Van 'homofilie' tot 'regenboogviering'

Regenboog boven Bakhuizen. Foto archief LC Foto: Catrinus van der Veen

In de rubriek ‘50 jaar geleden’ stond op 24 april een klein stukje over de oprichting van een ‘Werkgroep Homofilie Friesland’ in 1970. Het originele bericht maakte melding van een breed samengestelde werkgroep De werkgroep paste bij de maatschappelijke ontwikkelingen van de jaren zestig met de seksuele revolutie en de aandacht voor de plaats van homo’s en lesbiennes in de maatschappij.

In 1964 werd door Benno Premsela, de eerste voorzitter van het COC (opgericht in 1946), voor het eerst op televisie aandacht besteed aan homoseksualiteit. Na een eerdere mislukte poging in 1954 is in 1971 de afdeling Friesland van het COC opgericht. Deze keer lukte het wel, mede dankzij de steun van de Werkgroep Homofilie Friesland.

In dezelfde jaren zestig brachten de stichting Dialoog en het tv-optreden van Gerard van het Reve (met de kus voor minister Marga Klompé) het onderwerp homoseksualiteit in de huiskamer. Radiopastor Alje Klamer en pater Jan van Kilsdonk brachten het gesprek in de kerken op gang. Daar was ook volgens de Werkgroep Homofilie Friesland behoefte aan: ,,Want vanuit de maatschappij wil men geleidelijk aan de homo beter aanvaarden, maar de homofilie nog lang niet. (…) Binnen de kerk groeit het besef dat men de homofiel moet zien als iemand die “zo” is en die door God, de kerk en de mens aanvaard moet worden.”

Sindsien hebben de kerken zich geleidelijk opengesteld voor gesprek en beleid. De katholieke Nieuwe Katechismus (1966) wijst homoseksualiteit af, maar wenst wel, dat een homoseksueel ,,met iemand – een arts, een zielzorger, iemand van wijsheid en begrip – zich erover kan uitspreken”. In 1972 stelt de Evangelisch-Lutherse kerk de ambten open voor homoseksuelen. In de erop volgende decennia bieden de Hervormde en Gereformeerde synodes stap voor stap ruimte voor homo’s aan het avondmaal, als ouderling, diaken en predikant.

Het wel of niet (in-)zegenen van levensverbintenissen van twee mannen of twee vrouwen wordt overgelaten aan de plaatselijke gemeente, ook nog nadat het burgerlijk huwelijk in 2001 officieel is opengesteld voor twee mensen van hetzelfde geslacht. Deze maatschappelijke ontwikkeling vraagt om ruimhartig beleid van de kerken. In het boek Zegen Vieren. Zegening van levensverbintenissen (1996) benadrukt ds. Hallewas, dat de kerkelijke zegen geen (verkapte) huwelijksvoltrekking is, maar wel de erkenning dat twee mensen die een paar willen zijn, voor God mogen zijn die ze zijn. In 1986 hebben de Remonstranten als eerste kerkgemeenschap de zegening van homorelaties mogelijk gemaakt, gevolgd door de Oud-Katholieken in 2006. In de Doopgezinde gemeenten wordt homoseksualiteit volledig geaccepteerd.

Aan de andere kant van het kerkelijk spectrum wordt nog veel pijn geleden. Niet alleen homo’s en lesbiennes krijgen krassen op hun ziel, ook hun ouders en andere familieleden. Dat blijkt duidelijk uit het getuigenis van John Lapré, De veilige kerk (2017) en dat van Geja van Reenen, Ik zal altijd van je houden (2020). Inmiddels wordt in deze kerken wel gesproken over het toelaten van homo’s en lesbiennes tot het avondmaal, maar toelating tot de ambten en het (in-)zegenen van levensverbintenissen is meestal nog buiten beeld. Het boekje Ik zal altijd van je houden besluit met een aantal handreikingen aan ouders en aan kerkelijke gemeenten, waarvan de belangrijkste is: ,,Praat niet alleen over hen, maar praat met hen.”

In deze maatschappelijke en kerkelijke discussies speelt de provinciale Werkgroep Geloof en Homoseksualiteit Friesland sinds 1992 een bescheiden rol met voorlichting aan kerkenraden en jaarlijks een roze viering of regenboogviering in een van de kerken in Fryslân.

In de vergadering van Provinciale Staten wordt vandaag het voorstel besproken, dat ook Fryslân zich voortaan als ‘Regenboogprovincie’ manifesteert. Het is te hopen dat de zichtbaarheid van de regenboogvlag en de officiële status van ‘Regenboogprovincie’ en ‘Regenbooggemeente’ (Leeuwarden, Heerenveen, Súdwest-Fryslân, Waadhoeke) ertoe bijdragen, dat in de plaatselijke kerken en parochies het gesprek over seksuele diversiteit gevoerd zal worden. En dat de kerken zich verder ontwikkelen tot veilige gemeenschappen, waar iedereen volop mag meedoen zoals hij/zij is.

Een duidelijk moment om naar toe te werken is Roze Zaterdag. Dit jaarlijkse nationale feest van de seksuele diversiteit (sinds 1979 steeds in een andere stad) begint altijd met een oecumenische regenboogviering. Met één jaar uitstel zal deze viering op 19 juni 2021 worden gehouden in de Grote of Jacobijner kerk in Leeuwarden. Het zou heel mooi zijn als zoveel mogelijk kerkgenootschappen in Fryslân willen meedoen met de Regenboogviering en dat op zondag 20 juni 2021 in alle Friese kerken het lied Ongestraft mag liefde bloeien / Sûnder twang mei leafde bloeie wordt gezongen; u vindt het lied op www.werkgroepgh.nl .

Alex Riemersma is voorzitter van de Werkgroep Geloof en Homoseksualiteit Friesland

Nieuws

Meest gelezen