Tevredenheid

,,Zeg’’, riep ik vanuit de keuken naar de eettafel, ,,had jij geen nieuwe chocopasta gekocht?’’

Wieberen Elverdink.

Wieberen Elverdink.

,,Ja’’, antwoordde mijn vrouw vanachter haar reusachtige mok gemberthee. ,,Zaterdag nog. Staat gewoon in de kast.’’

Ik monsterde de gezinsverpakking hazelnootpasta die ik zojuist uit het keukenkastje had genomen. De pot zag eruit als een plaats delict. Braaksporen van bruin smeersel tooiden deksel, etiket en glas. Aan de binnenkant bleek met woeste halen zeker twee derde van de inhoud te zijn weggeroofd.

Ik rekende terug.

Allemachtig.

Zaterdag, dat was nog maar vier dagen geleden.

Vroeger, ik heb het over de tweede helft van de jaren tachtig, had ik een speelkameraadje bij wie ik soms aanschoof voor het middageten. Voor we ons te goed mochten doen aan de geneugten van de rijk gedekte lunchtafel maande de moeder des huizes ons te beginnen met een stuk brood met niks. ,,Eerst een boterham met tevredenheid’’, zei ze dan, om er iets aan toe te voegen over ,,kinderen in arme landen die misschien wel helemáál geen brood te eten hadden.’’

Ik herinner me hoe ik mijn best deed bij elke hap kaal deeg zo dankbaar mogelijk te kijken. Ondertussen dacht ik stiekem niet aan minderbedeelde leeftijdsgenootjes elders, maar aan het pak vruchtenhagel dat vanaf de andere kant van de tafel olijk naar ons knipoogde.

De term ‘boterham met tevredenheid’ stamt uit de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Het sneetje brood zonder beleg verwees naar de schaarste uit de oorlogsjaren. Die oorlog lag in de late jaren tachtig natuurlijk al ver achter ons, maar het is niet verwonderlijk dat mijn vriendjes moeder juist in die tijd de kale boterham propageerde. Het begrip was destijds namelijk opnieuw in zwang geraakt dankzij premier Lubbers, die met de ‘boterham met tevredenheid’ soberheid predikte in tijden van bezuinigingen.

Lubbers is er niet meer en van enige vorm van soberheid is in ons keukenkastje al lang geen sprake meer. Potten choco- en speculaaspasta, honing en aardbeienjam staan er als zoete welvaartstrofeeën opgestapeld.

Althans, als ze niet al vóór De Grote Boodschappendag zijn leeggelepeld.

Ik klamp me vast aan de gedachte dat dit vast in elk huishouden met opgroeiende kinderen speelt, maar al jaren doen we hier vergeefse pogingen om het belegbeleid aan te scherpen. Dragen we de drie pastaplunderaars op om zoet met hartig af te wisselen. Proberen we ze ervan te overtuigen dat ze een boterham ook voor de helft kunnen beleggen voor ze ‘m dubbelvouwen, omdat-ie net zo lekker is zónder golvend plakkaat van smeercalorieën.

Het is ook niet zo dat ze gezonde alternatieven weigeren. Kássen aan komkommers en paprika’s knagen ze weg en zetten we ze een schaaltje waspeen voor, dan is dat verorberd in een oogwenk.

Maar staat er een nieuwe pot zoetigheid op de ontbijttafel, dan verdampt de discipline. Dan verdwijnen de kindermessen erin als troffels in een ton met specie.

Hoofdschuddend zette ik de toegetakelde pot chocopasta terug in de kast. ,,Misschien moeten we de ‘boterham met tevredenheid’ gaan instellen’’, opperde ik.

,,Mwoah’’, mompelde de 12-jarige, terwijl hij zijn mondhoeken schoonlikte, ,,ik weet zo ook wel dat we het hier hartstikke goed hebben, heit.’’

Het loste het probleem niet op, maar toch stemde dat antwoord tevreden.


wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column