Staartklokken

In Leeuwarden was ik op bezoek bij iemand, wiens werkkamer vol Friese staartklokken hing. Omdat ik overdonderd was, vergat ik ze te tellen, het waren er zeker acht. Ze tikten allemaal door elkaar.

Asing Walthaus

Asing Walthaus FOTO: ANNET EVELEENS

,,Vindt u dat niet irritant?’’, vroeg ik. ,,Nee’’, zei de liefhebber. ,,Het is juist heel rustgevend. Ik kan er goed bij werken.’’

Het riep herinneringen op aan pake en beppe. Net als veel mensen vroeger hadden die een staartklok. Toen pake er niet meer was en beppe alleen in Heerenhage in Heerenveen woonde, logeerde ik daar wel eens een weekeindje. Beppe vond het gezellig, overdag bereidde ik mijn tentamens voor, ‘s avonds keken we tv.

De staartklok hing daar en tikte al die tijd, een nadrukkelijk geluid, dat vanwege de houten kast luid door de stille kamer klonk. Tik voor trage tik voelde je de tijd verglijden. Op de wijzerplaat schoof een maangezichtje: nog meer verstrijkende tijd. Bovenop stond Atlas, die voor straf eeuwig het hemelgewelf moest dragen. Alles gaat voorbij, en misschien is dat jammer, maar de eeuwigheid is ook geen pretje, zei dat beeldje. Het was een mooie klok, maar ik werd er somber van.

Een week later zat ik aan de koffie bij een nicht en oude vriendin van mijn moeder. Ze woont in Noord-Holland, maar in haar hoofd is ze in Friesland gebleven. We hadden het over familieleden die zijn overleden, en de spullen die dan overblijven. Zo had zij de Friese staartklok die van haar broer was geweest. ,,Dy hingje ik net op hear’’, zei ze. ,,Dan tinkst hieltyd: alwer in minút ferdien. It giet my sa al hurd genôch.’’ De klok had ze daarom languit op het logeerbed gelegd. Eindelijk rust.

asing.walthaus@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column