Sam Weller

Weinig over Dickens gehoord deze kerst, maar ik heb eindelijk De Pickwick papers uit de kast gehaald en gelezen.

Asing Walthaus

Asing Walthaus FOTO: ANNET EVELEENS

Wat een verrassing, wat een sprankelend boek, lang geleden dat ik hardop lachend zat te lezen - dankzij Dickens en dankzij de vertaling van Godfried Bomans.

Het boek, in 1836 begonnen als vervolgverhaal in de krant, was de doorbraak van de schrijver. Het gaat bijna nergens over: meneer Pickwick, een bemiddelde man uit Londen reist met drie vrienden door Engeland om te kijken hoe het land erbij staat. Hij maakt verkiezingen mee, jachtpartijen, oplichters, zit zelfs een tijdje in de gevangenis, maar hij blijft goedgemutst en een tikje wereldvreemd.

 

(Honderd jaar later jatte de baas van Douwe Egberts de naam Pickwick om zijn naamloze thee een Brits tintje te geven. Zijn vrouw, die het boek las, stelde het voor. In Engeland is Pickwickthee niet te koop).

Vanaf hoofdstuk tien heeft de heer Pickwick een knecht, Sam Weller. Hij is een welbespraakte cockney, die met beide benen op de grond staat. Hij wordt wel eens vergeleken met Sancho Panza, de knecht van Don Quichot. Voor elke gelegenheid heeft Sam Weller een uitspraak paraat van de vorm ‘XXX, zoals de YYY zei toen hij ZZZ’. ‘Baat het niet dan schaadt het niet, zoals de man zei toen hij zijn vrouw overboord gooide’ - dat werk. Het begint met een cliché, en steekt er dan de draak mee.

Zulke gezegden bestonden al langer, de meeste talen kennen ze wel. In het Nederlands heten ze apologische spreekwoorden en komen er vaak boeren in voor. Maar dankzij Dickens’ succesvolle boek zijn ze in het Engels Wellerisms gaan heten.

Weer wat geleerd, zoals de man zei toen zijn vrouw twee dagen later druipnat en met een geweer voor de deur stond.

asing.walthaus@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column