Als laatste wens wilde hij zijn roze overhemd aan bij zijn executie

Op 27 maart 1943 liep een groep verzetsmensen naar het Amsterdams Bevolkingsregister.

Foto Annet Eveleens

Foto Annet Eveleens

Binnen schudden ze de kaartenbakken leeg, staken alles in de fik en liepen weer naar buiten. Even na elven stond het gebouw in lichterlaaie. Dat het zo vlekkeloos lukte, kwam omdat ze politie-uniformen droegen die niet van echt te onderscheiden waren. Ook al waren hun pistoolholsters van zwart gelakt karton.

Dat had Sjoerd Bakker gemaakt, die als kleermaker in Amsterdam werkte. Sjoerd Bakker is een van de zoons van de Friese familie Bakker (hij werd op 10 juni 1915 geboren aan de Nieuwestad in Leeuwarden), over wie begin dit jaar Je mag wel bang zijn, maar niet laf verscheen, een zeer lezenswaardig boek van Toni Boumans.

Gisteravond kwam hij in een flits voorbij in het NOS-journaal. In Amsterdam worden negen Stolpersteine neergelegd voor mensen die door de Duiters zijn vermoord. Deze negen hebben gemeen dat ze homo of lesbisch waren. Vier stenen werden gisteren neergelegd, de rest, met die van Sjoerd Bakker, komt later.

Na een paar dagen werden de betrokkenen opgepakt, ook Sjoerd. In de gevangenis werd hij 28. ,,Een aardige, vrolijke, inderdaad wat vrouwelijke man maar flink en zonder onuitstaanbare flikkermaniertjes’’, beschreef Yvo Pannekoek hem in zijn oorlogsherinneringen.

Ze werden ter dood veroordeeld. Toen Sjoerds familie afscheid kwam nemen vroeg hij zijn vader om Romeinen 8 voor te lezen. Als laatste wens wilde hij zijn roze overhemd aan bij zijn executie. Die was op donderdag 1 juli 1943 in de duinen bij Overveen. Toen het graf na de oorlog gevonden werd, kon hij geïdentificeerd worden aan dat overhemd.

asing.walthaus@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column