'Ik ben er over twintig minuten', zei de dierenarts

Mijn kleren roken een dag later nog naar Schumi, zo had ik hem geknuffeld. Vooral nadat ik de dierenarts had gebeld dat het nu toch maar moest gebeuren.

Voorstreek, 2018

Voorstreek, 2018 Foto Niels Westra

,,Het is lammertijd’’, had hij gewaarschuwd. ,,Ik kan misschien niet meteen komen. Maar ik bel je wel als ik eraan kom.’’

Later die middag: ,,Ik ben er over twintig minuten.’’

Wat kun je doen met je hond in twintig minuten? Stevig beetpakken, aaien, aan zijn trippelpootjes voelen, zijn kop zwaar op je schouder voelen rusten, denken aan hoe pa, van wie Schumi eigenlijk was, na zijn beroerte probeerde te zeggen dat hij blij was dat zijn hond bij mij kon blijven.

En je tegelijk verdrietig en een beetje een verrader voelen. Dat dier vertrouwt er altijd maar op dat ik dingen voor hem oplos, maar hij wist niet wat er nu zou gaan gebeuren. Natuurlijk was dit beter, hij was zo slap als een marionet en reageerde nergens op, zelfs niet als ik een lik roomijs voor zijn neus hield. En toch is het een nare en zware beslissing.

Ik ging met hem buiten zitten, met zijn kop in mijn hand, zodat hij misschien de vogels hoorde en de wind. Een vriendin, die ik er een foto van had gestuurd, schreef terug: ‘Het is net of hij glimlacht’.

De dierenarts rook heerlijk naar boerenschuur. ,,Dit kan niet meer’’, zei hij. Schumi kreeg een spuit om hem in slaap te brengen, en toen een dodelijke dosis slaapmiddel. ,,Kèf!’’, zei hij bij die tweede spuit ineens. ,,Kèf! Kèf!’’ – een blafje dat ik nooit van hem had gehoord. ,,Het is een reflex’’, zei de dierenarts.

Toen was hij dood.

Maar hij heeft nog even gekeft en mijn kleren roken een dag later nog naar die lieve hond van me.

asing.walthaus@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column