Respect voor de handige vakman

FOTO ANP

Buitenom schilderen? De keuken aanpassen? De tuin vergroenen? Tegels eruit halen, dat is simpel. Maar het zware grondwerk vraagt om machines en weten wat je daarmee doet, dus om een vakman.

Het deel van Nederland dat niet twee rechterhanden heeft en zelf zo’n uitdaging oppakt, en dat is het grootste deel, heeft handige vaklui nodig. Voor grote projecten, maar ook voor kleinere klusjes als het vervangen van een lekkende kraan of stucen van een gammel muurtje.

Hier zit dat grootste deel van Nederland dus met een probleem: er zijn te weinig van die handige vakmensen. Op vrijwel ieder gebied, dus moet je een verbouwing die meer vergt dan een vlotte reparatie gauw een jaar vooruit plannen.

Gouden tijden

Overal hoor je de verhalen. Over de ‘hoofdprijs’ die een bedrijf in een offerte vraagt voor een nieuwe dakbedekking, na drie telefoontjes waar de offerte blijft en een bedrag naar het motto: ‘Wij hoeven deze klus niet, maar als ze dít ervoor willen betalen…’

Je hebt mazzel als er toch nog enkele concurrenten zijn die het ook wel willen doen. Dat is gunstig in de prijs. Maar die vlieger gaat lang niet altijd op. Dan heb je als klant de keus tussen lang wachten of veel betalen, want handige vakmensen zijn schaars. En schaars maakt duur. Zo werkt de markt.

Bedrijven in de bouw beleven gouden tijden. Van ervaren klusjesmannen - vaak zzp’er en veelzijdig - worden contactgegevens uitgewisseld onder vrienden en kennissen. ‘Prima ervaring mee! Misschien heeft hij tijd.’ Dat moet je dus maar afwachten, want ook dan ben je gauw een half jaar verder. Een periode, waarin je graag zou willen dat de klus wordt opgepakt maar steeds beseft dat je het zelf niet kunt. Dan ga je wel waarderen dat er handige vakmensen zijn, die er fluitend aan beginnen.

Werken met handen én hoofd

Techniek is uitdagend. Dat besef is gaandeweg verdwenen, onder meer doordat veel techniek in dichte ‘dozen’ op industrieterreinen zit. Techniek is weinig zichtbaar. Gaandeweg is de gedachte gaan heersen dat het gaat om werk met de handen, waar werken met ‘het hoofd’ meer status verdient.

Dat is een misvatting. Techniek is óók werken met het hoofd. Handen zijn hartstikke dom en doen alleen wat het hoofd hen opdraagt. Op ieder niveau - ook in mbo - word je voortdurend uitgedaagd om kennis en ervaring op te doen, om steeds een andere klus aan te kunnen. Techniek is immers vooral ‘puzzelen tot het klopt’. Een uitdaging die slim vakmanschap vraagt. Dat wordt nu voor iedereen in de bouwsector heel zichtbaar.

In de loop van de jaren is het streven naar een hogere opleiding verknoopt geraakt met ‘werken met het hoofd’, waar techniek het imago kreeg van dom en vies werk. Als je dan toch iets in die richting wil, moet je vooral naar het hbo om ervoor te zorgen dat jij het bedenkt en een ander het uitvoert. En dan via de havo graag, om meteen op dat niveau uit te komen. Maar langzamerhand keert - juist door de schaarste aan praktische doeners - de waardering voor het goede vakmanschap terug.

Imago

Modern mbo leidt studenten ook op tot méér dan handigheid met hamer en zaag, om maar wat te noemen. We leiden studenten op tot praktische wereldburgers, die zich goed kunnen redden in een voortdurend veranderende samenleving én vakgebied. Hierin vervalt steeds meer het onderscheid tussen een opleiding op hbo- en mbo-niveau. Een slimme mbo’er doet écht meer dan uitvoeren wat de hbo’er heeft bedacht.

Gek genoeg zien we dat nog niet terug in de cijfers van de instroom van het mbo voor de bouw, waar we studenten voorbereiden op een vakgebied waarin ze nu volop kansen hebben om aan de slag te gaan. Dat zal ook zo blijven, als je kijkt naar het enorme tekort aan woningen.

Aan het startsalaris kan het niet liggen. Dat ligt volgens een recent onderzoek in 2020 op ieder niveau voor dit werk - ook op niveau 2 - gauw rond de 2000 euro per maand en is hiermee ruim hoger dan het loon voor beginners in andere sectoren.

Belangrijker is het imago: de waardering voor vakmensen die kunnen wat lang niet iedereen kan en wat heel hard nodig is. Dat beseft groeit, nu het zo lastig is om zo’n vakman of vakvrouw te vinden. En dat is mooi.

Carlo Segers is bestuursvoorzitter van het Friesland College

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nieuws

Meest gelezen