Strijden voor een hoogleraar Fries? Laat ons stoppen met overal trots op te willen zijn | opinie

‘Huus van de Taol verspreidt in Drenthe scheidingsblokjes voor boodschappen op de kassaband.’ Foto: Marcel Jurian de Jong

Het is hoog tijd voor een keuze tussen taal als folklore en taal als communicatiemiddel. Een hoogleraar is daarvoor niet nodig. Stop met overal trots op te willen zijn.

Anonieme strijders voor het Fries verscheurden bij het Academiegebouw in Grins de vlag met de pompeblêden. Een wanhoopsdaad om een hoogleraar Fries te behouden. Aanstichter Herman van Vliet pleitte in Dagblad van het Noorden voor meer trotse Friezen. Dergelijke acties met nadruk op een Friese, Drentse, Groningse – of Nedersaksische – identiteit ondergraven juist draagvlak voor minderheidstalen.

Goffe Jensma komt in de annalen als laatste hoogleraar Fries. Na zijn emeritaat geeft hij lucht aan zijn verontwaardiging dat geen professor hem opvolgt. Voor slechts vier studenten Fries is een hoogleraar te duur. Ik mis een aantal overwegingen en achtergronden.

Vreemd dat Jensma na zijn afscheid van zich laat horen. Welke acties heeft hij een jaar geleden ondernomen om een opvolger mogelijk te maken? Wat heeft hij tijdens zijn professoraat aan ontwikkeling en aan inzichten over Friese taal- en letterkunde bijgedragen? Wat zijn grote vragen met betrekking tot Fries en minderheidstalen?

Pavlovreactie

Zodra een minderheidstaal in de knel komt, is de pavlovreactie voorspelbaar. Ook bij Drents, Gronings, Sallands, Twents en andere Nedersaksische talen bestaat de reactie uit twee delen. Ten eerste: meer (subsidie)geld voor streektalen, en daarnaast: trots. Het ontbreekt aan trots op eigen taal. De trots wordt gekoppeld aan identiteit. Een echte Fries spreekt Fries en pas wie Fries spreekt, is een oprjochte Fries.

Laat ons vooral trots zijn op onszelf en op onze taal, dan komt alles goed. Onzin. Een koppeling tussen (streek)taal en identiteit is de dood in de pot.

Folklore

Ik noem dit trotse uitgangspunt folkloristisch. Volgens professor minderheidstalen Bernadette O’Rourke uit Schotland is deze invalshoek heel effectief om dialecten versneld om zeep te helpen. Misschien dat de onderste sociale laag van de bevolking enige baat heeft bij de trotse aanpak. De middengroepen en elite keren hun rug naar deze folklore.

Geen wonder, bij die kneuterigheid wil je niet horen. Het Huus van de Taol verspreidt in Drenthe scheidingsblokjes voor boodschappen op de kassaband in supermarkten. Daarop leest de klant: Hej de dreuge worst vergeten? Of: Wuj der een puutie bij? Of er staat een oproep om mee te doen met een prijsvraag om een Drentse sticker te ontwerpen voor een afvalcontainer. Wie doet mee met deze infantiele benadering van taal? Dialectpromotie op een afvalbak.

Verscheidene pleitbezorgers raken opgewonden als een Hollandse acteur in een reclamespotje verbasterd Drents spreekt, na spraakles op het Huus van de Taol. Een Nedersaksisch of Fries woord in een Twitterbericht wordt gezien als een bewijs van een levende streektaal. Aan het Engelse hof is een hofdame ontslagen nadat ze in herhaling aan een ander vroeg: van wie bin ie der iene? Een vast onderdeel uit de inburgeringscursus Drents.

Toekomst

O’Rourke geeft aan dat (streek)talen toekomst hebben als ze niet als folklore worden beschouwd, maar als communicatiemiddel. In Sneon en Snein van 3 december laat Hendrik Jan Bökkers horen hoe dat kan. Hij zingt in het Nedersaksisch en in het Nederlands en in het Engels, zonder nadruk te leggen op welke taal hij gebruikt. Een fris geluid in streektaalland.

Martijn Wieling (Rijksuniversiteit Groningen) ontwikkelde een spraakprogramma waarmee hij (oude) Groninger teksten kan laten horen in het Hogelands en Veenkoloniaals zonder dat er een voorlezer nodig is. Helaas kan die tool door subsidievoorwaarden niet gebruikt worden bij andere Nedersaksische talen. Die wereld kan groter.

Het is hoog tijd voor een keuze tussen taal als folklore en taal als communicatiemiddel. Om die keuze te maken, is geen hoogleraar nodig. Stoppen met overal trots op te willen zijn, vooral trots op de vermeende regionale identiteit, is een goed begin. Verslaggevers kunnen als vervolgstap langer doorvragen naar wat dat is: Friese of Nedersaksische identiteit. Mijn inschatting: er blijft niets van over. We are all individuals. .

Gerard Stout uit Peize is schrijver (Nederlands, Duits, Engels, Frans, Russisch, Drents).

Nieuws

menu