In Boekes warme schuur brak de lente door

Buiten was het donker, verkleurde sneeuwkorsten in de tuin getuigden van de kleine ijstijd die achter ons lag, maar in Boekes warme schuur brak de lente door.

Wieberen Elverdink.

Wieberen Elverdink.

Ik had onze jongste (7) eigenlijk ’s middags al zullen ophalen bij zijn speelkameraadje, Boekes zoon, maar toen ik kwam aanfietsen was ik op een muur van verzet gestuit. Geen spráke van dat hij met me mee ging. Niet nu. ,,Er komen nét nieuwe lammetjes aan, heit!’’

Boeke had geknikt. Het kon inderdaad niet lang meer duren, waarschijnlijk vroeg in de avond al. Mijn zoon mocht wel blijven eten, zei hij goelijk. ,,Sjogge wy dêrnei wer eefkes yn it hok.’’

Een paar uur later stiefelde ik het onrustig geblaat tegemoet. Ik duwde de grote houten schuifdeuren opzij, waarachter ik het gezelschap aantrof. Ritselende kinderlaarzen in het stro. Kleine, zachtjes mekkerende bolletjes nieuw leven in de hoek. En de bezorgde blik van Boeke, op zijn knieën voor een zwaar ademende ooi in het verblijf ernaast.

Die moest nog.

Nee, die moest wéér.

Het schaap onder Boekes armen had zojuist een eerste lam geworpen, nat en levendig, en voorzien van de grijsblauwe gloed die Blauwe Texelaars zo eigen is. Maar het dier bleef persen. Droeg het een tweede jong? Maar wáár dan?

Pas na lang voelen stuitte Boekes zoekende hand warempel tóch op een pootje. En een koppie. ,,Der sit noch ien yn’’, riep hij naar de jongens, maar toen die naderbij kwamen en het tweede lam de moederschoot verliet, werd het heel stil in de schuur. Het diertje was klein en slap, veel kleiner en slapper dan het zou moeten zijn - dat zag je zo.

Boeke wreef en masseerde. Hij blies het roerloze beestje zijn eigen adem in. Hij raapte het op, wiegde het stevig heen en weer, probeerde het met koud water tot schrikken te brengen, net zo lang tot er geen hoop meer was. ,,Ferdórie!’’

Ik zag mijn jongste staan, zwijgend, duidelijk onder de indruk van wat hij net had gezien. Ik probeerde woorden te vinden om hem gerust te stellen, maar kwam niet verder dan dat ene stomme cliché: ,,Dat hoort bij de natuur.’’

Gelukkig was daar Dieuwke om troost en afleiding te bieden. Dieuwke, het oudste en vrolijkste schaap van Boekes schuur. Het enige schaap met een naam, ook. Dieuwke trok kinderen aan en andersom. Als de jongens het land betraden en de andere schapen terugdeinsden, kwam zij juist dichterbij en liet ze zich aaien.

Nu stond ze vlakbij, in het grotere verblijf met schapen die pas over een paar dagen aan de beurt waren met lammeren, waar ze zich bijna moederlijk door de jongens liet aanklampen.

Op de fiets terug naar huis ging het al niet meer over dat ene lammetje; het ging over die grappige Dieuwke.

Een paar dagen later informeerde ik Boeke naar de voortgang van de lammerij. ,,Hiel bêst’’, zei hij, maar er was ook verdrietig nieuws. Dieuwke, 8 jaar oud, was na het werpen van twee puntgave lammetjes bezweken. Baarmoederontsteking. ,,Ik ha der alles oan dien.’’

Toen ik dat onze jongste even later vertelde, streek hij met zijn hand over de mijne en keek me betekenisvol aan.

,,Dat hoort bij de natuur, heitie.’’

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column