Ferhúzje

Eind vorig jaar schreef ik over het vissershuisje, dat ik zag op Funda. Met de mooie schouw en de originele bedstee. Toen had ik nog niet durven denken dat ik daar voortaan mijn columns zou gaan maken.

Anne-Goaitske Breteler.

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Nu zit ik in de keuken – temidden van de bouwchaos – te werken, met het zicht op de zeedijk en de bedstee naast me. Het is gelukt; mijn vriend en ik hebben twee weken geleden de sleutels gekregen van ons huis in Moddergat.

We zijn er sindsdien elke dag geweest. Om te verbouwen, om de kippen uit hun hok te laten, en om te wennen aan het idee dat we hier gaan wonen. In het heen en weer reizen tussen Moddergat en Ternaard – waar we nog slapen – raken we steeds meer kwijt: ,,Hiest dat no al meinaam? Wêrhinne dan?”

Gelukkig hebben we lieve familie die ons dagelijks helpt met klussen, aanvoeren van wegwerpbekertjes, nieuwe koffiepads en ’s avonds een goed maal. We prijzen ons rijk met het kleine formaat van ons huis, want bij vertraging spreken we over dagen in plaats van de ‘Ik vertrek’-taferelen waar het om maanden gaat.

Meteen doemde ‘het hoedje van van Gennep’ op in mijn gedachten

En hoewel we dolblij zijn dat het allemaal gelukt is, en ergens ook helemaal nog niet klaar willen zijn met de verbouwing, is het toch een fijn vooruitzicht dat de chaos weer ordelijk wordt. Dat we precies weten welke verhuisdozen al uitgepakt zijn en waar die ene hondenmand van Willem gebleven is.

Mijn moeder zei troostend, terwijl ze de muur witte: ,,Noch hiel efkes, dan bist wer út dizze fase” en meteen doemde ‘het hoedje van van Gennep’ op in mijn gedachten. Een antropologische beschrijving van de drie fases die doorgemaakt worden bij een rite de passage, een overgangsritueel.

Het begint bij de separatie, waar het oude wordt achtergelaten. In ons geval dus het huis in Ternaard, waar ik sinds we de sleutel in Moddergat kregen, inderdaad al steeds meer afscheid van neem. Dan komt de fase waar we nu in zitten: de liminaliteit. Het betekent een periode van transitie, zwevende tussen het verleden en de toekomst.

Voor antropologen is die liminale fase interessant. Enerzijds, omdat het gedeelde gevoel voor grote solidariteit kan zorgen. Anderzijds, omdat juist in de liminaliteit verandering meegenomen kan worden naar de laatste fase, die van re-integratie. Eigenlijk is deze tussenperiode dus heel geschikt om (samen) goed na te denken over wat er straks gaat komen.

Dan gaat het natuurlijk niet alleen om vragen als ‘wat voor kleur zullen we het plafond schilderen?’, maar ook over de meer fundamentele dingen: als we hier jarenlang willen blijven wonen, wat betekent dat dan voor mij, voor ons?

We hebben er weer een dag klussen op zitten. Ik vond een waxinelichtje in het schuurtje en brand hem in de gestripte woonkamer. Een biertje, een wijntje. Ik kijk om me heen en kan me steeds beter voorstellen dat het een heel goed thuis kan worden. Volgens mij is het einde van de liminele fase in zicht. De veranderingen meegenomen, het gevoel van solidariteit versterkt, we klinken het glas en kijken uit naar morgen.

agbreteler@gmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column