Moet belediging uit het wetboek? | opinie

‘Het is gewoon een strafbaar feit als je iemand een idioot noemt.’ FOTO ARCHIEF LC

Goede voornemens en nieuwjaar gaan vaak samen. Goede voornemens en een nieuw kabinet ook, zo vernam ik vanuit het beoogde kabinet.

Een van diens voornemens betreft de communicatie; deze moet beter naar de burger toe. Ik hoop van harte dat hiermee niet uitsluitend bedoeld wordt dat de informatie zal toenemen, maar dat evenzeer de wijze waarop gecommuniceerd wordt, zal veranderen. Anders stel ik voor dat we het Wetboek van Strafrecht gaan wijzigen.

De laatste jaren zie je in de communicatie tussen politici onderling en naar de burger toe dat de inhoud en de toon veranderen. Inhoudelijk worden er zelfs strafbare feiten gepleegd.

Het begint de gewoonste zaak van de wereld te worden dat mensen worden uitgemaakt voor bijvoorbeeld idioten of mafkezen. Het is volgens mij een onderdeel van het framen, dat onderhand een vereiste lijkt voor hen om het gevoel te krijgen door te dringen tot de ontvanger. Korte soundbites die blijven hangen lijken noodzakelijk, niet om de boodschap over te brengen, maar om zelf in de hoofden van anderen te blijven nagalmen.

Terwijl al ruim tien jaar geleden het Gerechtshof in Leeuwarden in een uitspraak heeft vastgesteld dat iemand uitmaken voor onder meer idioot een strafbare belediging oplevert. Tot op de dag van vandaag sta ik mensen bij die voor dit soort bewoordingen voor de rechter worden gebracht.

Gemeengoed

De mening van de politicus moet fermer en resoluter overkomen, vindt de politicus. De gebruikte woorden brengen echter in de ogen van de Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege dat de eenheid in de rechtspraak bewaakt, altijd mee dat het een belediging is, omdat iemand in een kwaad daglicht wordt gesteld, en dat zoiets strafbaar is.

Daarbij wordt geen onderscheid des persoons gemaakt: jouw eventuele misdaad brengt niet mee dat je nooit in een kwaad daglicht gesteld kunt worden. Dat besef raakt in Den Haag steeds meer op de achtergrond. Op de burger wordt daarentegen steeds meer een beroep gedaan op het besef dat je op je woorden moet letten. Enerzijds wordt beledigen gemeengoed en anderzijds wordt het zwaarder gestraft.

De feitenrechter kan niet om de zienswijze van de Hoge Raad heen. Dit speelde evenzeer bij zedendelicten. De rechter moest zelfs van een opgedrongen tongzoen zeggen dat het een verkrachting was. Omdat de Hoge Raad aangaf dat deze zoen een vorm van seksueel binnendringen was. (Op enig moment heeft de Hoge Raad dat standpunt overigens verlaten.) Bij belediging zie je hetzelfde; het is gewoon een strafbaar feit als je iemand een idioot noemt. Omdat de Hoge Raad zegt dat je daardoor iemand in een kwaad daglicht stelt. Dat brengt de aard van het woord mee. Ik verwacht niet dat onze hoogste rechters hier anders in zullen overwegen.

Ongelijke gewichten

Zolang een minister, staatssecretaris of volksvertegenwoordiger mensen voor idioot uitmaakt en cliënten van mij om die woorden moeten terechtstaan, liggen er ongelijke gewichten op de weegschaal die Vrouwe Justitia in haar hand houdt. En zolang zij worden veroordeeld om dit soort bewoordingen terwijl anderen iedere gerechtelijke beoordeling ontlopen, zwaait het zwaard in haar andere hand maar aan één kant.

Ik hoop op het goede voornemen van het kabinet. Anders is het een optie om belediging niet meer als strafbaar feit te beschouwen. Dan is het alleen nog maar onfatsoenlijk.

Bart Canoy is s trafrechtadvocaat in Leeuwarden

Nieuws

menu