Twaalf perspectieven rond de Lelylijn | opinie

‘Dat het hier zo druk wordt als in de Randstad, is pure bangmakerij.’ FOTO ARCHIEF LC

Heeft het Noorden meer aan nieuwe huizen dan aan een nieuwe spoorlijn? Brengt de Lelylijn woningplannen juist dichterbij? Een aantal schetsen voor de toekomst.

Eerst de financiën. Pecunia onder Rutte-IV waren tot voor kort niet het zorgelijkste onderwerp. Het ‘Wobke-Wiebes-fonds’, het Nationaal Groeifonds , was er voor structuurprojecten. Corona gooide daarna roet in het eten en met de economische crisis en de situatie in Oekraïne is het geen botertje tot de boom met dit project.

Toch zijn durf en ambitie nodig voor de toekomst. Er komt een tijd na de brute inval door Poetin en de zijnen. Schaarse geldmiddelen van de Nederlandse staat gaan deels naar onze stijgende defensiebijdrage aan de NAVO. U weet wel: ‘Wapen je voor de vrede’. Anderzijds hoeft geld geen breekpunt te zijn bij de huidige rentestanden. Verder kijkend (regeren is vooruitzien) zijn er een paar feitelijke omstandigheden. Laat ik wat perspectieven schetsen als amateur-waarnemer-met-gezond-verstand.

Allereerst moet de ‘bottleneck’ opgelost op het spoortraject via de verbinding Zwolle – Meppel. Alle treinverkeer verloopt via deze enige verbinding; als zich daar problemen voordoen, ligt Noord-Nederland plat. De nieuw te bouwen Nedersaksenlijn (Enschede - Groningen via Emmen) is een verbetering, maar bevindt zich in oostelijk Nederland.

Ten tweede zou doortrekken vanuit Lelystad naar Groningen er voor zorgen dat de witte vlek die de railkaart in Nederland kent opgelost wordt. Plaatsen als Emmeloord en Drachten hebben recht op een treinstation.

Ten derde zullen kleinere plaatsen aan de lijn (Lemmer, Leek, Hoogkerk) de druk van het autoforensenverkeer zien afnemen; gunstig voor vermindering van de CO2-uitstoot.

Ten vierde is station ‘ Airport Groningen-Eelde’ een optie. Prima voor de bereikbaarheid.

Ten vijfde wordt de reistijd Groningen-Amsterdam bekort. Een snelheid van meer dan 200 kilometer per uur leidt tot een reis van iets meer dan een uur. Dat betekent dat werken in de Randstad en wonen in het Noorden een aantrekkelijke optie wordt. Ons land heeft woningen nodig, met name in de Randstad, maar juist daar is er door verstedelijking geen bouwruimte.

Het lijkt dus ten zesde logisch om woningbouw te realiseren waar men tegen betaalbare kosten wil wonen en dat effect zal door de Lelylijn versterkt worden.

Ten zevende lost dit ook de druk op de Randstad op: minder hutjemutje bevolking, minder vervuilend Randstadautoverkeer en een betere milieu-woonomgeving. Als plaatsen aan de Lelylijn open staan voor nieuwe inwoners, geeft dat de woningbouw een aanzienlijke boost. Goed voor de lokale en regionale economie.

Ten achtste temeer daar veel ervaringen erop wijzen dat banen de mensen volgen en er een verbeterde spreiding van welvaart plaatsvindt.

Ten negende moeten we ‘Europees’ durven denken, gezien de netwerkmogelijkheid om door te treinen naar het Duitse economische noorden. Naar plaatsen als Oldenburg, Bremen, Hamburg, Berlijn en richting Denemarken. Het basis-railnetwerk bij onze oosterburen ligt er al en het tracé tussen stad Groningen en Nieuweschans/Leer behoeft geen enorme verkaveling.

Het buitenlandse aspect geldt, ten tiende , voor railvrachtvervoer in nachtelijke uren.

Bij reizigers, ten elfde , geldt nog als argument dat het huidige beleid van de Europese Unie erop gericht is om hen binnen een straal van 750 kilometer uit het vliegtuig in de trein te krijgen, dit bij het maatregelenpakket om de CO2-uitstoot te verminderen. Europese structuurfondsen moeten worden aangeboord, maar die zijn in het Brusselse wel vindbaar.

Lelylijn-sceptici vrezen dat na de realisatie ons allerlei gebreken uit de Randstad zullen overspoelen en geroemde voordelen laten verdwijnen. Onze rust en ruimte, sociale cohesie, plattelandse weidsheid, natuurgebieden, recreatieve mogelijkheden.

Dat het hier net zo druk wordt als daar, is pure bangmakerij. De Randstedelijke bevolkingsdichtheid is 965 per vierkante kilometer, terwijl die in het noorden 209 per vierkante kilometer is. Zelfs als er uit het noordelijk Deltaplan 220.000 extra woningen gebouwd worden, komen er 80.000 in Flevoland, 50.000 in Groningen en elk 45.000 in Friesland en Drenthe. Dat doet de dichtheid bij ons toenemen naar 246 per vierkante kilometer; dat is nog steeds bijna vier keer zo weinig als in de Randstad ( bron: Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Rijksuniversiteit Groningen ).

En, ten twaalfde , als rijden op elektriciteit zo gepropageerd wordt, waarom dan niet op rails? Ook generaties hierna hebben recht op goede vervoersverbindingen; de Lelylijn past daar naadloos in.

Of ik met mijn 67 jaar de opening nog ga meemaken? De tijd zal het leren. Anderzijds, elke vijf jaar uitstel kan zomaar een miljard méér gaan kosten leren navenante projecten uit het verleden. Daar hoef je niet eens een amateur-waarnemer voor te zijn.

Jan Th. Lensen woont in Heerenveen

Nieuws

menu