Kollumer Oproer als platgeslagen Oranje tompouce | opinie

Het Oude Rechthuis in Kollum. Op 3 februari 1797 bevrijdde Jan Binnes met 'een grote troep mensen' arrestant Abele Reitses hier uit de Rechtkamer, die ‘Oranje boven’ had geroepen. FOTO LC

De heer Bilker reageert in de LC (25 juli) op een artikel dat de krant schreef over mijn kritiek op het voorgenomen standbeeld in Kollum voor mijn oerpake Jan Binnes. Hij serveert daarbij geschiedenis als een platgeslagen Oranje tompouce, waar de historische feiten uitdruipen: de Franse annexatie (1810-1813) wordt geprojecteerd op de Bataafse Republiek (1795-1806).

Inderdaad, Jan Binnes was in 1797 niet de enige (informele) leider bij het Kollumer Oproer. Maar hij heeft zich met grof verbaal en fysiek geweld wél als zodanig gepresenteerd. Ja, er was sprake van snelrecht en men wilde een voorbeeld stellen. Maar dat gebeurt vandaag ook nog bij ernstige rellen. En ja, er was propaganda, aan beide kanten. De Oranjepropaganda heeft gewonnen.

Bilker past precies dezelfde tactiek toe als de Orangisten in de 18de eeuw: bagatelliseren van het geweld van de oproerlingen en de Patriotten demoniseren. Is het toeval dat Bilker een prominente Oranje-steunpilaar is en voorzitter van de stichting Nassau en Friesland?

Dit alles laat onverlet dat Binnes’ misdaden jegens onschuldige medeburgers vaststaan. Ze waren en zijn niet te rechtvaardigen. Het is wel bijzonder dat een oud-burgemeester van Kollumerland 225 jaar na dato de integriteit van beambten van toen in Kollum in twijfel trekt. Waar is zijn bewijs?

Friesland tot op het bot verdeeld

Het oproer trok inderdaad veel relschoppers uit de regio aan. Dat doen rellen altijd. Ook dwongen de oproerkraaiers mensen mee op te trekken om Dokkum in te nemen. Maar dat betekent niet dat ‘het oproer breed werd gedragen’. Friesland was in die tijd tot op het bot verdeeld. Dokkum en andere steden waren Patriots (de wegbereiders van de democratie in Nederland!). Hier woonde de opkomende burgerklasse. De oude oligarchie van landadel, eigengeërfde boeren en ex-regenten was Oranjegezind.

Om de mythe van het Kollumer Oproer in stand te houden, is een vijandbeeld nodig. En dat is waar Bilker en ook de Stichting Kollumer Oproer (zie onhistorische musical ‘Salomon’) de mist ingaan. Men doet alsof de Fransen het in 1797 in Friesland voor het zeggen hadden. Dat was niet zo.

Feit is dat de inschrijving voor de burgermilitie niet uitging van de Fransen, maar van de Friezen zelf. Bilker suggereert dat er ten tijde van het oproer sprake was van inkwartiering van Franse soldaten in Kollumerland. Wat is zijn bewijs? De Fransen waren bij het neerslaan van het oproer niet betrokken.

Local hero

Merkwaardig is Bilker’s verwijzing naar Binnes’ aanroepen van God op het schavot. Daarmee wil hij mijn oerpake presenteren als ‘de eerzame 53 jaar oude boer Jan Binnes’. Zo creëer je een martelaar. Hoe weet Bilker dat de man, die vrouwen en kinderen mishandelde, eerzaam was?

Zeker, mijn oerpake was geen recidive crimineel zoals Salomon Levy dat was. Maar een heilige was hij evenmin. Waarschijnlijk liet hij zich meeslepen door wrok, overmatige alcoholconsumptie en zijn grote bek. Dat is geen excuus, maar in Kollum kun je er een ‘local hero’ met standbeeld mee worden.

Willem Nettinga.

Bijlage : Willem Nettinga schreef een essay over zijn ‘oerpake’, Jan Binnes. Dit stuk is hieronder, met bronnenlijst, te raadplegen.

Nieuws

menu