Uit de Randstad

Joh, schei uit, gebaarde de buurman vanachter het venster, alsof hij wilde zeggen: ,,Dat is toch veel te gek?’’

Wieberen Elverdink.

Wieberen Elverdink.

Ik had zojuist onze groene container naar de hoek van de straat gerold en maakte aanstalten om hetzelfde met de kliko van de buren te doen. Die stond naast de onze, op de oprit die we delen sinds zij hier vorig najaar kwamen wonen. Kleine moeite, wenkte ik terug.

Toch begreep ik zijn verwondering. Voordat ze een half jaartje geleden naar ons dorp kwamen, woonden onze buren in een klein, gehorig appartement in het westen van het land. Op een plek waar bewoners vooral hun eigen leven leidden, elkaar slechts bij uitzondering kenden, laat staan groetten - om over de zorg voor elkaars afvalbakken maar te zwijgen.

Toen we een paar weken geleden waren ingesneeuwd en een groep straatgenoten met sneeuwschep de elementen trotseerde om de weg vrij te buffelen, had onze nieuwe buurman zich met koude handen en een warm hart bij hen gevoegd. Zwijgzaam genoot hij na gedane arbeid van het kruidenbittertje dat een buurvrouw de sneeuwruimers, leunend op hun gereedschap, voorschotelde. Hij had in de eerste weken best wel eens getwijfeld of het een goed besluit was geweest, Friesland. Maar toen ze daar zo stonden, met die scheppen en die borrel, wist hij zeker: hier voel ik me thuis.

Ik werd onderhand wél kribbig van suggesties als zou met de komst van ‘westerlingen’ de dorpsziel verwateren

Terwijl de container van de nieuwe buren achter me aan klepperde, dacht ik aan de geluiden over de ‘verrandstedelijking van het Noorden’, die ook in ons dorp steeds vaker de kop opstaken. Verhalen over die vermaledijde trek van mensen uit de Randstad naar onze contreien, omdat het hier nog zo lekker kalm, fraai en relatief betaalbaar wonen was. Er klonk argwaan en ergernis in door; pas op, geef ze niet je vinger, want voor je het weet hebben ze je hele hand en dan is het gedaan met je rust en je mienskip .

Voor zover die zorg betrekking had op de beschikbaarheid van huizen voor jongeren uit eigen streek kon ik daar een heel eind in mee. Ik kende de frustrerende verhalen van jonge stellen die geen schijn van kans maakten in het biedingengeweld dat mede door kopers van buiten de regio werd aangewakkerd.

Maar ik werd onderhand wél kribbig van suggesties als zou met de komst van ‘westerlingen’ de dorpsziel verwateren. Tot diep in de vorige eeuw was onze nederzetting tot op het bot verzuild en leefden mensen van verschillende gezindten hier als vreemden naast elkaar.

Juist toen ons dorp dankzij de gunstige ligging in trek raakte bij forensen, mensen die niet al bij voorbaat tot een van de kampen behoorden en ook vertikten dat te zúllen doen, verdwenen de scherpste randjes en kon er plots veel meer sámen. Bleken die lui van buiten ineens het sociale cement in plaats van het verdunningsmiddel.

Nadat de vuilniswagen was langsgereden en ik naar de straathoek wilde stiefelen om de kliko op te halen, trof ik die warempel al op onze oprit. Achter het raam ontwaarde ik de nieuwe buurman, duimpje omhoog, breed grijnzend om mijn verbazing.

Zilver is de gemeenschap die verdedigt wat haar verbindt.

Goud, het dorp dat daarin ook nog eens durft te delen.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Instagram