courant verzamelen we al het nieuws van de gemeente of stad van de lezer. Inspelen op de nieuwsbehoefte van de gebruiker is hierbij het uitgangspunt. We moeten journalistieke technieken loslaten op lokale onderwerpen. Zoals gezegd, dieper graven. Lokale journalisten en dagbladjournalisten werken hierin samen en dekken het hele gebied af. Elke week versturen ze een nieuwsbrief met daarin alle relevante artikelen uit het gebied.

Maar de eerste nieuwsgierigheid is het belangrijkst. Zoals gezegd, de LC moet geld verdienen met journalistiek, niet met nieuws. We moeten onderscheidende stukken schrijven die niet te vinden zijn bij de Omrop of het Friesch Dagblad . Die artikelen moeten zo goed zijn dat mensen dat vertrouwen omzetten in een betaald abonnement. Zo bouwen we van onderop een netwerk van betrokken en loyale lezers die de waarde zien van betrouwbare journalistiek - om de hoek en een dorp verderop. Zonder geld van de minister.

Pluriformiteit voorop

De Leeuwarder Courant is allang geen krant meer. We zijn een mediabedrijf. Onze verhalen gaan meteen online, via de website of de app. We maken video’s bij onderwerpen die zich daarvoor lenen. In podcasts bespreken we de actualiteit en verslaan we evenementen. Onlangs nog zat onze verslaggever in een dagelijks programma vanaf de Olympische Spelen in Peking. We hebben een jongerenmerk op Instagram - LC NOW - waarmee we ons speciaal richten op de jonge nieuwsconsument, tussen de 18 en 25 jaar. We bereiken duizenden mensen via onze berichten op Facebook. In de papieren krant bieden we overzicht en analyses, met een verdiepingskatern en een lifestyle magazine in het weekend.

Maar de LC kan het niet alleen. In een volwassen Fries journalistiek model spelen alle titels een rol. Van de weekbladen van Mediahuis Noord en Wâldnet tot de dagbladen en de lokale en regionale omroepen. De pluriformiteit van de pers moet voorop staan. Er is behoefte aan concurrerende scherpte en journalistieke collegialiteit. Samenwerking is incidenteel best mogelijk maar alleen als het een groter journalistiek doel dient. Structuren blootleggen en schimmige deals openbaren.

Aan het debat over die schimmige deals moet iedereen mee kunnen doen, nieuwe inwoners van de provincie en ‘diepfriezen’. Friestaligen en niet-Friestaligen. Uit de Friese Taalatlas blijkt dat veel mensen het Fries redelijk kunnen verstaan, dat een kleine meerderheid het spreekt en dat slechts een heel kleine groep het goed of foutloos kan schrijven. De meeste Friezen zijn analfabeet in hun eigen taal.

Parallelle werelden

Mijn moeder was, zoals gezegd, een nieuwkomer in de provincie. Ze las de LC en was op de hoogte. Maar wat er op Omrop Fryslân werd gezegd ging volkomen langs haar heen. Het waren twee parallelle werelden. Dat niet iedereen alles kan volgen staat het journalistieke debat in de weg. Hoe belangrijk ook, de focus van de Omrop op het behoud van de taal houdt journalistieke vernieuwing tegen. Ondertitelen van de uitzendingen zou helpen om niet-Friezen te trekken. Ook bij ons, bij de Leeuwarder Courant , gaat het niet altijd goed. Bij grote lappen Fries haken lezers af. Soms stellen we Nederlandse vragen en is het antwoord in ontoegankelijk Fries. Een verslaggever moet citaten inleiden zodat iedereen snapt wat er wordt gezegd. Daar moeten we op letten.

In een ideale Friese mediawereld komt er een journalistiek platform met de eigenzinnige diepgang van De Correspondent , met de vasthoudendheid van Nieuwsuur en met de vriendelijke toegankelijkheid van met het Oog op Morgen . Een platform voor iedereen die op de hoogte wil zijn. Een podcast, bijvoorbeeld. En ja, dat kan best een samenwerking zijn van alle mediapartijen. Maar wel in het Nederlands, voor iedereen toegankelijk.

En tegelijkertijd hebben we de opdracht om de Friese taal te koesteren.

Zoals golven langzaam eilanden laten verdwijnen door hun constante gebeuk op de kust, zo gaat de erosie van de Friese taal steeds wat verder. De Friese Garde verdedigt het grondgebied met zwaard en hellebaard tegen de buitenstaanders, in rood-wit-blauw uniform met een pompeblêd op de baret. Prima, zolang het niet doorslaat naar Fries nationalisme of domme xenofobie.

Zelfverkozen isolement

In zijn openingstoespraak van vorig jaar liet PC-Voorzitter Ids Hellinga weten dat hij niet zat te wachten op forenzen uit de Randstad. Zij schijten de boel onder als zeemeeuwen en vertrekken dan weer. De Blokkeerfriezen brachten de vlag in diskrediet. In Provinciale Staten en sommige gemeenteraden opereert Forum voor Democratie, een partij waar ook fascisten en holocaust-ontkenners zich thuis voelen. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen won de FNP, de partij die vindt dat inwoners van Fryslân en Friezen om utens voorrang moeten krijgen op de Friese woningmarkt. Eigen volk eerst.

Deze koers leidt tot een zelfverkozen isolement waarin de échte Friezen elkaar feliciteren met hun geweldige geschiedenis en de rijkheid van de taal. ,,Het beste land op aarde”, roepen ze verheven naar de buren. Het resultaat is een in zichzelf gekeerde gemeenschap die pretendeert open te staan voor de rest van de wereld, maar dat niet is.

Alle stemmen moeten gehoord

Voel ik me Fries? Soms wel, soms minder. Als Eerste Generatie Immigrant vind ik Friesland prachtig. Ik hou van de Waddeneilanden, het Rijsterbos en het hardlooppaadje tussen IJlst en Sneek. Ik weet ook hoe het is om de provincie te missen. Toen ik in Washington woonde hing de Friese vlag regelmatig buiten. In de auto op de snelweg naar Virginia hoorde ik de melancholie in de songteksten van Gurbe Douwstra. In het nummer Dreamer is de hoofdpersoon ver van Friesland. Alleen in zijn dromen kan hij reizen naar het land waar hij van houdt. Daar wandelt hij door bos en heide. Tot hij wakker wordt:

De dream is oer, mar ik sil hem nea ferjitte

Wêr’t ik ek bin, Ik fiel altyd dochs dy bân

Slút ik my ôf, komt my de rook temjitte

En bin’k wer thús, thús yn my heitelân

De Friese taal is prachtig, rijk en uniek. Laat iedereen de taal vooral spreken. Laat nieuwkomers zien hoe mooi de taal is. Laat iedereen genieten van Obe Postma, Tsjêbbe Hettinga en Nynke Laverman. Maar doe dat inclusief. Gebruik de taal niet om politieke grenzen te trekken en mensen buiten te sluiten. Ook iemand die de taal niet spreekt is onderdeel van de Friese samenleving. Iedereen is nodig om de democratie op koers te houden. Alle stemmen moeten gehoord worden. De Friese journalistiek is van iedereen en gaat voorop in de strijd.

Sander Warmerdam is hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant. Een versie van deze tekst sprak hij uit tijdens het Sieperda Symposium, vrijdag 8 april jongstleden in Leeuwarden, met als thema ‘Fan nijsblêd oant podcast. Over de nieuwscultuur in Fryslân’.

Nieuws

menu