Monumentje

Bij City of Literature waren ze niet blij met mijn laatste column, waarin ik schreef dat ik het te stil vind omtrent het boek en de literatuur in Leeuwarden. Nou dat heb ik geweten. Ik had de poëziefietstocht van Melvin van Eldik toch wel eens meegemaakt, potverdorie?! Of lokale dichters horen voordragen bij evenementen? Ja en ja. Maar dat bedoelde ik niet.

Kirsten van Santen.

Kirsten van Santen. FOTO ANNET EVELEENS

Ik bedoelde dat het over literatuur moet gáán in Leeuwarden en, om nog maar eens een oude koe uit mijn sloot te halen, dat we de sprong naar de sterren moeten wagen. Haal internationale schrijvers hier naartoe! Koppel die aan lokaal talent. Maak samen een podcast die je ook in het Engels, Welsh, Baskisch of Duits uitbrengt. Vent het uit! Hup!

Misschien moeten we westwaarts kijken.

In Harlingen hebben ze een prestigieus monument voor het boek geschapen, een monument dat al veertig jaar staat, namelijk: de Anton Wachterprijs. Vorige weekeinde was ik bij de 21ste uitreiking in de Grote Kerk, in een coronaproof-gezelschapje. Het was weer een goede bijeenkomst. Plechtig maar niet tuttig, lokaal en werelds tegelijk, het ging nadrukkelijk over hier (Harlingen, Vestdijk, Anton Wachter, toerisme, de stad) maar ook heel erg over daar (over Annemarie Haverkamp, leven met een gehandicapt kind, leven en dood). Helemaal goed. Zo moet het.

Stille krachten

Harlingen doet er alles aan om Vestdijk te eren en zijn werk levend te houden. De Vestdijk-kamer in het Hannemahuis, het bronzen beeld van Anton Wachter, de plaquette op het geboortehuis van de schrijver – deze magische Vestdijk-driehoek is het werk van een ploegje vasthoudende, misschien zelfs koppige literatuurliefhebbers die Vestdijk – wie leest hem nog? – met hand en tand tegen het grote vergeten proberen te beschermen. Een van hen is Sjoerd van der Schaar. Het zijn mensen zoals hij die onmisbaar zijn bij het onverdroten en ambitieus promoten van de literatuur. Stille krachten.

Ik tref Van der Schaar in de Grote Kerk, een oude man, gehoorapparaat in, donkerblauwe sjaal om de nek, met licht gebogen schouders en een droeve oogopslag. Met zijn kompanen uit het Centraal Comité ’45 bedacht hij vier decennia geleden de Anton Wachterprijs. Van der Schaar miste vanaf 1977 geen enkele uitreiking. De tachtiger zag ze allemaal: van Kellendonk tot Grunberg, van ’t Hart tot Wortel. Dit is de laatste keer. Het comité stopt ermee, de gemeente neemt het over.

Van der Schaar zegt dat hij het dit jaar ‘een moeilijke uitreiking’ vindt. De eerste zonder zijn vrouw. Ze overleed deze zomer na een kort ziekbed. Ze was er altijd bij. Nu thuiskomen, zo zonder haar, dat is toch anders.

Het is te leeg. Te stil.

We staan op de koude stenen vloer van de Grote Kerk en zwijgen een poosje. Dan concluderen we schouderophalend dat het leven nooit ‘af’ is. Dat we allemaal onderweg zijn en dat er geen einddoel is of voltooiing, nooit. ‘Maar schrijf dat allemaal maar niet op’, zegt Van der Schaar met een weemoedig lachje.

Ik doe het toch. Nu, hier. Want Van der Schaar, anoniem drager van de literatuur, en zijn echtgenote verdienen een eigen monumentje.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column