Huis

De cultuurbijlage staat in het teken van architectuur en het Beste Gebouw van het Jaar. Voor de BNA-verkiezing maken bijzondere panden kans op de titel. Van de uitbreiding van de Rietveldacademie in Amsterdam tot de Werkspoorfabriek in Utrecht, van het Forum in Groningen tot station Lansingerland in Zoetermeer. Misschien een beetje een ver-van-mijn-bedshow voor velen.

Gitte Brugman.

Gitte Brugman. FOTO ANNET EVELEENS

Lees ook [PREMIUM] De staat van de architectuur in Nederland: ‘Alles wat we nu bouwen, bepaalt voor decennia het aanzien van onze leefomgeving’

Maar er zijn ook huizen bij. En het belangrijkste gebouw in ieders leven is veelal een huis. Of dat nu een flatje drie hoog achter is, een twee-onder-een-kap of een riante verbouwde boerderij doet daar niets aan af. Het huis is de plek waar we ons veilig voelen. Een plek waar we een stempel op mogen drukken, en die we naar onze eigen inzichten mogen inrichten.

We moeten daarbij een beetje rekening houden met onze buren en omgeving, maar verder mag er veel. Zo maken we van een huis een thuis.

Niet iedereen kan dat doen. Er zijn in de wereld momenteel tachtig miljoen mensen op de vlucht. Dat is een aantal waar je je nauwelijks een voorstelling van kunt maken. Als je het formuleert als ‘1 procent van de wereldbevolking’, dan lijk je het aantal daarmee te willen verkleinen, bijna te bagatelliseren. Tachtig miljoen…

Wat neem je mee, als je je huis moet achterlaten?

Wat neem je mee, als je je huis moet achterlaten? En wat probeer je zo snel mogelijk weer te vinden, om je op een volgende plek thuis te voelen?

Drie jaar geleden sprak ik de Koerdische kunstenares Dilvin Shingali, toen ze exposeerde in de Dynamische Keramiekwinkel in Leeuwarden. Als Koerdische Irakezen moesten zij en haar familie verschillende keren vluchten. In haar kleurrijke keramiek verwerkte ze haar oorlogservaringen. Ze vertelde erbij dat haar vader op elke tijdelijke woonplek een bloementuin aanlegde. Fleur tegenover chaos, liefde tegenover angst en woede. Dat was zijn antwoord.

Het beeld bleef me bij. En ik zag het later terug in foto’s van Henk Wildschut. In vluchtelingenkampen legde hij vast hoe bewoners rond hun nylon tenten of plastic hutjes tuintjes aanlegden. Niet eens met ‘nuttige’ planten, zoals aardappels of kruiden, maar met bloemen.

Misschien zijn het bloemen uit het land vanwaar ze vluchtten, en herinneren geur en kleur aan thuis? Ik denk het niet eens. Waarschijnlijk zijn het planten zijn van dichtbij, gewoon bloemen die beschikbaar zijn. Maar ze maken hun omgeving net iets minder anoniem, iets minder grijs. En anderen mogen ervan meegenieten.

De architecten in deze bijlage benadrukken dat bij het ontwerpen van huizen de woonomgeving van groot belang is. Als dat ergens (pijnlijk) zichtbaar wordt, is dat in een vluchtelingenkamp.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column