Twintig in 2050: een oefening in toekomstdenken. We staan op een kruispunt in de geschiedenis | opinie

‘Een nieuw soort ruilverkaveling, waarin we de balans tussen economie, ecologie en sociale opgaven met elkaar vormgeven.’ FOTO MARCEL VAN KAMMEN Foto: Marcel van Kammen Marcel van Kammen

We staan op een kruispunt in de geschiedenis. Hoe zou een 20-jarige in 2050 op deze tijd reflecteren? ‘Achteraf blijkt 2023 een kanteljaar te zijn geweest.’

D e mondiale leefomgeving staat onder druk. Dat bleek opnieuw uit de klimaattop in Egypte die vorig weekend werd afgesloten. VN-baas Antonio Guterres was duidelijk: ,,We zitten op de snelweg richting een klimaathel met onze voet op het gaspedaal.’’

We staan op een kruispunt in de geschiedenis. Ervaren dagelijks de onmacht van papieren akkoorden. We moeten zelf aan de slag en globale doelen vertalen naar een regionale, impactvolle betekenis. Ook in Friesland. Durven we daarin ambitieus te zijn? Zijn we dat niet collectief verplicht aan hen die in 2050 20 jaar oud zijn?

We nemen jullie mee in een oefening in ‘toekomstdenken’.

Het is 2050. We staan met Johannes, net 20 geworden, buiten te praten met uitzicht over kleurige weilanden met her en der grazende koeien. Hij vertelt dat ze op school hoorden over de periode tussen 2020 en 2030. Dat de grote wereldwijde problemen rond klimaat en natuur ons in de greep hadden. Al die opgaven vroegen om fysieke ruimte en leidden tot een ‘slag om de ruimte’ in Nederland en Friesland. Wat was dat precies?

Nou, Johannes, dat was een roerige tijd. Een tijd met zorg over de toekomst. Vol met onzekerheden. We waren de grenzen en draagkracht van de planeet voorbij. De kranten stonden er vol van, en het hield ons wakker uit de slaap. Het besef dat het anders moest, kwam in het begin van de jaren twintig. Maar er was ook een gevoel van onmacht.

Ingewikkelde vraagstukken. Ongemakkelijke feiten. We voelden verantwoordelijkheid om die vraagstukken aan te pakken. Voor de volgende generaties, die 20 in 2050 zouden zijn. We sjouwden kinderklompjes met ons mee in al de gesprekken die we erover voerden. Als symbool voor al de generaties Friezen die nog zouden komen. Afhankelijk van de koers die wij voor hen kozen. Met een drive om het verhaal van het rijke Friese verleden naar een nieuwe tijd te brengen. In 2018 zongen we nog Set dyn tosken yn de nije tiid , als themalied voor de Culturele Hoofdstad, maar in 2023 hebben we dat pas echt gedaan.

Vanzelfsprekend was dat allerminst. Maar we hadden geen keus. De urgentie was er. We liepen klem in de spagaat van dat altijd alles maar kon. De kwaliteit van onze leefomgeving – veraf en dichtbij – piepte en kraakte. De grutto donderde uit ons landschap. We verdronken in bubbels vol eigen gelijk en het verschil tussen arm en rijk werd groter. Energie-armoede door geopolitieke spanning. Geen betaalbaar huis meer te koop. Een land dat onmogelijk vanuit twintig Tweede Kamerpartijen op een pad naar de toekomst kon komen. Geen ruimte voor het geheel of voor reflectie. Het maakte velen van ons moe.

Waar was het verhaal om voorbij de crisissen het perspectief voor de toekomst te zien? Het was er niet. En dat gevoel van onmacht hoorden we breed om ons heen. Ook het groeiend besef dat een langetermijnperspectief nodig was. Maar hoe?

Op weg naar brede welvaart

We stonden in het najaar van 2022 bij Tresoar in Leeuwarden te praten. Bij een bijeenkomst van het Obe Postma Selskip. Obe Postma, de dichter die in 1926 het gedicht Mienskip schreef. Toen in 2022 waren we bijna honderd jaar verder. De woorden van dat gedicht raakten ons. Had het rijk bezongen landschap van het verleden wel een plek in de toekomst?

De sleat mei kikkertsblom,
De úttrape wâl in byt begroeid,
Ofearte pôle en tehaff’le reid –
De miedkraach mei syn dracht
Fan klaver, blommeguod en al
Wat op ’e seine wachtet,
Kaam gear yn my.

We zetten de eerste voorzichtige stappen in 2023. Samen: burgers, boeren, bestuurders en andere betrokkenen. Een soort van collectieve Friese missie richting 2050. We zetten een beweging in gang om te bouwen aan het landschap en de toekomst als ware het de kathedraal van Gaudi in Barcelona. Steen voor steen. En we spraken over hoe we een gezonde leefomgeving zouden aanpakken, en wat er voor nodig was om dat voor elkaar te krijgen.

Ja, natuurlijk ging dat over ingrijpende veranderingen. Maar tegelijkertijd zagen we het ook als kans om hier vanuit de mienskip aan te werken. Met een blik voorbij 2050. Als een nieuw soort ruilverkaveling. Nu niet gericht op rationalisatie van het landschap, zoals vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw. Maar in 2023 gericht op een verhaal waarin we de balans tussen economie, ecologie en sociale opgaven met elkaar vorm zouden geven. Met het landschap als drager van een gezonde, vitale bodem en een toekomstbestendig watersysteem. We vonden dat de komende generaties daar recht op hadden. Op een gezond en leefbaar Friesland.

We vatten die opgave in het concept ‘brede welvaart’. Waarbij dat ‘brede’ stond voor een maatschappelijke balans tussen welzijn en welvaart. Met als context de natuurlijke draagkracht van de wereld om ons heen. En dat we ons met dit concept ook telkens zouden afvragen of de keuzes voor vandaag ook goed zijn voor het dagelijks bestaan van latere generaties. ‘Goed voorouderschap’ noemden we dat toen.

In de klompjes van de volgende generatie

Vanaf die tijd gingen we figuurlijk staan in de klompjes van de generaties die zouden komen. Dat gaf energie om ons te buigen over al die opgaven. Er moesten 17.500 duizend huizen komen. De landbouw moest anders en had ruimte nodig met perspectief voor boeren. Want juist zij geven hun land door aan volgende generaties. We zochten plek voor energielandschappen, nieuw spoor of opvangplekken voor water, en zetten in op herstel van biodiversiteit.

Maar alles kon niet overal. We moesten keuzes maken. Niet gemakkelijk, wel inspirerend. Vandaag, nu we in 2050 zijn, weten we hoe groot die opgave achteraf geworden is. Maar we durfden onze tanden erin te zetten.

Wat hielp was dat we vanaf de start al uitgangspunten met elkaar hadden neergezet. Bijvoorbeeld een klimaatakkoord of het realiseren van een circulaire economie in 2050. En er lag al een stapel aan ideeën en visies. Van Natuerlijk Fryslân 2050 , Omgevingsvisies tot Deltaplan van het Noorden . Startpunt voor een nieuw verhaal. Maar waar kwam dat verhaal integraal bij elkaar?

Achteraf blijkt 2023 een kanteljaar te zijn geweest. Het lukte om in het provinciale coalitieakkoord van 2023 enkele punten op te nemen. Er kwam ruimte, in denken en in plannen, voor het langetermijnverhaal voor en van Friesland. We zagen de toekomst recht in de ogen. Iedere bestuurder had vanaf toen klompjes op zijn werktafel staan. Teruglezend stond het volgende in de coalitie-akkoorden:

1. Brede Welvaart als missie voor Friesland

We namen in de provinciale ambities op dat alle besluiten die bestuurders vanaf 2023 zouden nemen in het licht zouden staan van de brede welvaart van hen die 20 in 2050 zouden zijn. Met een blik voorbij coalitieperiodes.

2. Ruimte voor betrokken samenleving

We begrepen dat we de creativiteit uit de samenleving nodig hadden. De complexiteit van de opgaven vroeg van elk een stapje extra. Er kwam jaarlijks 5 procent van het overheidsbudget vrij om het 2050-initiatief uit de samenleving mogelijk te maken.

Dat gebeurde onder andere via burgerbudgetten. We noemden dat Koers Fryslân 2050 en het aanjagen gebeurde door Coöperatie Fryslân 2050 . Ieder die zich betrokken voelde bij de toekomst van Friesland, kon er lid van worden. Deze coöperatie kwam gevraagd en ongevraagd met ideeën over de toekomst van Friesland. De politiek zou er op alle niveaus geweldig gebruik van maken.

3. ‘2050-beraad’ in 412 dorpen en 11 steden

Coöperatie Fryslân 2050 startte met beraad op diverse plekken in stad en platteland. Het ‘2050-beraad’. Op landelijk niveau waren er in 2022 al overal mensen die elkaar opzochten in hun zoektocht naar de toekomst. Een netwerk dat het ministerie van de Toekomst werd genoemd. Welke thema’s zijn van belang als we voorbij coalitieperiodes kijken? En hoe ziet je dorp of wijk eruit voor volgende generaties?

Coöperatie Fryslân 2050 vormde onze eigen, regionale ministerie van de Toekomst. De Friese bibliotheken zetten de deur open voor gezamenlijke dialoog. Overal in Friesland werden verhalen en ideeën opgehaald over het Friesland voor volgende generaties. Als een burgerberaad over Friesland in 2050. Steeds was de vraag ‘naar welke brede welvaart streven we voor generaties die komen?’

In 2025 hadden we 412 dorpsverhalen en 11 stadsverhalen opgetekend. Ze vormden het fundament voor Koers Fryslân 2050 .

Beste Johannes. We kwamen in de etalage van Europa te staan. Het Fries Museum had in 2025 namelijk een inspirerende samenvatting van al dat beraad in een tentoonstelling gevat, tijdens de tweede Arcadia-triënnale.

Er werd dag na dag gebouwd aan een groot rond 360-graden panoramabeeld. Met een doorsnede van meer dan 15 meter. Waar je midden in kon gaan staan en waar je mogelijke inspirerende toekomsten van Friesland in 2050 zou kunnen zien. In ecologische, ruimtelijke, economische en sociale zin. Het was hét voorbeeld hoe Europa haar Green Deal-opgave met het Europees Bauhaus Programma zichtbaar wilde maken. Von der Leyen en Timmermans, toen de gezichten van Europa, openden de tentoonstelling.

We kijken er met trots op terug, Johannes!

Ik ook, antwoordt Johannes, met een knipoog. ‘Want al wat hjir troch bloei en stjerren gong, it kaam gear yn my.’

Eddy Wymenga is ecoloog bij Altenburg & Wymenga. Klaas Sietse Spoelstra is directeur en strategisch adviseur bij Nij Sicht (Bureau voor strategische vernieuwing).

Nieuws

menu