Niet doorgaan met doen wat we deden, landbouw en natuurbeheer moeten weer verweven worden | opinie

‘Doordat de boer relatief goedkoop natuurland pacht, is hij niet gemotiveerd of in staat om op eigen grond meer te doen voor de biodiversiteit. Dit moeten terreinbeherende organisaties onder de loep nemen.’ FOTO ARCHIEF LC/SIEP VAN LINGEN

De landbouw moet toekomstbestendig gemaakt worden. Neem de bodem als grondslag van een nieuw systeem en probeer natuurbeheer en landbouw weer te verweven.

Het is momenteel hectisch in de agrarische sector, mede door een opstapeling van zaken die niet duurzaam en toekomstbestendig zijn. De meest in het oog springende dilemma’s zijn stikstof, fosfaat en CO2-uitstoot. Voeg daarbij de aantasting van Natura 2000-gebieden, de achteruitgang van de biodiversiteit en weidevogelpopulaties en de veenweideproblematiek. En vergeet niet de Kaderrichtlijn water en de toename van het landbouwverkeer.

Dat er iets moet gebeuren, is duidelijk. Europa neemt het voortouw met wetgeving en de aanpassing van vereisten voor gelden uit het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Rijk en provincie ondernemen actie door de uitkoop van bedrijven nabij Natura 2000-gebieden, het verstrekken van subsidies voor technische oplossingen en het bieden van advies over omschakeling naar een duurzaam bedrijfsmodel.

Bijeenkomsten over landschapsbeheer

Op de app van het burgerinitiatief Kening is dit het gesprek van de dag. Zelf ben ik onder andere aangesloten bij Netwerk Grondig, de vereniging van agrarische bedrijfsadviseurs als adviseur natuur inclusieve landbouw, aangesloten bij de adviespoule van ‘Living Lab Fryslân’, bij adviespoule Aldeboarn De Deelen, en maak ik deel uit van Deltaplan agrarisch waterbeheer en de themagroep Noordelijke Fryske Wâlden. Ik volg deze ontwikkelingen en krijg veel uitnodigingen voor het bijwonen van bijeenkomsten op dit vlak.

De laatste was 1 juni en ging onder andere over hoe om te gaan met natuurpacht. De bijeenkomst was georganiseerd door Living Lab op een melkveebedrijf te Eagum van totaal 120 hectare land – waarvan 92 ha productiegrasland en 17 ha kruidenrijk en 11 ha natuurpacht van SBB. Een bedrijf met de LTO-werkwijze in combinatie met technische oplossingen, zeg maar het kapitaalsintensieve systeem, met 240 melkkoeien – dag en nacht op stal – en dik honderd stuks jongvee.

Stappen voor duurzaamheid steunen

Bij de wandeling door zijn laatst aangekochte 5,5 ha weidevogelgrasland oogstte de agrariër veel complimenten. Maar bij de opmerking dat dat oppervlak te klein is voor een optimale overlevingskans voor jonge vogels, was het antwoord van de veehouder dat hij om financieel economische redenen niet meer dan 15-25 procent natuurgras in zijn bedrijfssysteem kwijt kan. Dus uitbreiding van weidevogelbeheer op eigen land zit er niet in.

Met andere woorden, doordat de boer relatief goedkoop natuurland pacht van SBB, is hij niet gemotiveerd of in staat om op eigen grond meer te doen voor de biodiversiteit.

Bij deze roep ik wederom terreinbeherende organisaties op om hun verpachtingen van grasland eens nader onder de loep te nemen. En mogelijk alleen te verpachten aan boeren die met de extra natuurhectares op eigen land ook stappen voor natuur en duurzaamheid zetten. Dit kan het totale natuurrendement minimaal verdubbelen, en agrariërs helpen bij een omschakeling.

Bodem als de basis

Ook het Wetterskip was in Eagum vertegenwoordigd en vertelde enthousiast over de plussen en kansen van ecologisch slootbeheer. Omdat het de laatste jaren in de natuur en landbouw veel gaat over de teloorgang van alles wat goed was, probeer ik ook van tijd tot tijd te wijzen op de successen van onder andere het waterschap met betrekking tot de waterkwaliteit en haar aanverwante natuurwaarden. Was zoetwaterecologie, en met name wat in het water leeft aan kleine beestjes en organismen, in de jaren tachtig geen item (je kunt het immers niet eten, moeilijk te vangen), de aandacht hiervoor heeft toch gezorgd voor het herstel van het gehele zoetwatersysteem.

Als we dit als voorbeeld nemen voor het herstel van de landbouw, dan ligt de oplossing wederom bij de kleine beestjes en organismen; de bodembiologie. Dit moet de basis zijn voor het nieuwe en bij sommige boeren al werkende systeem.

Niet verder afdwalen in kapitaalintensieve CO2-uitstotende oplossingen, maar een ‘ all in ’-oplossing, waarbij natuurbeheer en landbouw weer met elkaar worden verweven. Dus niet alleen opkopen, maar meer integreren.

Nico Minnema is ecologisch adviseur te Earnewâld.

Nieuws

menu