Lees hier de volledige Rede fan Fryslân

Tamarah Benima. FOTO HOGE NOORDEN/JACOB VAN ESSEN

Dit is de integrale tekst van de Rede fan Fryslân die Tamarah Benima donderdag hield. Onderwerp van de Rede van dit jaar is waarheid. De Rede fan Fryslân vindt jaarlijks plaats. Iemand van buiten de provincie houdt met het oog op de toekomst Friesland de spiegel voor.

We hebben waarheid nodig. Maar welke? Van Bonifatius tot Woke

Rond het jaar 1000 liet de toenmalige paus een onderzoek uitvoeren. Hoe zat het met de kerstening van Europa, wilde hij weten. Decennia geleden verscheen er een artikel over in een Duits intellectueel blad. Ik ben het nooit vergeten, want de uitkomsten van het onderzoek waren te opmerkelijk. Veel kerkgemeenten deden maar wat, omdat ze geen adequate leiding hadden. En als ze wel een priester hadden, had die vaak geen idee wat de triniteit betekende of hoe de liturgie precies in elkaar zat. Er waren zelfs priesters die in de hele mis slechts twee woorden gebruikten: Ave en Maria.

Ik vermoed dat het in de Friese gebieden vanuit christelijk oogpunt al even droevig moet zijn geweest als in de rest van Europa. Immers, zelfs de vermaarde Frieslandkundige dr. Herre Halbertsma verzucht in zijn monumentale werk Frieslands Oudheid wat Bonifatius in 716 aantrof: „Het grootste deel van de door Willibrord in citerior Fresia gestichte kerken was tijdens Radbods inval in vlammen opgegaan, terwijl de priesters de vlucht hadden moeten nemen.”

Willibrord was de voorganger als missionaris van Bonifatius. En citerior Fresia was het Friese gebied dat nu een deel van Utrecht is en Kennemerland, niet het huidige Friesland. Halbertsma gaat verder: „Het Christendom scheen voor het overige nog niet zo diep wortel te hebben geschoten, want allerwege werden de fana dilubrorum herbouwd en de cultura idularum hervat.” ( Frieslands oudheid , p. 82)

Spoor van vernieling

De tempels van de heidenen werden herbouwd, door de heidenen, en het aanbidden van hun goden door hen hervat. Al gebruikt hij het ietwat verhullende Latijn, Halbertsma toont zich met wat hij zegt de vertegenwoordiger van de christenen die uiteindelijk de heidenen eronder kregen. Immers, wie bepaalt wat afgoden zijn en wat goden? Bonifatius wist precies wat het verschil was. En wat de waarheid. De in Engeland geboren bisschop wilde per se die waarheid verkondigen in het koninkrijk Friesland. Eerst in het zuidelijke deel van Friesland, in 716, en tientallen jaren later in het Friesland van de moerassen, de zeeklei, zelfs voorbij het Vlie.

De waarheid verkondigen zonder politieke macht kan gevaarlijk zijn. Bonifatius hád politieke macht achter zich staan, maar niet genoeg. Hij werd vermoord, in 754, door wat nu Groningers zouden zijn (heeft Bert Looper, de vroegere directeur van Tresoar mij uitgelegd, waarvoor dank). Was het een roofmoord? Een kwestie van martelaarschap? Politieke wraak voor het verwoesten van de heilige plekken en de heilige beelden van de Friezen? De Blokkeerfriezen uit begin achtste eeuw, die werkelijk gewelddadig waren terwijl de moderne Blokkeerfriezen geen vinger hebben uitgestoken naar de bemoeials van buitenaf, wilden in ieder geval een halt toeroepen aan het centralistische en imperialistische gedrag van de Habsburgers, weer met dank aan Looper. Van die centraal-Europese macht was Bonifatius een vertegenwoordiger. Maar hij was ook destructief vanwege ‘de waarheid’.

Was wat Bonifatius deed in essentie anders dan het opblazen van de Boeddha-beelden in Afganistan door de Taliban, waarover we allemaal zo ontzet waren? Was het in essentie anders dan het vergrijp waaraan ISIS zich schuldig maakte in Palmyra? De Tora verbiedt moord in een van de Tien Geboden. Nee, het vernielen van heidense altaren en beelden van heidense goden is van een andere orde dan de verwoesting van een mensenleven. Maar al geeft het Oude Testament de opdracht om altaren die niet aan de Eeuwige zijn gewijd en beelden van andere goden te verwoesten (Dewariem/Deuteronomium 12:3), waarom zouden heidenen daar een boodschap aan moeten hebben? Wat geeft iemand het recht om een spoor van vernieling te trekken door wat door een cultuur, een beschaving, een volk als het meest vereerbare en eerbare wordt gezien? Een tekst? In de confrontatie met een ongeletterd volk? Want dat zullen de Friezen vrijwel allemaal zijn geweest.

Botsing van beschavingen

De reden dat ik hieraan zoveel aandacht besteed, is omdat in 754 de ene godsdienstige beschaving knalde op een andere godsdienstige beschaving. Net als nu. Bonifatius liet het leven, maar het christendom zegevierde, al deed het er eeuwen over. Ook nu is er een clash of civilizations gaande, maar anders dan Samuel Huntington poneerde in 1996. Dit keer, zo is mijn diepe overtuiging, tussen enerzijds een nieuwe religie die zich aan het vormen is – Woke – en anderzijds de religies zoals we die kennen (waaronder ik trouwens ook coherente denksystemen versta als wetenschap en de Verlichtingsideologie; waarom ik dat doe voert hier te ver). Ook al is het niet duidelijk dat er nu ook doden vallen, in de huidige botsing zijn er wel degelijk slachtoffers. Ook dodelijke. Dat is de reden waarom ik hoop dat deze nieuwe religie het niet zal halen.

Dat hoop ik ook omdat ik er – hoe weinig ik ook sympatiseer met Bonifatius – er niet omheen kan dat het boven-tribale karakter van het Christendom veel goeds heeft gebracht. Door vier aspecten. Ten eerste, het maakte – uiteindelijk – de bloei van de wetenschap in Europa in de laatste 600 jaar mogelijk. Hoe? Door het overnemen van het onderscheid dat van het begin af aan in het Jodendom heeft bestaan tussen ‘heilig’ en ‘gewoon’, kadosj en chol. Er is een domein dat ‘heilig’ is, en er is een domein dat ‘niet heilig’ is. Bijvoorbeeld in de dagen van de week. Eén dag is heilig, de Sjabbat, de andere zes dagen zijn dat niet. Dat onderscheid tussen ‘heilig’ en ‘gewoon’.

Dat onderscheid is diepgaand anders dan het uitgangspunt van de natuurreligies, waarin in principe alles in de schepping, bezield is, en daarmee goddelijk. (Een zienswijze die de mystici van Jodendom, Christendom en Islam trouwens vastgehouden hebben. Maar dat terzijde). In de niet-heilige tijdruimte kan de mens onderzoeken, zonder het goddelijke te schenden. (Althans, dat is de veronderstelling). Het heeft ons de fundamentele wetenschap gegeven, met al zijn ontdekkingen en toepassingen die het leven zo oneindig veel aangenamer maken dan het door de millennia heen is geweest.

Ten tweede heeft het Christendom de arbeidsdeling tussen religieuze autoriteit en profane autoriteit uit het Jodendom overgenomen: de priester heeft zijn taken, de koning de zijne. Of, zoals Jezus het heeft geformuleerd: ‘Geeft de keizer wat des keizers is, en geef aan God wat God toebehoort’. Deze arbeidsdeling binnen de autoriteiten heeft uiteindelijk, met allerlei tussenstappen, in de Westerse beschaving de seculiere staat mogelijk gemaakt.

Ten derde heeft het Christendom de boodschap van Genesis 1 verspreid over de wereld: alle mensen zijn geschapen naar het evenbeeld van God. Er bestaat geen intrinsieke hiërarchie tussen mensen. Met allerlei tussenstappen heeft deze opvatting de ‘burger’ mogelijk gemaakt, de citoyen, die gelijk is voor de wet (van het land waarvan hij/zij burger is). En daarmee kwam ook de democratie in zicht.

Ten vierde is er het idee van de ultieme waarheid: er bestaat een waarheid, die de mens niet kent omdat zij voorbij deze werkelijkheid ligt en deel is van het Bewustzijn van God, maar de mens kan er wel naar streven die waarheid te ontdekken. Het is een inzicht dat door de mystieke ervaring wordt onderbouwd en gedeeld wordt door Jodendom, Christendom en Islam.

Het Christendom verschilt echter van het Jodendom, omdat het deze mystieke werkelijkheid – die vervat is in die andere uitspraak van Jezus: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ – opeist voor de politieke werkelijkheid – ten onrechte zeg ik als Jodin; door de mystieke ervaring van waarheid te plakken op de politieke dimensie van leven en samenleven, werd het Christendom dé locatie van de waarheid, en moesten vertegenwoordigers van het Christendom, zoals Willibrord en Bonifatius, dé waarheid noodzakelijkerwijs aan andere godsdienstige beschavingen ontzeggen. Bonifatius moest de fana dilubrorum en de cultura idularum wel een slag toebrengen, vanwege hun gebrek aan waarheid.

Verleidelijke vooruitzichten

Het boven-tribale karakter van de Westerse beschaving (waar op de wereld die ook te vinden is) met zijn voortbrengselen: moderne, fundamentele wetenschap, seculiere staat, de burger die aan ieder gelijk is voor de wet en de democratie, en de idee van een ultieme, alles overkoepelende waarheid, staat onder druk. Door een nieuw, modern tribalisme, in het leven geroepen door Woke, een conglomeraat van deel-ideologieën met, ik moet het toegeven, zeer verleidelijke vooruitzichten: diversiteit; een einde aan alle vormen van racisme; gelijkheid van uitkomst en niet alleen gelijkheid van kansen, dus een goed leven voor iedereen; einde aan alle vormen van machtsongelijkheid; the great reset . Maar helaas, het in praktijk brengen van utopieën – en Woke is zo’n utopie – heeft meestal een zeer hoge prijs. Niets is namelijk zo destructief als tribale tegenstellingen.

Maar voordat ik verder ga, wil ik eerst zeggen dat er een enorme kracht ligt in een tribe, een stam. Ik snap wat het betekent tot een stam te behoren. Zonder een stam heeft een mens het veel moeilijker in het leven. Als Jodin begrijp het stamgevoel en de waarde ervan. Joden zijn een volk, maar wie opgelet heeft op bijbelles, weet dat er al 2500 jaar geleden door een bezetter slechts en stam overbleef: Juda. Dat bestaat het joodse volk maar uit één stam. Als Joden tot op de dag van vandaag bestaan, is het ook omdat we niet ten onder zijn gegaan door stammenoorlogen.

Dat behoren tot een stam maakt dat je als Jood of Jodin onmiddellijk emotioneel contact hebt met andere Joden en Jodinnen waar ook ter wereld. Je deelt een, zoals ik het altijd noem, existentiële positie, dat wil zeggen je kijkt naar de wereld, reageert op die wereld, je handelt in de wereld vanuit een gedeelde geschiedenis, actualiteit en toekomst. Wat er met jou, jouw familie, jouw gemeenschap, jouw volk is gebeurd, gebeurt en zal gebeuren bepaalt hoe je de informatie om je heen sorteert, beoordeelt, ervaart en wat je ermee doet. Elke Diepfries, met een ‘f’, weet wat ik bedoel.

'Thuis' bij de clan

Hoewel ik al jaren bevriend ben met Tiny van der Schaaf en Romke van der Wier, leerde ik pas kortgeleden het begrip ‘Diepfries’ kennen. Ze zijn beiden Friezen, maar Tiny is Diepfries en Romke niet, zegt Romke. In het weergaloze boek Een wreed paradijs van Hylke Speerstra over Friese emigranten spatte ook die enorme kracht van het horen bij een stam van de bladzijden af. Nick de Jong krijgt het advies van zijn vader om zijn schaatsen mee te nemen, naar Nieuw-Zeeland. Hij denkt, ‘Nou ja, oké dan’. Maar als op een goede dag de rivier de Otago bevroren is, bindt hij de schaatsen onder, „nog nooit hunkerde hij zo naar het ijs”. In Amerika gaat een andere Fries het ijs op, en ontmoet twee anderen die zwijgend met hem meeschaatsen.

Of wat te denken van een emigrant die in Amerika een kroeg binnengaat om te ontdekken dat die vol zit met andere Friese emigranten. Sommigen worden verteerd door ondraaglijke heimwee, en gaan terug of, als dat niet kan, blijven verscheurd tussen twee werelden. Ergens in hun biosysteem ligt de herinnering vastgeklonken aan waar zij thuis zijn of waren. IJsvlaktes, wolkenluchten, geuren, voedsel, het landschap, taal, riten, gebruiken, speelgoed, huizen, schuren, erfgoed, lichaamsgebaren, de manier van kijken, de manier van lachen, gegalm in de kerk, seizoenswisselingen, verhalen, kinderliedjes – alles is het materiaal voor ‘thuis’. Thuis zijn bij de clan, de tribe, de stam, het volk, is een diep gevoelde realiteit én noodzaak.

Met de kanttekening dat niemand een identiteit heeft die 100 procent samenvalt met de tribe. Ieders identiteit is een lappendeken van deel-identiteiten. En de tweede kanttekening: alleen binnen de stam, de tribe, kan men niet leven. Degenen die weggingen, gingen ook vanwege de extreme armoede, de achterstelling, het totale gebrek aan perspectief – daar hielp het Diepfries-zijn niet tegen. Ze konden zich inpassen zoveel ze wilden, maar verrekten toch. En zo was het bij Joden ook. Geworteld in de joodse beschaving waren ze duizenden jaren, maar desondanks waren de meesten arm als de ratten. Atheïsme, socialisme, anarchisme – arme Friesen waren er meer ontvankelijk voor dan Nederlanders in de rest van het land. En ook Joden omarmden massaal de klassestrijd en de seculariatie. Het hielp niet, of niet genoeg, tegen destructie.

Sleutelbegrip waar om wordt gevochten

Waarom heb ik het hierover en niet over de waarheid, waarover de titel spreekt. Omdat in de nieuwe botsing van beschavingen ‘identiteit’ een sleutelbegrip geworden is waarover wordt gevochten, met alle consequenties van dien. En die zogeheten ‘identiteitspolitiek’ is gevoed geworden door het discours over waarheid dat meer dan een halve eeuw geleden begon. De linkse, meestal Marxistische, Franse filosofen formuleerden in de naoorlogse tijd, samen overigens met ontstelde theologen, fundamentele kritiek op wat lange tijd ‘het grote verhaal’ heette: de idee dat de samenleving, dankzij ontwikkelingen in de wetenschap en techniek, beter zou worden, voor steeds meer mensen.

Het aloude messiaanse idee had sinds de Verlichting een steeds meer seculiere verpakking gekregen: er werd gewerkt aan het paradijs op aarde waarvoor we met zijn allen nog even de tanden op elkaar zouden moeten zetten.

Maar mooi niet, er kwam geen einde aan alle kwaad. De ‘maakbare mens’ - het ideaal van nazisme, socialisme, communisme, Maïosme en de sociaal-democratie - bleek in staat tot genocide op ongekende schaal, op een industriële manier en niet gehinderd door wetenschappelijke theorieën, maar erdoor geïnspireerd. Ook op andere schaduwkanten van de nieuwe tijd werd de schijnwerper gericht. De milieu-vervuiling en uitbuiting van de aarde; de kolonisatie en de ontwrichtende gevolgen daarvan in wat toen nog De Derde Wereld heette; de achterstelling van zwarten, andere minderheden, vrouwen en ieder die niet hetero was – het kwam allemaal aan de orde in dat maatschappijkritische denken. Terecht.

Er gebeurde nog iets. De post-moderne filosofen kwamen namelijk ook tot de conclusie dat alles in de werkelijkheid een sociale en/of taalkundige constructie is. Dé werkelijkheid bestaat niet, harde categorieën bestaan niet, de begrippen die wij gewend zijn te hanteren zijn slechts voortgekomen uit een interpretatie van teksten. Niets in de werkelijkheid heeft een hard, onontkoombaar bestaan. Zelfs in de natuurkunde is niets zeker. Zeiden zij, met een fout begrip van de quantum-natuurkunde.

Geen onderlinge communicatie

De idee dat alles een sociale of taalkundige constructie zou zijn, sloeg aan, met name in de sociale wetenschappen. Zodat nu, bijvoorbeeld, ‘sekse’ een sociale constructie is: ‘man’ als biologisch gegeven en ‘vrouw’ als biologisch gegeven worden gepresenteerd als ontdaan van een harde realiteit, deze noties zijn vervangen door ‘gender’. In een museum in Birmingham stonden ze uitgeschreven op een muur, er waren op dat moment zo’n zeventig genders gedefinieerd. Ik zeg niet dat er in dit denken helemaal geen waarde te vinden, want er is wel degelijk een variatie. Maar zodra dit denken buiten het zuiver filosofische discours komt, loopt het gevaar tot een ideologisch wapen te verworden. Als je verordonneerd wordt om ‘vrouw’ te vervangen door ‘mens die menstrueert’, sta je toch wel even te kijken. En wie er niet in mee gaat, loopt de kans verketterd te worden en gecensureerd. Woke is vaak heel hardvochtig en weinig vergevingsgezind, zoals de godsdiensten van weleer.

Ook ‘ras’ is nu een sociale constructie. Maar merkwaardig genoeg wordt het spectrum ‘zwart’ - ‘wit’, dat werkelijk duizend tinten omvat, juist ingekrompen. Ter wille van de bestrijding van het racisme, dat tot in de kleinste haarvaten van mens en maatschappij wordt waargenomen. Voor de Woke gedreven antiracisten is er slechts ‘zwart’ en ‘wit’. En macht. Want de belangrijksten van de Franse post-moderne filosofen analyseerden alle relaties in termen van macht. Bij hun navolgers is ‘zwart’ daardoor per definitie de machteloze en heeft ‘wit’ per definitie macht, oftewel ‘white privilege’.

De geschiedenis van de Westerse beschaving is weliswaar al millenia een geschiedenis van arme mannen en vrouwen, onderdrukt door een paar machtige mannen en vrouwen. Allemaal wit. Lees Het wrede Paradijs , of dat andere boek van Speerstra Bloot voor de dokter . Maar hun geschiedenis van misère is van generlei waarde, want hun witte huid gaf hen automatisch privileges. Beweren de Woke gedreven antiracisten.

Wat deze manier van denken brengt is dat individuen met hun menigvuldige kenmerken gereduceerd worden tot lid van een groep, qua sekse tot een groep met een van de letters van het alfabet, of qua huidskleur in twee categorieën, ‘wit’ of ‘zwart’. Wat deze manier van denken brengt is identiteit, want de grenzen tussen van de diverse groepen worden voortdurend gedefinieerd. Maar wat deze manier van denken ook brengt is strijd. Want Woke stelt ook dat er geen communicatie mogelijk is tussen de groepen. Geëist wordt dat men begrip opbrengt voor een specifieke groep, maar tegelijkertijd wordt ontkend dat dat begrip mogelijk is, want ja, de ander behoort nu eenmaal niet tot de groep.

Hiërarchie van leed

Tribalisme leidt altijd tot strijd. Ook het moderne, intellectueel gestuurde tribalisme. Feministen van de oude stempel hebben nu de strijd aangebonden met trans-vrouwen, over hun deelname in vrouwensporten; middenklasse zwarten ontkennen het bestaan van systeem-racisme en spreken zich uit tegen de zwarte gewelddadige getto-cultuur van de Amerikaanse grote steden; Joden vechten aan dat ze door white privilige gestegen zijn op de maatschappelijke ladder in plaats van door scholing en hard werken, en ze beginnen zich te weren tegen de negatie door Woke-activisten van een geschiedenis van 2000 vervolging; Amerikaanse ouders, wit of zwart of Aziatisch of Latino of gemixt, beginnen bezwaar te maken tegen de verdeeldheid zaaiende ideeën van critical race theory, die in toenemende mate op Amerikaanse basisscholen wordt onderwezen; werknemers maken steeds vaker bezwaar tegen de notie, geleerd op de diversiteitscursus waar de overheid, het leger of hun werknemer ze naartoe heeft gestuurd, dat zelfs als ze zich niet racistisch gedragen, ze toch racistisch denken, onbewust; bezorgde laaggeschoolden en laagbetaalden die zijn weggezet als ‘deplorables’, omdat ze zich niet zouden hebben aangepast aan de nieuwe economische verhoudingen, hebben de kont tegen de krib gegooid en op Trump of Wilders en voor Brexit gestemd. En zo verder. De tegenbeweging wordt sterker.

Woke op zijn beurt maakt zich schuldig aan demonisering (via de sociale media), censuur (op de sociale media), ontslag of zet van juridische middelen in. Plus de nieuwe tribalisten doen een beroep op ‘het gevoel’. Harde feiten, harde cijfers, op basis van onderzoek of historische documenten - oftewel de objectieve waarheid – legt het in deze botsing van beschavingen af tegen de subjectieve waarheid. ‘Ik voel het zo’ is het wapen waarmee elke discussie wordt gestopt. Wie een ander pijn doet door onaangename feiten te berde te brengen of onaangename vragen te stellen, wordt de mond gesnoerd, want ‘geen pijn doen’ is een hoger goed dan het achterhalen van hoe dingen werkelijk in elkaar steken.

Let wel, ik zeg niet dat die subjectieve waarheid niet bestaat, en al helemaal niet dat die niet gehoord moet worden, wel dat als de subjectieve waarheid de maatstaf wordt in politieke discussies, samenleven ontzettend ingewikkeld, zo niet onmogelijk wordt. Want voor je het weet ontstaat er een hiërarchie van leed: wiens verhaal van onderdrukking en onbegrip is het ergste, en wie moet op basis daarvan het meest worden voorgetrokken? Met wiens diversiteit moet het meest rekening worden gehouden, wie heeft er recht op het warmste, meest lucratiefste plaatsje in de maatschappij? En wie mag daarom wie de tent uitvechten?

Het primaat van het gevoel, zonder tempering door de rede, is – voor zover ik het begrijp – een aspect van afgoderij. Het is een totalitair aspect. Een aanspraak op het gevoel – ‘ik voel het zo’ - hoeft natuurlijk absoluut niet te leiden tot dwingelandij, maar als er geen uitwisseling tussen zienswijzen mogelijk is tussen mensen, tussen groepen, wordt het wel gevaarlijk. Ik zie die dwingelandij, dat totalitaire, om zich heen grijpen. Misschien ben ik te veel beïnvloed door de nog levende Italiaanse filosoof Giorgio Agamben, die permanent waarschuwt tegen de uitzonderingstoestand en de biopolitiek – politiek die bepaalt wat de burger met zijn lichaam wel en niet mag doen. Politiek in brede zinj, de overheid, maar ook de wetenschappers die hand en spandiensten verlenen. Een voorbeeld, de noodtoestand duurt in Nederland als 1,5 jaar en het corona-beleid wordt feitelijk al 1,5 jaar bepaald door drie mensen: Rutte, Grapperhaus en De Jonge. Ingefluisterd door een wel erg beperkte groep experts.

Misschien ben ik te veel beïnvloed door Hannah Arendt, die gewaarschuwd heeft dat totalitaire regimes – wat iets anders is dan despotie – tot de gebruikelijke regeringsvormen gaan behoren. Misschien ben ik te veel beïnvloed door Aldous Huxley, schrijver van The Brave New World (1932). Hij voorspelde dat totalitaire regeringen in de toekomst hun ingezetenen niet met repressie zouden onderdrukken, maar met de belofte van veiligheid de vrijheid zouden inperken; met instemming en tot volledige tevredenheid van die ingezetenen. Roept dat associaties bij u op? Bij mij wel. In 1958 gaf hij een interview aan Mike Wallace. Een vraag uit zijn eigen essaybundel Enemies of Freedom werd hem opnieuw voorgelegd: „Hoe kunnen wij in een tijd van versnelde overbevolking, van versnelde over-organisatie en steeds efficiëntere middelen voor massa-communicatie de integriteit waarborgen en de waarde opnieuw bevestigen van de mens.” Zijn antwoord was dat de groep minder belangrijk is dan het individu. En de vaststelling dat ieder mens genetisch verschillend en uniek is, is de basis voor het waarde van vrijheid. Dat, zegt Huxley, moet mensen worden geleerd, en ook „om op hun hoede te zijn voor de verbale booby traps die altijd worden neergelegd en te analyseren wat er tegen hen wordt gezegd.”

Totalitair denken

Toen ik Ab Osterhaus enkele dagen geleden op de televisie hoorde zeggen dat de ongevaccineerden eigenlijk het beste op een eiland bij elkaar gezet konden worden (maar dat dat niet kan), moest ik aan Huxley denken. Ook wetenschappers, wereldwijd, hebben zich blijkbaar de laatste 1,5 jaar laten verleiden tot totalitair denken. Wat niet in hun narratief paste, moet het zwijgen worden opgelegd. En daarbij heeft Big Tech een handje geholpen, door meningen die Big Pharma onwelgevallig waren van de internet-platform te verbannen. Let wel, alle mensen die op welk niveau ook beleid uitstippelen, of het nu bij de overheid, in de wetenschap of zelfs bij Big Tech en Big Pharma is, hebben de allerbeste bedoelingen. Daarvan ben ik overtuigd. Maar ik weet me ook, zeg ik als Jodin, gewaarschuwd door wat er in nazi-Duitsland plaatsvond. De beleidsmakers toen, op ieder niveau, dwars door de samenleving, hadden het beste voor met iedereen. Ook toen ze Joden als ‘een gevaar voor de volksgezondheid’ aanmerkten. Ook toen ze een oorlog startten tegen het toenmalige ‘virus’. Speel dus niet met vuur door mensen nu in onze samenleving weg te zetten als ‘gevaar voor de volksgezondheid’, zoals minister De Jonge met regelmaat doet.

Terug naar Woke, vaak voortgestuwd door universitair opgeleide wereldverbeteraars. Net als indertijd bij de nazi’s en de Sovjet-communisten. Jonge mensen, tussen 28 en 42, niet zelden gepromoveerd filosoof, jurist, econoom, bevolkten de nazi-overheid en -instituties, en ze hadden het voor het zeggen in de wetenschap. Intellectuelen doen meestal niet het vuile werk van de repressie, ze leveren er wel de ideeën voor, en tuigen de machtsstructuren op die voor die repressie nodig zijn.

De postmodernisten hebben de waarheid versplinterd door te stellen dat er geen waarheid is, alleen interpretatie. Hun navolgers hebben deze stellingen geradicaliseerd en proberen nu een waarheid te vestigen waaraan niet getornd kan worden. Helaas wordt Woke vooralsnog gesteund door Big Corp en Big Finance en door Big Tech, die probeert alles wat de Woke-activisten onwelgevallig is van de internet-platforms te halen. Want de Wokedenkbeelden zijn geen gewone politieke ideeën gebleven, waarover een politieke discussie moet worden gevoerd, maar zo ongeveer heiligverklaard. Wie ze niet onderschrijft, is geen politieke tegenstander, maar een slecht mens, die gedemoniseerd, uitgestoten, ontslagen, en tot zwijgen gebracht moet worden. Daarin toont Woke zich een opvolger van de oude religies en van de twintigste eeuwse ideologieën.

Waarheid beschermen

Wat te doen? Ik pleit voor de onophoudelijke discussie met zo veel mogelijk mensen. Ik pleit voor daadwerkelijk onafhankelijke wetenschappers. Ik pleit voor het behoud van de boventribale samenleving die Bonifatius en oneindig veel anderen wisten te verwerkelijken, gebaseerd op de overtuiging dat ieder mens het beeld van het goddelijke in zich draagt en verwerkelijkt. Ik pleit voor de moed om tegen het heersende narratief in te gaan als dat niet klopt. Ik pleit voor vergiffenis, die menselijke geste die relaties herstelt. Ik pleit voor liefde, voor elk bezield wezen en voor alles dat nu nog als onbezield wordt gezien. Ik pleit voor vrijheid.

En ik pleit voor waarheid; de subjectieve én de objectieve. Zonder waarheid is samenleven niet mogelijk. Want zonder waarheid is rechtspraak niet mogelijk, zonder rechtspraak is vertrouwen niet mogelijk, zonder vertrouwen is betrouwbaar economisch handelen niet mogelijk en zonder betrouwbare economie is samenleven niet mogelijk. Mensen mogen niet worden vermoord. Dat Bonifatius werd vermoord, staat niet voor niets in ons nationale geheugen gegrift. Maar de waarheid mag evenmin worden vermoord. Ze moet tot het uiterste worden beschermd.

Nieuws

Meest gelezen