Minder koeien maar niet minder boeren | opinie

‘Het is de hoogste tijd dat de regering zelf de verantwoordelijkheid neemt en een melkquotum invoert in combinatie met een beloning voor landschapsbeheer.’ FOTO ARCHIEF LC

Het terugbrengen van de melkveestapel naar een acceptabel niveau, kan ook zonder boeren op grote schaal uit te kopen: kies voor een melkquotum.

Koeien stoten ammoniak (stikstof) en methaan uit. Het eerste is slecht voor de natuur, het tweede doet de aarde opwarmen. Ons land heeft veel koeien en dus veel uitstoot, teveel uitstoot. Daar moet iets aan gedaan worden. Volgens de huidige plannen van het kabinet kun je dat het beste doen door melkveehouders op grote schaal uit te kopen. Maar de boeren zijn niet het probleem: het zijn hun koeien. Het terugbrengen van de melkveestapel naar een aanvaardbaar niveau zonder boeren uit te kopen, kan op een andere manier: door een melkquotum op te leggen.

Plafond aan melkproductie

Een melkquotum is het recht om een bepaalde hoeveelheid koemelk te produceren. Dit werd in 1984 in de EU ingesteld om overproductie tegen te gaan. Iedere boer wist vanaf dat moment hoeveel melk hij jaarlijks mocht produceren en in combinatie met een stabiele melkprijs wist hij ook wat hij daaraan zou verdienen. Maar in 2015 werd het quotum afgeschaft en de melkproductie groeide tot circa 14 miljard kilo in 2019.

Door de groei van de veestapel zijn melk en melkproducten goedkoop in de supermarkt. Daar staat tegenover dat planten en dieren verdwijnen en het klimaat opwarmt. Ook gaat er veel oerwoud verloren in Brazilië doordat koeien soja als krachtvoer nodig hebben. Door opnieuw een melkquotum in te voeren, kan een plafond worden gesteld aan de melkproductie en daarmee aan het aantal koeien.

Boeren hebben eeuwenlang landschap vormgegeven

Het kabinet stelt een bedrag van 5,7 miljard (tot 2030) beschikbaar voor het opkopen van grond. Daarmee kan de overheid 80.000 ha aankopen. Als we uitgaan van 54 ha per boer (dat is het huidige gemiddelde), gaat het hier dus om circa 1500 boeren. Omdat een boer in ons land gemiddeld 100 koeien heeft, gaat het om 150.000 koeien, circa 10 procent van het totaal aantal koeien in Nederland. Dit levert dus niet de uitstoot-reductie op die nodig is en het levert geen nieuw verdienmodel op voor de boeren die blijven.

Veel beter is het om alle 15.000 boeren door middel van een quotum 50 procent minder melk te laten produceren (dus minder koeien te houden) en een alternatief verdienmodel aan te bieden. Beloon elke boer tot pakweg 50.000 euro (een bedrag dat een gemiddelde mkb-ondernemer zich als salaris toekent) als tegenprestatie voor herstel en onderhoud van het landschap en voor belangrijke klimaattaken als waterberging en koolstofopslag. Boeren hebben eeuwenlang het landschap vorm gegeven, wij moeten hen in staat stellen om deze traditie weer op te pakken.

Quotum in combinatie met beloning voor landschapsbeheer

Om het plaatje rond te maken, kan de schatkist de benodigde jaarlijkse 0.75 miljard via een heffing op melk innen. Bij een productie van 7 miljard liter per jaar (dat is de helft van de huidige productie) is een heffing van 10 eurocent per liter voldoende. Dat moet de burger toch willen en kunnen betalen om boer en landschap te behouden.

De provincies moeten van het kabinet voor 1 juli 2023 vastleggen hoe zij gestelde doelen denken te bereiken. Dit betekent weer een verloren jaar. Bovendien kunnen provincies geen alternatief verdienmodel aanbieden. Het is de hoogste tijd dat de regering zelf de verantwoordelijkheid neemt en een melkquotum invoert in combinatie met een beloning voor landschapsbeheer. In Oostenrijk gebeurt dat al, tot volle tevredenheid van boer en burger.

Corina van Arnhem uit Tzummarum en schrijver Frans Vollenbroek zijn actief voor Grootouders voor het Klimaat.

Nieuws

menu