De vergeten verhalen van deze tijd

Al werken de negentigjarige benen van beppe Gooitske niet meer optimaal, haar geheugen is nog vlijmscherp. De verhalen over vroeger bevatten alle zintuiglijke details zonder dat ik daar expliciet naar hoef te vragen. Ik hang aan haar lippen en vergeet om aantekeningen te maken.

Anne-Goaitske Breteler.

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Ze vertelt over de stille nachten op de zolder van de boerderij, waar het zo koud kon zijn, en waar het enige geluid kwam van klompen die weerkaatsten tegen de gevel. De tijd die zo ver achter mij ligt, maakt ze tastbaar.

Voor Leeuwarden City of Literature ben ik gevraagd om een stuk te schrijven over het landschap van vroeger. Het liefst baseer ik mijn verhalen op non-fictie, op échte ervaringen, dus de stap naar een interview is dan ook een kleine. Mijn beppe , naar wie ik vernoemd ben, vertelt me uitgebreid over háár beppe Goitske, die leefde van 1877 tot 1940. De stamboom van mijn tweede naam, zal de rode draad vormen in het verhaal.

Tegelijkertijd ben ik bezig met mijn nieuwe boek, waarvoor ik onderzoek doe naar een andere voorouder: Reinder Brolsma. Hem kan ik niet meer spreken en daarom biedt de biografie over hem, Sa’n tûzen blauwe skriften, veel informatie. Niet alleen over mijn oeroerpake , maar ook over de Friese literaire wereld eind 1800 tot halverwege 1900. Een interessante periode, waar ik tot mijn verbazing maar heel weinig vanaf weet.

De oogst van het schat zoeken – de mooiste anekdotes uit het interview of de persoonlijke documenten uit een archief – bespreek ik graag met anderen, voordat ik er daadwerkelijk over schrijf. Het werkt inspirerend om met anderen voort te borduren op de resultaten, om zo de parels op te poetsen en nog beter in mijn verhaal te laten passen.

De stamboom van mijn tweede naam, zal de rode draad vormen in het verhaal

Daarom vertelde ik over het gesprek met beppe bij mijn ouders thuis, die toevallig een bevriende schrijver en zijn vrouw over de vloer hadden. Aan de hand van de kleine voorbeelden uit het interview liep het gesprek uit op de grote Friese schrijvers die vooral in de vorige eeuw, maar zelfs daarvoor al, zo prachtig het leven in het landschap van toen schetsten. Heel eerlijk, ik kende maar enkele van de namen die ze noemden, en dat was vooral doordat ik die was tegengekomen in de biografie over Reinder Brolsma.

Gysbert Japicx, Simke Kloosterman, Douwe Kiestra en Tsjêbbe Hettinga; allemaal ondergewaardeerd in het hedendaagse Friesland, zo stelden ze aan de keukentafel. De vergeten verhalen van deze tijd. Het is zonde, zo kwam uit hun discussie, dat de nieuwe generatie Friezen opgroeit zonder weet te hebben van die kwaliteitswerken van vroeger.

Misschien is het een idee om de romans, novelles, non-fictie en poëzie van toen op te nemen in de Friese lessen van nu. Niet alleen, om een groter cultureel begrip te vormen, maar ook om de oude bodem beter te leren kennen. Want in al die gesprekken met mijn beppe merk ik hoe inspirerend het is om voor heel even toe te kunnen treden tot een wereld die er niet meer is, maar waarvan de ooggetuigen nog precies kunnen vertellen hoe het was.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column