Valse hoop in het strafrecht | opinie

‘Er ontstond discussie over het al dan niet verjaard zijn van het kaarsincident rond Johan Derksen.’ FOTO ANP

In toenemende mate wordt van het strafrecht verwacht dat het oplossingen biedt, terwijl ze niet bereikt (kunnen) worden. Valse hoop resteert.

Twee functies van het strafrecht wil ik toelichten. De eerste betreft de waarheidsvinding, waar opsporing aan vooraf gaat.

Kaarsincident

In de reacties op de recente bekentenis van Johan Derksen in Vandaag Inside kwam het Openbaar Ministerie op het idee om opsporingshandelingen te gaan verrichten. Vrijwel direct werd dit idee bekritiseerd. Met name de verontwaardiging dat er geld en tijd werd gestoken in zo’n oud feit, terwijl recentere feiten in een wachtrij moeten plaatsnemen, stak de kop op. Bovendien ontstond er een discussie over het al dan niet verjaard zijn van het kaarsincident.

Om met dat laatste te beginnen: het incident is verjaard. (Sommige zedendelicten verjaren sinds een wetswijziging in 2013 niet meer, maar dat geldt niet voor feiten die tóén al verjaard waren.) Dit zou het boek definitief moeten sluiten, maar schijnbaar blijft de behoefte bestaan om iets nog uit te zoeken.

Aanslag Koninginnedag

Als je iets wil uitzoeken hoewel je niemand daar meer voor kunt vervolgen, ligt een waarheidscommissie meer voor de hand. Die komt de waarheid zelfs meer ten goede, zie de eerste opmerkingen die Derksen maakte over zijn gedrag.

Naar aanleiding van de aanslag in Apeldoorn op Koninginnedag 2009 waarbij zeven mensen omkwamen, onder wie de bestuurder van de auto die inreed op het publiek, werd evenzeer onderzoek gedaan, hoewel niemand meer vervolgd kon worden. Er ontstond discussie of de mogelijkheid zou moeten bestaan om op te sporen zonder vervolging van een persoon.

Correctie op wangedrag

De wens om meer te weten te komen over het hoe en waarom werd mede ingegeven door de bedreigde staatsveiligheid als gevolg van de aanslag, niet in de laatste plaats omdat het leven van leden van het Koningshuis gevaar liep - en blijvend gevaar zou kunnen lopen.

Strafrecht moet zich bezighouden met waarheidsvinding, maar uitsluitend in het kader van een vervolging en berechting van een persoon, niet als doel op zich, tenzij de veiligheid acuut in gevaar is. Het strafrecht is naar mijn idee bovenal een correctie op wangedrag. Na verjaring of de dood van de verdachte kan het strafrecht niet meer zoveel betekenen.

Vergelding

Een tweede functie van het strafrecht is de vergelding. De roep om hogere straffen is bij sommigen nog steeds luidkeels. Het wetboek begint voor hen steeds meer een oase te worden. Tot voor kort betrof de voorwaardelijke vrijlating een derde van de straf, als die twee jaar of meer omvatte. Tegenwoordig gaat de celdeur pas op z’n vroegst twee jaar voor het einde van het vonnis open. Ten aanzien van een straf van 24 jaar houdt dat in dat de detentie stopt na 22 jaar in plaats van na 16 jaar. Hier wordt buiten de rechters wil om meer vergolden.

Vandaag stemt de Tweede Kamer over een wetsvoorstel om de maximumstraf voor doodslag te verhogen van 15 jaar naar 25 jaar. Een verhoging die, gebundeld met de nieuwe regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling, kan resulteren in een straf van 23 jaar, waar eerst 10 jaar de langst mogelijke duur zou zijn geweest. Meer dan een verdubbeling!

Hogere straffen hebben nog nooit geleid tot lagere criminaliteit, zeker niet als het om ernstige strafbare feiten gaat. En onderzoek naar feiten van zeer lang geleden geeft het risico dat bewijs niet meer voor handen is. Je hoopt op verbeteringen, maar krijgt er frustraties voor terug.

Bart Canoy is strafrechtadvocaat in Leeuwarden

Nieuws

menu