SC Heerenveen en SC Cambuur moeten samenwerken op en rondom het veld

Cambuur-trainer Henk de Jong. FOTO ANP

Zowel SC Heerenveen als SC Cambuur zijn regelmatig in het nieuws met bestuursproblemen. Hoe kan dat en wat is er aan te doen?

Vorige week stapte het stichtingsbestuur van SC Cambuur op na druk van de raad van commissarissen, de directie en vertegenwoordigers van de business club en supporters.

Twee jaar geleden gebeurde het omgekeerde bij SC Heerenveen. De voorzitter van het stichtingsbestuur maakte zichzelf directeur door de raad van commissarissen en de directie te vervangen. Kort geleden ging ook de technisch directeur bij de club.

Gedragen door gemeenschap

Bij beide clubs is de bestuursstructuur daarmee onklaar gemaakt. Het ene orgaan volgt het andere niet meer kritisch, maar schuift het terzijde. Daarmee dreigt een ongezonde dynamiek in de voetbalgemeenschap.

Lange tijd zijn voetbalclubs gedragen door een gemeenschap. De gemeenschapszin verandert en dat merken voetbalclubs. De commerciële en zakelijke belangen zijn heel groot. Het gaat niet meer alleen om een spel en hobby, maar ook om (veel) geld.

De bestuurlijke oplossing is een onafhankelijke stichting die de gemeenschap organiseert. Ondernemers, supporters, maatschappelijke organisaties – iedereen die de club draagt – is hierin vertegenwoordigd en doet zijn best hun club te dienen. Gezamenlijkheid, draagvlak, daarom draait het. Op de tribunes heerst de waan van de wedstrijd, in de businessclub heersen de zakelijke belangen en betrokken politieke en maatschappelijke organisaties hebben weer andere prioriteiten.

De kunst is van alle meningen gezamenlijke doelen te maken. Dit gebeurt in wisselwerking met de stichting en de commissarissen, de onafhankelijke toezichthouders. De laatsten houden toezicht op de directie die het voetbal organiseert.

Dit model werkt goed als betrokkenen hun rol kennen. Daarbij helpen ze elkaar. De stichting zet de club in de maatschappij en verbindt belangen. Dit kan (natuurlijk) niet zonder de club. Goede relaties tussen directies, commissarissen en stichtingen maken de club.

Sterke mannen

In het voetbal gaat dit goed met een duidelijke visie en strategie van en door goede bestuurders. Ze zijn succesvol als ze de juiste partijen aan zich binden. Een ander scenario is dat bestuurders zelf heel veel geld meebrengen. Een combinatie van beiden is ideaal. Dit zijn de structurele problemen van Cambuur en Heerenveen. Er zijn wel sterke mannen, maar hun samenbindend vermogen is beperkt en hun geld ook – al hebben sommigen goed geboerd.

Zolang de clubs niet worden verkocht – wat onwenselijk is – aan sterke commerciële partijen, kan de kracht van Heerenveen en Cambuur nooit financieel zijn. Gemeenschapszin draagt de clubs. Daarbij past een stichting die weet hoe ze samenwerkt.

Heerenveen teert nog steeds op een jeugdopleiding die gedragen werd – en wordt – door de gemeenschap. De jonge voetballers krijgen hun opvoeding in de dorpen en de scouts van de clubs kwamen lang uit dezelfde dorpen. Ze kenden Scandinavië op hun duimpje en de voorzitter en zijn vrouw deden actief mee.

Draagvlak, geld en goodwill

Bij Cambuur belichaamt Henk de Jong de club als ongekroonde koning van de Friese voetbalgemeenschap. Een goed stichtingsbestuur weet een dergelijk gevoel om te zetten in beleid, geholpen door commissarissen en directie. De club krijgt daarvoor draagvlak – en daarmee geld en goodwill.

Voetbal is emotie én veel geld. Voor plattelandsclubs betekent dit feit middelmaat als bestuurders niet een lonkend perspectief voor de gemeenschap schetsen. Aansprekende mensen, zoals ooit Riemer van der Velde en momenteel Henk de Jong, belichamen dit gevoel. Toch zijn zij machteloos als er niet wordt gewerkt aan de lange termijn.

Een club die ten prooi valt aan een fanatieke groep supporters of een businessclub kent weinig successen. De magie van voetbal is dat je er samen een succes van maakt, op én om het veld.

Frank Jan de Graaf is lector corporate governance & leadership aan de Hogeschool van Amsterdam.

Nieuws

Meest gelezen