Zwoegen op de crosstrainer als een saunaklant in skipak

Daar was-ie weer, de wrange, metalige smaak, die vanuit de krochten van het gehemelte langzaam naar de lippen optrok en me naar de waterfles deed grijpen.

Wieberen Elverdink.

Wieberen Elverdink.

Daar voelde ik weer hoe de verzuring sluipenderwijs bezit nam van de spieren, daarnet nog vol veerkracht en drang, nu stug en dof als overjarige strengen trekdrop.

Daar ervoer ik weer hoe het was om even passagier van mijn eigen ademhaling te zijn, als een paardentemmer op de rug van een onstuimig bokkende mustang, die...

Nou ja, genoeg. U heeft een beeld.

Het was woensdagavond en voor het eerst in maanden hing ik weer in de fitnessapparatuur van Johannes, de dorpsgenoot die ooit als kind in een ketel met endorfine viel en tweeënhalf jaar geleden met de naam van zijn pas gevestigde sportschool naar dat lichaamseigen, bij inspanning vrijkomende geluksstofje knipoogde: HappyFit.

Met het voorzichtig opengaan van de samenleving openden zich nu ook mijn poriën – ik was haast vergeten hoe het voelde.

Zeker, net als tijdens de eerste lockdown had Johannes mij de spinningfiets bij de ingang van zijn gym uitgeleend. Een mooi gebaar: de sportschool was dicht, maar zo kreeg ik toch nog iets terug voor het contributiegeld.

Maar waar het tijdens de eerste periode van opsluiting lukte mezelf te houden aan een strak regime van drie keer per week minimaal drie kwartier op de pedalen rammen, raakte in het tweede thuistijdperk de klad erin. Slecht weer. Moe. Nét een nieuwe serie op Netflix. Excuses wonnen het van de discipline en steeds vaker lag ik languit op de bank met een familiezak kaaschips en een fijn brouwsel, waar ik eigenlijk op die fiets had zullen zitten.

Ik was niet de enige bij wie sporten langzaam naar de achtergrond verdween, vertelde Johannes. Naarmate de maatregelen voortduurden, dunde het ledenbestand van zijn noodgedwongen vergrendelde bewegingslokaal uit; op enig moment had zo’n 40 procent van de ingeschreven sporters opgezegd.

Niet dat de sportschoolhouder bij de pakken neerzat. Ondernemend als hij is investeerde hij in nieuwe sportactiviteiten buitenshuis. Onder het afdak voor HappyFit verschenen roeiapparaten, rekken met halters en fitnessmatjes.

Zo nu en dan liep ik erlangs, door regen en vrieskou over ons zielloze dorpsplein, waar Johannes zijn tot een kommetje gevouwen handen warm blies en een handjevol fanatiekelingen aanspoorde. Het leek soms alsof hij daarmee tegelijkertijd zichzelf moed insprak.

,,Kom op.’’

,,Doorbuffelen.’’

,,Nu doet het pijn, maar het wordt weer beter.’’

Het duurde lang, maar het werd inderdaad beter. Dinsdag bezorgde een koerier namens HappyFit bij alle leden een kaart met daarop de vreugdekreet ‘Yessss, eindelijk mogen we weer’, vergezeld met een ‘vitaminevaccin’; een in een spuitje verpakt gembershot. Johannes, opgewekt: ,,Doe’t ik dy list mei adressen seach, foel it my eins net iens ôf hoefolle minsken at der noch binne.’’

Een etmaal later stond ik op een crosstrainer te zwoegen als een saunaklant in skipak. Maar na een halfuur werd de metaalsmaak langzaam zoeter, de verzuring stukje bij beetje draaglijker en de ademhaling allengs rustiger. Ik kon het nog!

Dit gevoel had ik maandenlang gemist.

Een stoot bewegingsgeluk.

Endorfine. Kan niet missen.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column