Transitie naar Engels eist eerste ‘slachtoffers’ | opinie

‘In brede lagen van de bevolking valt een gretigheid waar te nemen om de opgedane kennis van het Engels te etaleren.’ FOTO ANP

Geen voorpaginanieuws, toch sensationeel: ‘Engelstalige trend drempel voor veel studenten’ (LC 25 juni). Voor het eerst (?) komen er slachtoffers aan het licht van de beweging die in Nederland is ingezet. Niet een ‘Engelstalige trend’ in mijn ogen, maar de geleidelijke overgang naar een Engelstalige natie.

Een ,,aanzienlijke groep leerlingen ziet af van (verder) studeren’’, omdat de meeste opleidingen Engelstalig zijn geworden. Dat is iets heel anders dan op een Nederlands terras geen Nederlands kopje koffie in het Nederlands kunnen bestellen.

Laat mij eerst even uitleggen waarom ik denk dat Nederland de weg is ingeslagen naar een Engelssprekend land. Dat is niet omdat veel mensen onnodig Engelse woorden gebruiken, niet omdat de internationale bedrijven hun dagelijks werk in het Engels doen, en zelfs niet omdat de universities en universities of applied sciences (hbo-instellingen) hun klanten binnenhalen door zich als Engelstalig voor te doen.

Gretigheid

Waar het om gaat, is dat in brede lagen van de bevolking er een gretigheid valt waar te nemen om de opgedane kennis van het Engels te etaleren, terwijl men er tegelijk van uitgaat dat het Engels elke buitenlander zowat aangeboren is. ‘Dé Nederlander’ wíl zo graag en dat is wat de doorslag geeft.

Wat ook nog uitleg behoeft is dit. Ik vind niet dat iedereen scholing moet krijgen tot en met ten minste hbo-niveau. Dat is dus niet de reden waarom ik die ,,aanzienlijke groep leerlingen’’ slachtoffers noemde.

Nee, dat deed ik omdat dit blijkbaar jongeren zijn die wel verder zouden willen studeren, maar dat niet kunnen omdat er in Nederland te weinig opleidingen in de nationale taal worden aangeboden. (U herinnert zich wellicht dat voorstellen om de nationale taal in de Grondwet te verankeren geen meerderheid in de Tweede Kamer haalden. Er is dus opzet in het spel.) Die leerlingen zouden ook eisen kunnen stellen, en ik zou die volkomen billijk noemen.

Het grootste erfgoed

In hetzelfde artikel komt de interessante taalkundige Vicky van der Zee aan het woord, die erop wijst dat eerstejaarsstudenten een Engelse woordenschat bezitten die 40 procent kleiner is dan hun vocabulaire in het Nederlands. Wat betekent dit, als we er rekening mee houden dat iedereen die Nederlands spreekt praktisch dezelfde basisvocabulaire bezit, die ook al tientallen procenten van het totaal omvat?

Het betekent dat je juist het onderscheidende deel van je woordenschat, het deel dat jou geholpen heeft een diploma van de middelbare school te halen, inlevert zodra je aan je Engelstalige studie begint. Als de woordenschat de enige factor zou zijn die je kans op studiesucces bepaalt, dan maak je als Nederlandstalige student bij een Engelstalige studie evenveel kans op succes als iemand met een veel kleinere woordenschat, die aan een Nederlandstalige studie begint. (Uiteraard is het waar: die woordenschat is één ding, maar er zijn meer factoren.)

Ik kan niet genoeg herhalen dat de Nederlandse taal het grootste erfgoed is dat we, samen met Vlaanderen, bezitten en dat er voor dit erfgoed in de komende honderd jaar een enorme schade dreigt. Maar wellicht zal het de politiek meer aanspreken als jongeren die in hun belang worden geschaad, hier luid protest tegen aantekenen.

Peter Nieuwenhuijsen is neerlandicus-taalkundige

Nieuws

menu