Nuance ontbreekt bij wervingsverbod internationale studenten | opinie

‘Juist het contact met medestudenten van over de hele wereld bereidt hen voor op de internationale carrière die zij zullen hebben.’ FOTO HOGE NOORDEN/JACOB VAN ESSEN Foto: JACOB VAN ESSEN

Sommige vraagstukken zien er fundamenteel anders uit afhankelijk van hoe je kijkt: door de bril van de Randstad, of die van de regio. Dit geldt ook voor de toename van het aantal internationale studenten. In steden als Amsterdam en Utrecht leidt dat tot uitpuilende faculteiten, grote kamernood en een groot beslag op belastinggeld.

Het lijkt dan ook begrijpelijk dat de Tweede Kamer met dit in gedachten recentelijk kennisinstellingen opriep om te stoppen met de werving van internationale studenten. Voor veel regio’s is deze oproep echter onbegrijpelijk, en ook echt schadelijk.

Neem Zeeland en Friesland. Beide ‘krimpregio’s’ hebben, mede door internationalisering, in de afgelopen jaren een belangrijke sociaaleconomische ontwikkeling doorgemaakt. Het markante stadhuis in Middelburg vulde zich met, veelal internationale, studenten van het university college , net zoals de prachtige voormalige bibliotheek De Beurs in Leeuwarden.

Docenten kochten huizen, leegstaande gebouwen werden studentenwoningen en inwoners constateerden tevreden dat hun binnensteden zoveel bruisender waren dan voorheen. De university colleges in Leeuwarden en Middelburg bieden in goede samenwerking met lokale huisvesters zelfs gegarandeerde huisvesting aan.

Beschikbaar voor de arbeidsmarkt

Wellicht nóg belangrijker voor deze regio’s zijn de ontwikkelingen op het gebied van internationalisering binnen het hbo. Landelijk is maar 7 procent van de studenten op het hbo internationaal, een heel ander beeld dan dat van de universiteiten. Als regionale hogeschool heeft de HZ, in Zeeland, een streefcijfer van maximaal 20 procent internationale studenten. Deze groep studenten ict, tourism, engineering is om drie redenen wel heel belangrijk.

Ten eerste spelen zij een cruciale rol bij het internationaliseren van Nederlandse studenten. De student watermanagement uit Wouw, de student hospitality uit Lemmer: juist het contact met medestudenten van over de hele wereld bereidt hen voor op de internationale carrière die zij zullen hebben – ook als zij in Nederland aan het werk blijven.

Daarbij trekt juist dit type opleidingen als een magneet talent naar de regio. Studenten lopen stage in de praktijk en worden verliefd op het mooie Friesland en Zeeland. Zij blijven daarmee beschikbaar voor banen in regio’s waar zij anders nooit waren gekomen, maar waar het bedrijfsleven kampt met enorme arbeidsmarkttekorten.

Huisvesting minder groot probleem

Ook speelt een van de belangrijkste randstedelijke knelpunten – de huisvesting – in mindere mate een rol in regio’s als deze. Integendeel: de komst van internationale studenten helpt om oude bejaardentehuizen, ziekenhuizen en overheidsgebouwen een mooie herbestemming te geven.

De kwalitatief hoogstaande hbo’s en university colleges in onze regio’s hebben juist vanwege de internationale toestroom van studenten het potentieel om verder te groeien. Die groei komt de lokale economie en kennisinfrastructuur van de buitenrandstedelijke regio’s enorm ten goede. In de discussie die volgde op de Kamermotie over internationalisering pleiten steeds meer partijen voor maatwerk, met oog voor krimpregio’s en tekortsectoren.

Dit valt toe te juichen: in de Randstad zijn de universiteiten de internationale studenten wellicht zat, juist de regio heeft bij hun komst een wereld te winnen.

Bert van den Brink, dean University College Roosevelt, Middelburg, Erica Schaper, bestuursvoorzitter NHL Stenden, Barbara Oomen, bestuursvoorzitter HZ/UAS, Zeeland, en Andrej Zwitter, decaan faculteit Campus Fryslân.

Nieuws

menu