Laat geen enkele leerling aan lot over | opinie

‘Gemiddeld één leerling per klas blijft de pineut.’ FOTO SHUTTERSTOCK

Onderwijsminister Dennis Wiersma lanceerde in mei een masterplan om het peil van lezen, schrijven en rekenen op scholen op te krikken. Het plan is ook gericht tegen pesten. Uitstekend. Toch zal extra aandacht van school en leraar altijd nodig blijven.

Pesten is niet alleen een probleem van daders, slachtoffers. Ook de klas, ouders en leraren hebben er last van. De vraag is hoe je alle betrokkenen veerkrachtiger kunt maken, en het groepsproces ten positieve kunt keren. Een netwerkbenadering biedt hiervoor handvatten.

Met zo’n benadering kijk je naar relaties tussen mensen en naar de manieren waarop zij elkaars gedrag beïnvloeden. Dat is ingewikkeld onderzoek. Tom Snijders, verbonden aan de faculteit sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Oxford, ontwierp een programma om de gelijktijdige ontwikkeling van netwerkrelaties en gedrag te bestuderen. Dat programma, SIENA, is wereldwijd toonaangevend.

Angstcultuur

Met SIENA hebben we ontdekt dat pesters elkaar vaak als vrienden uitkiezen, en dat leerlingen het pestgedrag van vrienden overnemen en hun pijlen op dezelfde slachtoffers richten. Ook slachtoffers kiezen elkaar vaak als vrienden uit. Soms omdat er geen andere mogelijkheid is, maar soms ook omdat ze bij elkaar hulp zoeken. Tegelijkertijd geldt dat leerlingen die bevriend zijn met een slachtoffer het risico lopen zelf ook gepest te worden.

Een andere bevinding is dat pesters een angstcultuur creëren en hun macht steeds verder uitbreiden. Pesters met een hoge status blijven niet dezelfde slachtoffers pesten, maar kiezen gedurende het schooljaar steeds nieuwe slachtoffers uit. Zulk strategisch pesten leidt tot een toename in populariteit onder klasgenoten.

Uit de evaluatie van verschillende antipestprogramma’s in het onderzoek Wat Werkt Tegen Pesten kwamen vier programma’s als effectief naar voren: Alles Kidzzz, een programma om kinderen met een agressieprobleem individueel te begeleiden, de klasseninterventie Taakspel en de schoolbrede programma’s KiVa en PRIMA.

Tegenwicht

Bij de schoolbrede programma’s krijgen leraren lesmateriaal aangereikt, waarmee ze kinderen kunnen leren om aardig tegen elkaar te doen en elkaar met respect te behandelen en te helpen. Ook zet het de norm dat leerlingen willen dat pesten stopt.

We bemerkten dat vooral populaire leerlingen de norm bepalen en dat klasgenoten hun gedrag overnemen. Ook bleek dat er klassen waren waarin populaire leerlingen zich soms negatief en soms positief gedroegen. In dat geval namen hun klasgenoten vooral het negatieve gedrag over en werd het een ‘rotklas.’

Leraren kunnen tegenwicht bieden, mits ze actief een bewezen anti-pestprogramma inzetten. Het hele schooljaar door moeten ze aandacht besteden aan het groepsproces, en alert zijn op de hot spots: het schoolplein, de gangen, de kleedkamers en het internet. Het mooie van een programma als KiVa is dat het programma de sfeer in de klas verbetert en kosteneffectief is. Een investering in het preventieprogramma betaalt zich vele malen uit doordat slachtoffers een betere schoolloopbaan hebben, minder vaak ziek zijn en uiteindelijk beter gaan verdienen.

Fijne-schoolparadox

Als een programma het pesten sterk terugdringt, moet het personeel van de school zich ervan bewust zijn dat ook succesvolle programma’s niet álle leerlingen bescherming bieden. Gemiddeld één leerling per klas blijft de pineut.

Sterker nog, hoe fijner de school, hoe slechter de positie van leerlingen die nog wel slachtoffer van pesten zijn. Hun zelfbeeld daalt en ze ontwikkelen depressieve symptomen. De ‘fijne-schoolparadox’ laat overigens een wisselwerking met thuis zien. Afwijzing thuis leidt tot meer slachtofferschap op school, en omgekeerd. Er ontstaat een vicieuze cirkel, waarbij de problemen thuis en op school elkaar versterken.

Goede investering

De minister van Onderwijs heeft onlangs een Masterplan Basisvaardigheden gepresenteerd om de algemene vaardigheden van leerlingen omhoog te stuwen. In dat plan is er ook aandacht voor pesten. Terecht, want er zijn nog te veel rotklassen waarin leerlingen zich zo onveilig voelen dat ze niet aan leren toekomen.

Er zijn gelukkig verscheidene programma’s die de groep veerkrachtig genoeg maken om pestgedrag te voorkomen of op te lossen. Ze zijn gericht op het scheppen van een positieve norm en blijken een goede investering in termen van brede welvaart en kosteneffectiviteit.

Preventie door middel van een effectief antipestprogramma betaalt zich ongeveer vijf keer terug. Het leidt tot fijne scholen, die aan vrijwel alle leerlingen een veilig leerklimaat biedt. De enkeling die niet met het antipestprogramma geholpen wordt, moet extra aandacht van de school en de leraar krijgen. Het uitgangspunt moet zijn dat geen enkele leerling er alleen voor mag komen te staan.

René Veenstra is hoogleraar sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Deze bijdrage is gebaseerd op zijn toespraak bij de Opening van het Academisch Jaar in Groningen, eerder deze maand.

Nieuws

menu