Ruïne

Ineens was-ie daar, een paar honderd meter na het sluisje in de Tilgrup. Voorbij een donker stuk bos vol oude sparren, over een diep uitgesleten, modderig pad dat aan ons schoeisel zoog.

Wieberen Elverdink.

Wieberen Elverdink.

De ruïne van De Uilenhorst.

,,Is dit alles?’’, zuchtten de kinderen, want ik zou ze ‘een soort spookkasteel’ hebben beloofd.

Ja, sorry, dit was alles.

Ik zag die jongens in gedachten zwoegen op de hei, hun bovenlijven ontbloot, terwijl de meisjes op De Uilenhorst het eten bereidden

Vier brokkelige muren waarop geen verdieping meer rustte, aan het eind van een door de tijd verzwolgen berkenlaan. Een stenen boog, waar ooit, voordat de boel werd dichtgemetseld, hooiwagens naar binnen moesten zijn gehobbeld. De hoekige contouren van wat in een vorig tijdperk knusse venstertjes leken te zijn geweest.

Terwijl de kinderen tussen de verkruimelde stenen op zoek gingen naar verborgen schatten, dreef ik negentig jaar terug in de tijd.

De Uilenhorst was een boerderij net over de Drents-Friese grens, die in de dertiger jaren van de vorige eeuw dienstdeed als uitvalsbasis voor studentenwerkkampen. Die studenten droegen met hun inspanningen bij aan de inrichting van Oude Willem, een uitgestrekt heideveld, dat tot landbouwenclave moest worden omgetoverd. Ze hoogden grond op, groeven heuvels weg en legden paden aan.

Ik zag die jongens in gedachten zwoegen op de hei, hun bovenlijven ontbloot, terwijl de meisjes op De Uilenhorst het eten bereidden. Ik beeldde me in hoe die jonge mannen en vrouwen zich aan het eind van zo’n zinderende werkdag terugtrokken in die eenzame hoeve onder het maanlicht, grote kaarsen in lege wasblikken, in de tot eenvoudig, maar warm woonlokaal omgetoverde dorskamer. Ik hoorde ze filosoferen en lachen, vanachter die gemetselde boog.

,,Heit’’, vroeg de middelste (11), met een roestig eind metaal in haar hand, ,,dit kán toch niet in de natuur? Waarom halen ze dit niet weg?’’

,,Om te laten zien dat deze boerderij hier ooit stond’’, antwoordde ik, ,,als een soort herinnering.’’

,,Maar’’, wierp ze een tikkeltje bijdehand tegen, ,,als dat zo belangrijk is, dan kunnen ze het toch beter gewoon terugbouwen zoals het was?’’

Ik dacht na. Jaren geleden schreef ik voor de krant over een molen, ergens in de provincie, waarvan slechts de romp restte. De gemeente wilde het historische bouwwerk heel nobel in oude luister herstellen en weer van een kop en wieken voorzien. Maar erfgoeddeskundigen keerden zich – tot verbazing van velen - tegen dat plan. Die sneue molenromp vertelde immers bij uitstek het verhaal van de verveningsgeschiedenis, waarbij stoomgemalen in zwang raakten en molens overbodig werden.

Zo was het misschien ook met De Uilenhorst. Zoals Oude Willem een eeuw geleden aan de natuur werd ontfutseld, zo moesten boeren het gebied de afgelopen jaren na een grootscheeps herinrichtingsplan weer aan diezelfde natuur teruggeven. Boerderijen als De Uilenhorst, waar ooit werklustige studenten sliepen in de stal, verloren hun functie en werden verlaten.

Die grillige gebiedsgeschiedenis, dat spel van geven en nemen stond nu voor altijd geëtst in de verbrijzelde resten van de afgelegen hoeve.

Ik krabde wat cement uit een voeg en keek mijn dochter aan. ,,Door iets weer helemaal te maken zoals het was, wis je soms juist iets uit.’’

Op die paradox van de ruïne heeft ze toen de hele weg terug naar huis zitten kauwen.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie