Harje | Pappe’s oerkommeling

In 1947 verscheen van de hand van Barend van der Veen (1890-1968), die vooral bekend was van zijn toneelstukken en poppenspel, de Friese roman In oerkommeling. Hij had zich daarbij duidelijk laten inspireren door Ciske de Rat, het boefje uit de romans van Piet Bakker, die tussen 1942 en ’46 waren verschenen en het tot verscheidene herdrukken brachten.

Pieter de Groot.

Pieter de Groot. FOTO LC

In oerkommeling gaat over het boefje Liuwe, een dorpsjongen uit een arm arbeidersgezin, die ‘fol streken’ zit en thuis niet te handhaven is. Het gaat met hem van (katten)kwaad tot erger, hij komt terecht in een verbeteringsgesticht en ten slotte in de cel. Als hij op zijn achttiende vrij komt, eindigt het boek. Hopelijk heeft hij zijn lesje geleerd en betert hij zijn leven.

Het Friese oerkommeling is de overtreffende trap van dogeneat, deugniet: een jongen die het kwaad tot deugd heeft verheven. Het is een ouderwets woord dat je zelden meer hoort. Maar ziedaar: sinds een paar weken ligt Oerkommeling in de boekhandel, dagenlang op Omrop Fryslân hartstochtelijk aanbevolen door de oerkommeling zelf, Anne de Vries (geboren 1954), een Liwwadder in hart en nieren, die al jong de smaak van schrijven te pakken had. Hij blinkt uit in hilarische stukjes, die tot voor kort te lezen waren in het stadsblad Liwwadders . In 2012 verscheen Nuver praat , een bundel vol verhalen waarin hij zijn oude buurt – de bomenbuurt Schieringen – en vooral haar bewoners portretteert, komisch, ontroerend en eerlijk tegelijk. Waarheid en fictie vechten hierin om de voorrang.

Dat is ook weer zo in dit nieuwe boek, waarin hij zijn kinder- en jongensjaren vol ups en downs beschrijft, of beter: van zich af schrijft, beginnend op bladzijde 4 om vervolgens zonder enige hoofdstukindeling en slechts onderbroken door hier en daar een witregel en een fotootje te eindigen op bladzijde 219. Het moest eruit: de jaren van opgekropte woede over zijn tirannieke vader, die hem als enige van vijf jongens bij het minste geringste verrot schold: oerkommeling! Een postume afrekening, waarbij het lachen de lezer vaak vergaat. Moeke was er niet tegen opgewassen.

Het was armoe troef in die donkere jaren vijftig. Bij gebrek aan huiselijke warmte zocht Anne zijn vertier op straat, op het water (Kurkemeer, Murk, het kanaal bij Schilkampen) en op de gastvrije boerderij in het nabije Wijlaarderburen, dat toen nog niet was opgeslokt door de bewoonde wereld. Aan leren en werken had hij een broertje dood. Leve dus zijn hechte vriendenkring en niet te vergeten gebouw Insulinde. De geneugten van de roaring sixties zijn hem niet voorbij gegaan. Popmuziek, disco, het was eten en drinken.

Maar helaas: net als bij oerkommeling Liuwe ging ook Annes vrijheidsdrang de grens van kattenkwaad over en mocht hij van zijn puberale vergrijpen ten slotte genezen in het nieuwe penitentiaire trainingskamp De Corridor in het Brabantse dorp Zeeland. Hij doet er openhartig en met humor verslag van. Het boek eindigt als hij tiener af is en beseft toch iets zinvols te moeten doen. Hij ging als volunteer werken in een kibboets in Israël. Zoals zijn oude juf Van de Burg van de vglo al had voorspeld: ‘Anne? Die is op zijn twintigste het land uit.’ Zelfs zijn vader kwam hem op Schiphol uitzwaaien.

harje.lc@gmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column