'Er zitten vandaag alleen maar verliezers in de rechtbank.' Lees hier de spreekrecht-tekst die journalist Willem Groeneveld in de rechtszaal uitsprak

Journalist Willem Groeneveld. FOTO JAN WILLEM VAN VLIET

Het huis van Groninger journalist Willem Groeneveld en diens vriendin werd bestookt met molotovcocktails. De zaak getuigt van een samenleving die ontwricht raakt, stelde hij maandag tijdens de rechtszaak in zijn slachtofferverklaring.

Vanaf het belletje dat de verdachten gepakt waren, weet ik dat ik gebruik maak van het spreekrecht. Maar wat ik wil zeggen verandert per dag, per uur. Daar kauw ik al bijna een jaar op. In die maanden zijn er veel momenten geweest dat ik compassie heb met de verdachten.

Eentje is een paar jaar geleden vader geworden. Ze proberen allebei hun levens, waarin het geluk hen niet toelacht, op de rit te krijgen. Die zijn nu verwoest. Na de eerste pro-forma besloten mijn vriendin de zware dag met een goed diner af te sluiten. Voor het eerst vroeg ik me af wat de verdachten die avond zouden eten. Toen Rusland Oekraïne binnenviel en dreigde met kernwapens, was ik blij om bij vriendin en kat te zijn. Tegelijk vroeg ik me af hoe de verdachten en hun familie datzelfde moment zouden ervaren, unheimisch ver weg van elkaar.

Alleen maar verliezers

Er zitten vandaag alleen maar verliezers in de rechtbank. Die jongens hebben ons leven op het spel en de kop gezet en hun eigen leven weggegooid. Ze zijn, denk ik, op drift geraakt door ontwrichtende mondiale ontwikkelingen. Overtuigd door bulten nepnieuws en hopen desinformatie. Gek gemaakt door bekende onruststokers en complotverspreiders. En gelegitimeerd door politici die journalisten wegzetten en het vuurtje aanwakkeren voor electoraal gewin.

Die krachten zorgen ervoor dat mensen radicaliseren. Dat de verdachten misschien dachten dat ze de samenleving een dienst bewezen door mij het zwijgen op te leggen. Ze zijn compleet gehersenspoeld, blijkt uit het politieonderzoek. Ze zijn slachtoffer van kwade tongen, van hun eigen beperkte mogelijkheid die te doorzien. Om medelijden mee te krijgen.

Maar dat duurt nooit lang. Elke avond moet het alarm erop. Elke keer weer de herinnering aan die nacht, de reden dat het alarm er is. Het gaat ook wel eens mis. Dat levert een hele toestand op. Met politie in de straat. Beveiligers aan de deur. Veel stress. Veel gedoe. Als ik naar buiten ga, moet ik nadenken over de stappen die ik zet. Kan ik naar FC Groningen, moet ik het skippen? Als ik ga, blijft mijn vriendin met zorgen achter.

Staat van paraatheid

Op onverwachte momenten schrikken we enorm. Zoals laatst, toen de benedenburen een feestje hadden en twee jongens een peukje rookten in onze trapopgang. Een tijdje geleden werd de eerste bbq in de buurt ontstoken. Ik schoot direct in staat van paraatheid. De brandlucht bracht me terug naar de angst van die nacht.

In The Wire gooien twee gasten molotovcocktails bij een huis naar binnen. Alles brandt af. De bewoonster overlijdt, haar zoon loopt ernstige brandwonden op. Die scène heeft lange tijd door mijn hoofd gespookt. Wat als. De rechtszaak, de vele zittingen, het downplayen door de advocaten van de verdachten, het rakelt alles weer op, het zuigt energie. De gebeurtenis en de nasleep zetten alles onder spanning, de relatie, familie, mijn vriendin en mezelf.

We hebben professionele mentale hulp gezocht. Nooit gedacht daar ooit een beroep op te doen. Zeker niet als voortvloeisel vanuit mijn werk, omdat ik schrijf over zaken die in Groningen spelen. Omdat ik onderzoek, duid, verslag doe en aan de kaak stel. Ik merk dat ik me daar voor het eerst in mijn loopbaan in belemmerd voel.

Waakhond

Al langer word ik bedreigd en geïntimideerd. Vanuit de vastgoedhoek waar ik vaak over schrijf, en door andere groeperingen. Nooit is het zo gevaarlijk geworden. Voor het eerst was ik echt onveilig vanwege mijn werk. Dat ettert door. Ik let op mijn woorden, kan niet meer overal naartoe. Mijn journalistieke vrijheid is me deels afgenomen, en dat door krachten die schreeuwen dat de pers niet vrij is.

En niet alleen die van mij. De aanslag zorgde voor een schok onder collega’s. Op de redactie van Dagblad van het Noorden , RTV Noord en die van OOGTV . En zeker op die van Sikkom . Het hakt erin bij de waakhond van de democratie. En bij andere instituten die de maatschappij dragen.

Agenten worden vanuit dezelfde bewegingen bedreigd. Ziekenhuizen worden telefonisch belaagd. Bewindslieden thuis intimiderend bezocht. Daags na de aanslag gaven GGD-medewerkers aan de wijk niet meer in te durven omdat de verdachten de middag van de aanslag demonstreerden bij de prikbus, waar ik vervolgens verslag van deed.

Het is volgens mij terreur: met geweld, intimidaties en bedreigingen vanuit een politiek motief anderen de wil of het zwijgen opleggen. Hoe treurig het voor de verdachten ook is, daar moeten we korte metten mee maken voordat de hele samenleving gegijzeld raakt door een kleine groep radicale kwaadwillenden.

Democratie-ondermijnende dynamiek

Deze zaak is groter dan het leed dat mijn vriendin en mij is aangedaan. Het staat voor een gevaarlijke ontwikkeling in de maatschappij, die in komende en al spelende ontwrichtingen een goede voedingsbodem vindt, zoals nu weer met de stikstofdiscussie.

We moeten wat tegen deze democratie-ondermijnende dynamiek doen. In de landelijke, regionale en lokale politiek, in buurten, straten, families en vriendengroepen. Op scholen, kantoren, sportverenigingen en universiteiten. In de media. Maar ook in de rechtbank. Al is het om duidelijk te maken dat terreur niet loont. Opdat de volgende potentiële aanslagpleger twee keer nadenkt en de GGD-medewerker de wijk weer in durft.

Daarom hoop ik op een uitspraak die recht doet aan alle facetten van deze trieste zaak.

Willem Groeneveld is journalist en oprichter van Groninger stadsblog Sikkom . Bovenstaande tekst is een bewerkte versie van de slachtofferverklaring die hij maandag voorlas, tijdens de rechtszaak tegen de twee mannen die ervan verdacht worden ’s nachts molotovcocktails in het huis van hem en zijn vriendin te hebben gegooid.

Nieuws

menu