Hoe Wieberen van zijn zwager in een Oostenrijks pension leerde onderhandelen

Geschaduwd door een verkoper hadden we eindeloos rond glimmende showroomkeukens gedrenteld, onze handen langs een baaierd aan werkbladen laten glijden en ringmappen vol inbouwapparatuur bestudeerd. We hadden getest of de frontjes van de kastdeurtjes inderdaad opgewassen waren tegen chipsig vette kindervingers en ons verwonderd over ingewikkelde ingebouwde afzuigsystemen, die je indien gewenst via een app zelfs vanuit je auto nog kon bedienen (‘Schat, je had daarnet linksaf gemoeten!’ ‘Sorry, ik zette nét de afzuiging voor de sperziebonen aan.’).

Wieberen Elverdink.

Wieberen Elverdink.

Maar goed, nu, ruim anderhalf uur en twee van bedrijfswege aangeboden cappuccino’s verder, waren we het moment genaderd waar ik al die tijd zo vreselijk tegenop had gezien.

We moesten het over de prijs gaan hebben.

Vooraf hadden we ons op internet verdiept in tips en trucs bij de aanschaf van een keuken. Met wat eenvoudige handigheidjes kon je, zo leerde ons de goegemeente op consumentenfora, flink op de koop van je nieuwe culinaire lustoord besparen. Zo hadden we geleerd de kaarten van ons budget tegen de borst te houden en eventueel enthousiasme niet te veel te laten blijken – nee, ons maakten ze niet gek, wij waren hard to get ; wie ons iets wilde verkopen, zou daar moeite voor moeten doen.

Nou ja, dat was het plan.

Maar nu, puntje bij paaltje, zaten we daar tegenover die verhipt aardige en behulpzame verkoper en plakte het zweet in mijn handen. In niets was ik de berekenende, charmante, lenige onderhandelaar die ik op zulke momenten zou willen zijn.

Had ik maar een beetje meer van mijn zwager. Toen we ooit met onze vrouwen een voorjaarsvakantie doorbrachten in een knus, maar ouderwets Oostenrijks pensionnetje, kampten we allemaal met een veel te kort bed. Ik voelde me bezwaard om erover te klagen bij de lieve, bejaarde pensionhouder. Waar zou dat goeiige mannetje immers ineens nieuwe comfortbedden vandaan moeten slepen?

Zo niet mijn zwager. Hij troonde de man mee naar hun kamer en plofte demonstratief op het krappe matras neer. ,,Kijk, wir passen da für kein Meter auf’’ , voegde hij er in steenkolenduits aan toe. De grijze hotelier knikte begripvol en lachte minzaam, maar het speet hem: grotere bedden had hij niet.

Bij het uitchecken bleek dat de actie van mijn zwager zijn uitwerking niet had gemist. De oude pensionhouder had bij hem alleen het ontbijt in rekening gebracht; de overnachtingen had hij in al zijn toeschietelijkheid van de rekening weggestreept. Terwijl ik, de sul die de onderhandelingen uit de weg was gegaan, de volle mep moest neertellen.

Brutalen hebben de halve wereld, zeggen ze. Nu hoefde ik natuurlijk niet de halve wereld. Een kookeiland voor een scherpe prijs zou al mooi zijn, dacht ik, terwijl de keukenverkoper tactvol een derde cappuccino haalde.

,,Zeg maar: voor duizend euro minder doen we het’’, fluisterde mijn vrouw samenzweerderig.

Daar kwam de verkoper terug. Ik voelde mijn hoofd gloeien en schraapte mijn keel.

,,Voor vijfhonderd euro minder doen we het’’, stamelde ik lafjes.

Later in de auto, de transactie was ineens vlot bezegeld, kreeg ik het verwijt veel te snel alle onderhandelingsruimte te hebben verspeeld: ,,Je zou ‘duizend euro’ zeggen, man!’’

Dat mocht zo zijn.

Maar ik had tenminste onderhandeld.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column