'Laat kardinaal De Jong inspiratiebron zijn' | opinie

Kardinaal Johannes de Jong (midden) bij de viering van zijn 40-jarig priestersjubileum, op 15 augustus 1948 in het stadion van Utrecht. FOTO ANP STOKVIS

De christelijke kerken moeten hun omgang met de Joden in de loop van de geschiedenis kritisch onder de loep nemen, aldus kardinaal Wim Eijk.

D e Joodse wet zegt dat zowel het lichaam van overledenen als hun graf ongeschonden moet blijven. Dit is een van de pijnlijke aspecten van de shoah. De lichamen van de Joden die in de concentratiekampen massaal door vergassing om het leven zijn gebracht, werden verbrand in een poging om de sporen van deze vreselijke misdaad uit te wissen. Van de slachtoffers van de shoah hebben we daardoor geen stoffelijke resten en daarmee ook geen graf.

Om deze reden heeft de Joodse Staat Israël in 1953 te Jeruzalem Yad Vashem opgericht. Het doel van deze instelling is om slachtoffers van de shoah te gedenken.

Dat het ontvangen van deze onderscheiding een buitengewone eer is, wordt duidelijk als we beseffen waar Yad Vashem voor staat. Deze woorden zijn afkomstig uit de profetie van Jesaja: ‘Aan hen geef ik in mijn huis en binnen mijn muren een plaats om te gedenken en een naam (...) die nooit wordt uitgewist.’

Op deze wijze is er een ‘Yad Vashem’, letterlijk ‘een plaats en een naam’, een gedenkplaats waar we de namen van de slachtoffers van de Shoah in gedachtenis houden.

Beklemming

Ik heb het Yad Vashem Centrum bezocht. Het heeft op mij een diepe, onvergetelijke indruk nagelaten. Geen woorden kunnen uitdrukking geven aan wat er daar door mij heenging toen ik al die foto’s zag van de slachtoffers van de vernietiging en de beklemming die ik voelde.

Ook de namen van mensen die zich met risico voor eigen vrijheid en leven hebben ingezet om Joden voor de shoah te behoeden worden er vermeld. Zoals kardinaal Johannes de Jong (Nes, Ameland, 10 september 1885 - Amersfoort, 8 september 1955). Hij had in zijn geheime archief een lijst van onderduikadressen van Joodse kinderen. Ook organiseerde hij collectes om in hun levensonderhoud te voorzien. Naar verluidt zou hij ook Joodse onderduikers in de kelder van zijn aartsbisschoppelijk paleis aan de Maliebaan hebben gehuisvest.

Verder stelde hij met anderen, als de Hervormde predikant Gravemeijer, kanselboodschappen op, die op zondagen van de kansel in de Nederlands-Hervormde, Synodaal-Gereformeerde en Rooms-Katholieke kerken zijn voorgelezen. Hierin werd duidelijk gemaakt dat de nazi-ideologie met het christelijk geloof niet viel te verenigen en werd ook tegen de deportatie van Joden geprotesteerd.

Niet zwijgen

Kardinaal De Jong was van nature geen strijdlustig man. Maar eenmaal geconfronteerd met de misdaden van de nazi’s, met name tegen het Joodse volk, was hij van oordeel dat hij niet mocht zwijgen. Toch worstelde hij voorafgaande aan de publicatie van de kanselboodschappen met een innerlijke gewetenstrijd. Hij wist dat de nazi’s hemzelf vanwege zijn positie als aartsbisschop van Utrecht niet durfden aan te pakken, maar dat ze represaillemaatregelen tegen lager geplaatsten zouden nemen.

Dit overkwam bijvoorbeeld zijn klasgenoot op het seminarie, Johannes Ysbrands Galama, pastoor van ’s-Heerenberg. Deze verspreidde samen met zijn kapelaans Van Rooijen en Hegge stencils van de eerste van de genoemde kanselboodschappen, die op 3 augustus 1941 is voorgelezen.

‘Blijvende schandvlek’

Al de maandag daarop werd hij gevangengezet. Uiteindelijk kwam hij in het concentratiekamp Dachau bij München terecht, waar hij door de SS-kampbewakers zeer wreed werd mishandeld. Toen pastoor Galama daardoor zijn gezondheid verloor, werd hij naar kasteel Hartheim bij Linz overgebracht, waar hij op de dag van aankomst werd vergast.

Kardinaal De Jong, zijn klasgenoot pastoor Galama en zijn kapelaans waren mensen op wie we fier kunnen zijn. Maar we mogen onze ogen niet sluiten voor de realiteit. Veel christenen keken passief toe hoe hun Joodse landgenoten werden gedeporteerd, terwijl zij naarmate het einde van de Tweede Wereldoorlog in zicht kwam ook wel bevroedden welk vreselijk lot hen beschoren was.

Erger nog: er waren ook veel christenen, onder wie praktiserende christenen, actief bij de shoah betrokken. Bij gelegenheid van mijn bezoek aan de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente in Utrecht afgelopen maart heb ik dit ‘een blijvende schandvlek in de geschiedenis van het christendom’ genoemd.

Wederzijds vertrouwen

Het is ook onloochenbaar dat er vanaf de kerkvaders zowel in geschriften van Katholieke als die van Protestantse theologen en in preken een anti-Joodse houding viel te bespeuren. Hierdoor is antisemitisme zeker gevoed. De christelijke kerken moeten hun omgang met de Joden in de loop van de geschiedenis kritisch onder de loep nemen.

Het mag ons met grote vreugde en dankbaarheid vervullen dat tijdens het Tweede Vaticaans Concilie in de eerste helft van de jaren zestig meer toenadering is ontstaan tussen Joden en Katholieken, die leidde tot blijvende banden van wederzijds vertrouwen en vriendschap. Het concilie verwierp in zijn verklaring Nostra aetate elke uiting van haat jegens joden en antisemitisme en Jodenvervolgingen.

Bij de totstandkoming van deze verklaring speelde kardinaal Willebrands een grote rol, die zich daarbij zeker mede door de houding van kardinaal De Jong heeft laten inspireren.

Paus Franciscus stelde in zijn toespraak tot een delegatie van het wereldcongres van Bergjoden op 5 november 2018: ,,Zoals ik vaak heb herhaald, een christen kan geen antisemiet zijn; we delen dezelfde wortels. Het zou een tegenspraak zijn in geloof en leven. Integendeel, we zijn geroepen onszelf ervoor in te zetten om zeker te stellen dat antisemitisme uit de menselijke gemeenschap verbannen wordt.’’

Gezamenlijke strijd

We bidden tot de ene gezamenlijke God dat het moedige verzet van kardinaal De Jong tegen de nazi-ideologie en de deportatie van Joodse landgenoten en de erkenning van zijn moedig verzet door de Staat Israël in de vorm van de toekenning van de Yad Vashem-onderscheiding verdere stappen mogen zijn in de groei van het onderlinge begrip en de onderlinge vriendschap tussen Joden en christenen.

Tevens bidden we dat de opvattingen van kardinaal De Jong ons mogen inspireren en bemoedigen in onze gezamenlijke strijd tegen antisemitisme en in het opkomen voor onze medemens die wordt achtergesteld, onderdrukt en vervolgd.

Kardinaal Wim Eijk is aartsbisschop van Utrecht (en daarvoor bisschop van het bisdom Groningen-Leeuwarden). Dit is een ingekorte versie van de toespraak die hij maandag hield bij de uitreiking van de Yad Vashem-onderscheiding aan zijn voorganger kardinaal Johannes de Jong

Nieuws

menu